dinsdag 11 juni 2019

KLOP KLOP KLOP (De Ware Tijd, 08-06-2019)


Wat een sari periode voor jong Suriname. Verkrachting met dood als gevolg, in brand gestoken worden en een zelfmoord van een jongen die niet geaccepteerd werd vanwege zijn geaardheid. Bij dat laatste verschuilen sommigen zich achter een “Het is niet bewezen dat het de reden was.”. Alsof dat het minder erg maakt. Ik moet meteen denken aan de uitspraak “We zijn een gezegend land”. Zo gezegend dat er mensen zijn die liever zelfmoord plegen dan hier te willen zijn? Of zijn we alleen gezegend voor mensen die man, heteroseksueel en lichtgekleurd zijn? Vrouwen maar vooral jeugdigen vallen buiten de boot. Als je jong en anders bent, verschuilen sommige ouders zich als bangerikken achter religieuze woorden die ooit in de historie een richtlijn , geen wet, zijn geweest. De essentie van religie is toch niet dat we ons eigen bloed in de steek laten of mishandelen wanneer zij zich anders gedragen dan wij willen?  

Wie als jeugdige een foutje maakt, maakt helaas kans in de handen van een sadist te komen, die het eigen zaad laat opdrinken als straf voor iets natuurlijks: masturberen. Echt belachelijk, in ons ‘gezegende’ land, dat demoniseren en ridiculiseren van masturbatie. “Kloppen is niet goed!”. Waarom? Omdat we bedacht hebben dat god heeft gezegd dat het slecht is? Net zoals dat hij heeft gezegd dat we alleen hetgeen moeten liefhebben dat zich gedraagt naar onze gelijkenis zeker?  Het kan erger! Zoals ouders die hun kinderen dwingen ‘to pray the gay away’. Jongens die worstelen met hun geaardheid, kunnen door mannelijke familieleden gestraft worden met een flinke wipbeurt omdat “Na bana yu wani toch?!”. Alsof elke homoseksueel geboeld wilt worden. Dat het gros van de samenleving seks alleen beleeft als puur penetratief, zegt iets treurigs over ons niveau. En in welke (belevings)wereld is incest de oplossing voor welk probleem dan ook?

Wanneer bepaalde perversiteiten bij onze jongeren naar boven komen, zijn we de eersten die moord en brand schreeuwen. Als wij hen niet hadden geleerd dat masturberen slecht is, hadden ze dat als manier kunnen zien om seksuele energie kwijt te raken. Wij leren hen de stomste dingen en piepen wanneer we daarmee geconfronteerd worden. Wij richten onze samenleving zodanig in dat ouders noodgedwongen meer tijd kwijt zijn aan verschillende banen dan aan de opvoeding van hun kroost. Het internet, en niet de wetenschappelijke webpagina’s, beinvloedt de opvoeding meer dan de ouders. Het enige wat we kunnen zeggen, is: “Wat gebeurt er in Su?!” Keer op keer. Maar het antwoord is heel simpel: We oogsten wat we gezaaid hebben! Sommigen willen ook nu weer de ogen sluiten voor deze realiteit of zijn alleen actief wanneer er persoonlijk gewin te behalen valt. Roofovervallen op de scholen, de verkrachting met de dood als gevolg, het dwingen tot het slikken van sperma en de zelfmoord van een jongere. Binnen een maand. Zien we het bizarre hiervan niet? Waar zijn de alarmbellen?

Met ons gedrag lijken we het allemaal zelfs goed te keuren! De persoon die jeugdigen hun eigen zaad laat doorslikken is bijvoorbeeld slechts overgeplaatst! Ontslag was zeker te zielig? Het trauma van die vier jongeren weegt natuurlijk minder zwaar. Wanneer men zoiets doet, en er ook nog eens een officiele werkopdracht van maakt door het over te dragen aan collega’s, dan is die persoon toch een sadist en rijp voor behandeling aan de Letitia Vriesdelaan??? We vergeten dat niet alleen goed voorbeeld doet volgen. Elk voorbeeld doet volgen! Als volwassenen moeten wij ervoor zorgen dat het goed is. Ook als het om de aanpak van problematiek gaat. We falen zo hard daarin!!
Ik baal enorm van hetgeen onze jongeren aangedaan wordt. Het maakt me boos, verdrietig en moedeloos. We zouden jeudgiden juist moeten koesteren omdat ze de toekomst van ons land zijn. Een land dat hopelijk ooit gezegend zal zijn voor echt iedereen, ongeacht etniciteit, geslacht, geaardheid of de behoefte om te masturberen. Weet je, deze column heet KLOP KLOP KLOP. Niet alleen als verwijzing naar de ridiculisering van masturbatie (liever kloppen dan verkrachten of aanranden, toch?) maar ook omdat er iemand voor de deur van onze samenleving staat. Met alles wat er nu gebeurt, kan dat slechts een bezoeker zijn: karma! En wij hebben haar echt zelf tot de grote bitch gemaakt die ze nu is geworden.


zaterdag 1 juni 2019

PROBLEEM (De Ware Tijd, 01-06-2019)


Gedurende deze afgelopen week heb ik voor het eerst de gedachte gehad dat de doodstraf weer ingevoerd zou moeten worden. Eigenlijk ben ik ertegen omdat ik vind dat men daders op deze manier eigenlijk bevrijd van het leven met de consequenties van hun daden. Maar aan de andere kant, dacht ik afgelopen week alleen hoor, zou het wel een manier zijn om geweld uit het menselijk genoom te kunnen krijgen. Of dit, wetenschappelijk gezien, klopt, weet ik niet. Zou systematisch uitroeien van criminelen ertoe leiden dat criminaliteit verdwijnt uit onze genen? Waarschijnlijk niet. Ik denk dat het allemaal te maken heeft met het maken van keuzes. Bewuste keuzes.

De gedachte over de doodstraf kwam bij mij naar boven naar aaneliding van de berichtgeving over de daders die afgelopen week hebben huisgehouden in de wijk Latour. Schoolgaande jeugd leken ze het op te hebben gemunt. En niet alleen hun zakgeld en telefoons, maar ook maagdelijkheid bleek een gewild roofbaar object voor deze randdebielen. Voor dit soort gasten vind ik wel dat we de doodstraf mogen invoeren. Ondanks dat ik dit zeg, ben ik nog steeds van mening dat het verkeerd is om iemand dood te schieten omdat de persoon aardse goederen of manja’s steelt van je erf. Ik zal er niet wakker van liggen als het wel gebeurt dat iemand een rover neerschiet. Eigen keus om te stelen dus ook die consequentie aanvaarden. Echter, blijft het verkeerd om zelf voor god te spelen.

Ik vind dat ook  een crimineel moet respecteren dat bepaalde plekken zoals religieuze en spirituele centra, ziekenhuizen, kindertehuizen, bejaardencentra en scholen verboden terrein zijn. Wanneer men dat soort ongeschreven wetten aan de laars lapt, hebben we echt een probleem. Ik hoor nu een aantal mensen die dan weer schreeuwt dat het de regering is maar dat is net zo een stom gelul als wanneer deze sufferds zouden goedpraten waarom ze hun walgelijke daden hebben verricht. Er is niets dat kan waarom men een veilige omgeving voor altijd heeft veranderd in een onveilige.

Het moet angstig zijn om nu in die wijk te moeten wonen als men op weg naar en in de school niet meer veilig is. Dat komt niet door wie wij als samenleving op de regeerstoel hebben geplaatst. Dit komt omdat iemand de bewuste keus heeft gemaakt schoolgaande jeugd te beroven en te verkrachten. Wat tot die keuze heeft geleid, begrijp ik niet. Ik denk ook niet dat een normaal weldenkend mens zoiets kan snappen. Was het honger? Hebzucht? Waarom iemand verkrachten als je beide handen nog hebt en jezelf kan bevredigen?!

Zelf kom ik ook niet van rijke huize. Mijn ouders, en mijn oma’s, hebben mij desondanks altijd geleerd dat stelen niet goed is. Ik heb geleerd dat armoede nooit en te nimmer een excuus is om je handen daar te steken waar ze niet horen. Als je wat wilt of lust, werk er dan net zo lang voor tot je het kan betalen maar wees vooral ook tevreden met wat je wel hebt. Ook al zou ik dat niet geleerd hebben, dan zou het nog steeds tegen mijn natuur zijn om zoiets te doen. Het komt niet voor in mijn genen. Blijkbaar dus wel in dat van sommigen. En nu ik er langer over nadenk, is doodstraf echt niet de oplossing. Waarom zouden wij ze verlossen van de stem van hun geweten? Ja, ik ga er vanuit dat ook zij deze stem hebben maar, wederom, de bewuste keus maken er niet naar te luisteren.

Zouden zij misschien gecastreerd moeten worden? Dat is weer zo Hitler-achtig en het laatste wat we  moeten doen, is voor god gaan spelen. Overigens is het op dit moment ook geen oplossing voor de situatie. Wat dan wel? Verscherpt toezicht van de politie in die wijk? Militairen op scholen? De wijk helemaal platgooien en een gentrificatie proces opstartten? Maar dan verplaatst het probleem zich naar een andere wijk of een andere groep. Een paar jaar geleden begon het met de oudjes. Nu zijn de jonkies aan de beurt. Wat volgt? Zwangere vrouwen? Babies? Zieken van hun medicijnen? Kunnen al die criminelen niet gewoon elkaar gaan beroven, verkrachten en vervolgens doodschieten? Het is namelijk het beste als een probleem zichzelf oplost!


DJIM (De Ware Tijd, 25-05-2019)


Het zit nog vers in ons geheugen. Die heksenjacht die er is geweest op een aantal van onze favoriete restaurants die het niet zo nauw namen met de hygiene regels. Controle is goed maar het moet wel consequent gebeuren en de gemeenschap ten goede komen. Nu lijkt het belang van de ondernemer voorop te staan en dat is niet altijd even goed. Controlerende organen moeten zich gaan beraden en bepalen waar nou exact het zwaartepunt van het doel van hun werkzaamheden ligt. Waarom zeg ik dat?

Ondanks onze crisis hebben we nog steeds een groei als het op restaurants aankomt. En het is mooi om te zien dat we steeds diverser zijn. Verandering van spijs doet eten en dat doen we graag, dat veranderen van spijs om onze eetlust op peil te houden. Zowel op culinair als op sexueel gebied zijn we vrij avontuurlijk maar over het een zijn we eerlijker dan over het ander. Het bestaan van een florerende sexwerker zone met transgender personen is daar een stille getuige van.

Waar ook een explosieve groei in te merken is, is het aantal sportscholen. Dat is goed want, net zoals bij de transgenders sekswerkers, wil dat zeggen dat er een markt voor is. Er is vraag naar. Grote vraag zelfs! Sportscholen, of djims zoals we het noemen omdat we dat stoerder vinden dan normaal Nederlands, schieten als paddestoelen uit de grond. En net als deze schimmels, die soms eetbaar zijn en soms niet, zijn er ook gyms die wel of niet te pruimen zijn.

Zelf ben ik ook lid van zo een gym. Naast voor het sporten, wil ik er ook heen gaan voor mijn ontspanning. Echter gaat dat niet altijd. Op de zaterdag zijn er rondrennende kinderen die niet snappen dat ze in een ruimte rennen waar er elk moment een zwaar ijzeren gewicht op hen kan vallen. Ook niet hun taak om zich daarvan te bewust te zijn maar van hun ouders. Foei, ouders! Soms laat de hygiene te wensen over en vaak ook de communicatie. Soms is klantvriendelijkheid ver te zoeken terwijl een sportschool een plek is waar mensen om verschillende redenen komen.

De een komt om spieren te kweken, de ander om karakter te bouwen. Soms is het medisch, soms psychisch. Je weet het nooit! En daarom is klantvriendelijkheid altijd op haar plaats. Laatst zag ik hoe een baliemedewerker een klant praktisch pampaneerde omdat hij zijn pasje vergeten was. Dat is uit den boze. Zoek de naam van de klant op en als de contributie is betaald, laat je deze gewoon door. Het is een simpele gym, geen priveclub! Helemaal onterecht als de betreffende gym eruit ziet als een vogelverschrikker in gebouwvorm.

Als het goed is, weet u waar ik heen wil met dit verhaal. Althans dat hoop ik. Voor wie het niet weet, no span, ik zeg het nu: “Een controlerend en toezichthoudend orgaan voor sportscholen moet er komen!” Dat niet alleen. Want simultaan met de groei in gyms is er ook een groei aan personal trainers. En ook daar zijn het weer schimmels. De een is niet te pruimen, de ander is heerlijk. Voor het oog en het lichaam. Ook hier is een toezichthoudend orgaan gewenst. En dan wel een met een kwaliteitskeurmerk zoals we dat tegenwoordig met gidsen in het toerisme hebben.

Wat ik soms zie, doet pijn. In mijn hart! Omdat ik mensen zie die beter willen en zich uit wanhoop vastklampen aan iemand die pretendeert de juiste kennis te hebben, maar dat overduidelijk niet heeft. Vaak zie ik hoe trainers drukker bezig zijn met hun mobiele telefoons. Of dat ze verveeld voor zich uitstaren terwijl hun klant op een, voor hun, revolutionaire manier bezig is. Maar een compliment? Never! Vaak krijgen mensen juist een trap na. Motiveren, noemen ze dat. “Je hebt niet gehuild dus je hebt niet goed getrained!”.

Wat je ook vaak ziet, is dat trainers zelf niet het goede voorbeeld zijn. Van die types die dunne beentjes hebben en een enorm bovenlijf. Geen balans, niet in evenwicht. Nog erger is het gebrek aan kennis. Dit kan leiden tot gevaarlijke blessures. Niet alleen lichamelijk! Djeme in de djim,  moeten we juist niet hebben. Het advies: toezichthouden en controleren. Alstublieft...

OMA (De Ware Tijd, 18-05-2019)


Iedere middag bij het thuiskomen, zag ik de buurvrouw bezig op haar erf. Ze was aan het harken, onkruid wieden, zweette zich rot maar maakte altijd tijd voor een praatje met me. Ik maakte ook graag tijd voor een babbeltje met haar. Ze was namelijk wat ouder en deed me denken aan mijn oma’s. Deze hebben heel veel betekent voor mij tijdens mijn periode in Suriname. En ook al zag ik ze gedurende mijn periode in Nederland niet of nauwelijks, heb ik ze altijd dicht bij mijn hart gehouden.
Zelfs na de dood zijn deze twee vrouwen mij blijven begeleiden. 

Recentelijk was ik bij een ziener. Een echte. Eentje die geen geld vraagt maar gewoon zijn boodschappen van gene zijde doorgeeft wanneer het nodig is. Voor sommigen kan dit misschien klinken als afgoderij of anderen kunnen het zelfs als hocus pocus. Maar als boeddhist geloof ik dat de dood niet het einde is. Het is slecht de overstap naar een andere fase waarbij men niet meer lijfelijk bestaat.

Als boeddhist geloof ik ook in de mystieke, positieve, krachten van het leven. Dat mijn omas niet meer lijfelijk aanwezig zijn, doet soms pijn. Maar daarom vind ik het juist zo fijn dat zij hun nauwlettende oog kenbaar maken middels mensen die nog wel lijfelijk op deze aarde zijn zoals de oudere buurvrouw waar ik altijd een praatje mee maak. Onlangs zei ze iets dat me er nog meer van overtuigde dat zij de vleesgeworden stem was van mijn oma’s. “Ik heb een kleinzoon. Hij heeft geen vrouw en geen kinderen. Net als jij. Dat klopt toch?” Ik begon te lachen.

“Nou!”, vervolgde ze, “mijn kleinzoon is altijd de eerste die mij belt op Moederdag. Die jongen is zo bijzonder. En geen haar op mijn hoofd die erover nadenkt om hem te verstoten ‘omdat hij geen vrouw heeft’.” Weer moest ik lachen. Het deed me denken aan mijn oma’s. Want beiden reageerden precies zo toen ik jaren geleden mijn ouders ‘het heuglijke nieuws’ vertelde. Beiden riepen mijn ouders ter verantwoording en zeiden dat het hen helemaal niets uitmaakte en dat dit ook voor hen diende te gelden.

Mooi dat ik een soortgelijk bericht te horen kreeg op mijn verjaardag. Want dat was het op de bewuste dag van het gesprek met de buurvrouw. Ik heb haar niet verteld dat ik jarig was. En wie niet met mij bevriend is op social media, weet het ook niet. Het was wel een verjaardag waarbij ietwat met mijn ziel onder mijn arm liep. Het werk was superdruk en ik had gewoon heel de dag keihard staan werken. Was daarna zelfs naar de sportschool gegaan alsof het een normale dag was. Collegas en vrienden hadden aandacht besteed aan me en gezorgd dat ik niet vergat dat ik jarig was. Mijn vader had me getrakteerd op een lekkere lunch.

Maar dit, dit was voor mij zowat het kersje op de verjaardagstaart. Het was alsof mijn oma’s mij allebei lieten weten dat zij in hun gedachten, zover ze dat hebben in hun andere levensstaat, ook bij mij waren op mijn verjaardag. Het deed me goed. Blij lachend liep ik verder naar huis. Waarom was er eigenlijk niet een speciale Omadag? En Opadag? Waarom alleen Vader- en Moederdag? Vooral in een land als Suriname waar grootmoeders een flink deel van de opvoeding op zich hebben genomen.
Daarom zijn al die tienerzwangerschappen van de laatste jaren extra zorgelijk. Het wil namelijk zeggen dat we een hele grote groep vrouwen gaan krijgen die op (te?) jonge leeftijd de rol van oma moet gaan vervullen terwijl ze zelf nog niet zover zijn. Ze hebben de rol van een bigisma terwijl ze nog in hun, individuele, fase zitten van een sma zijn met alle geneugten die daarbij horen. Ik denk dat we dit al merken in onze samenleving. De rots in de branding van onze samenleving is nooit ‘het gezin’ geweest.

Het was altijd de oudere vrouw die het huishouden, en dus het gezin, draaiende hield. We zeggen niet zomaar dat wijsheid met de jaren komt. Daarom zijn het vaak de oma’s die hun’ vrouwloze’ kleinzonen opvangen. Want wie blijven bij hen tot aan het einde? Die stoere zonen met meerdere vrouwen zeker...

DIENST (De Ware Tijd, 11-05-2019)


Ze was de eerste dienst die ik had die mijn huis perfect schoonmaakte. Veel beter dan wat ik gewend was. Volgens eigen zeggen hield ze ook echt van schoonmaken. Ze werd gelukkig wanneer ze een ruimte spik en span had gekregen. Elke dinsdag was thuiskomen ook echt een pretje voor mij. Mijn huis was zo goed schoon gemaakt dat ik het met minimale moeite, handig met mijn drukke schema, kon schoonhouden totdat ze weer kwam.

In Nederland had ik ook een dienst. Dat was een ander verhaal. Ze kwam uit een strenge macho-cultuur waar men niet altijd even positief keek naar niet-blanken. Maar ik was anders zei ze meteen. Ik had een goed hart! En ik werkte ook nog hard. Dat waardeerde ze enorm. Logisch, dacht ik bij mezelf, anders kon ik mij geen dienst veroorloven. Ze leek iets te zoeken in mijn huis. Toen vroeg ze of ik een vrouw had. Ze zocht dus naar sporen daarvan! Ik vroeg haar waarom ze dacht dat ik een dienst nodig had. Omdat er geen vrouw in huis was. Ze moest erom lachen. Ergens in haar ogen zag ik een vlaag medelijden. Liever dat dan walging, dacht ik bij mezelf, half spottend.

Mijn dienst in Suriname deed hetzelfde bij het begin van onze samenwerking. Ze ging er wel iets anders mee om. Het viel me al een tijdje op dat ze extra klusjes deed. Als ze tijd over had, maakte ze zelfs de tuin schoon, vouwde mijn schone kleren op en borg ze netjes in de kast. Dat was niet van te voren besproken als onderdeel van haar werkzaamheden maar ik vond het prima. Toen ik haar een keer doorverwees naar een kennis vond ze dat niet zo leuk. Bleek dat ze niet alleen extra klusjes deed. Ze werkte ook nog eens tegen een gereduceerd tarief voor me. Andere mensen waar ze voor werkte vroeg ze veel meer. Toen ik haar vroeg waarom, slikte ze even. “Ik heb medelijden met je. Zo alleen woon je.”

Ik schrok daarvan. Kwam ik zo zielig over? Daar moest ik meteen aan denken. Dat zegt natuurlijk wel iets over mijzelf. Terugkijkend op mijn tijd in Suriname viel het me inderdaad op dat men vaker had aangegeven het zo ‘zielig’ te vinden dat ik alleen was. Men kon zich bijna niet voorstellen dat het een bewuste keuze van mij was. Waarom was dat nou weer zielig? Is het nou zo een drama om een andere invulling, dan de maatschappij vereist, aan mijn leven te geven? Waarom kunnen mensen hun eigen idealen niet loskoppelen wanneer zij andermans leven aanschouwen? Dat frustreerde mij!

Totdat ik besefte dat ik hetzelfde deed bij anderen. Niet dat het iets nieuws was. Er zit gewoon een verschil tussen iets weten en iets beseffen. Dus wanneer het kwartje echt valt. Nu viel het als een rots. Of als mijzelf voor ik aan mijn nieuwe dieet begon. Wat was ik zwaar zeg! Maar dat even terzijde. Een beetje zelfspot tussendoor kan geen kwaad. Aangezien ik toch zieliger overkom dan ik mij daadwerkelijk voel, mag ik best extra dramatisch doen.

Ik vind het wel mooi dat wij allemaal andere prioriteiten stellen. Er is iemand die ik ken, die SRD 1500 netto verdiend. Die betaalt SRD 1400 per maand om zijn auto af te lossen! Heeft een vriendin, inclusief voorkind, genomen en rijdt daarom, naast zijn voltijdsbaan, ook nog eens taxi. Hij ziet het als zijn taak om haar te ondersteunen, ondanks dat haar kind enkele jaren ouder dan hun relatie is. Boi! Op tijd slikte ik mijn woorden in.

Het is zijn keuze en hij zal er vast gelukkig mee zijn. Ik moet vooral niet met mijn, toch Westerse, ogen kijken en beoordelen hoe hij zijn leven inrichte. Net zoals dat ik niet begrijp waarom de dienst mij zielig vond, zal hij toch niet begrijpen waarom ik hem een goedzak vind. Toen ik zijn vriendin zag, snapte ik het wel. Ze was een schat. Haar ex was gewoon een sukkel wiens prioriteiten niet lagen bij het kind dat hij verwekt heeft.

Tegenwoordig heb ik geen dienst. Een van de dingen die ik moest schrappen om mijn nieuwe gezonde levensstijl te kunnen veroorloven. Zelf schoonmaken is ook beweging en dus gezond!



LEEEEUK ( De Ware Tijd, 04-05-2019)


Alsof het de spannendste film was die ik in tijden had gezien, luisterde ik naar de spreker. Ik volgde een masterclass die ging over het het inrichten van ruimtes. Daarbij kwam feng shui ter sprake. Het ging dus over meer dan alleen het inrichten van een ruimte. Het ging over de harmonie tussen de elementen, het prikkelen van alle zintuigen maar vooral hoe men vanuit de eigen kracht een concept kon neerzetten zonder in te boeten aan individualiteit. Nee, er werd ons juist verteld dat dicht bij onszelf blijven, vertrouwen in ons eigen kunnen zonder bang te zijn, ons verder zou brengen. Angst beperkt ons in onze ontwikkeling.

Ik denk dat dit de motivatie moet zijn geweest voor een van mijn medecursisten om haar hand op te steken. Ze zei dat ze plaatjes miste. En sprak zelfs namens de groep. Aan haar accent te horen, was ze zoals ik, een Suri-Ned. Het irriteerde me gelijk. Ik had niet de behoefte aan plaatjes. De facilitator van deze masterclass was de ruimte binnengekomen met een grote Japanse gong, een meditatiekussen, een mooie houten tak die behangen was met mooie stukken hout die aan koordjes waren vastgemaakt. Verder stond er rustgevende muziek op. En af en toe kwam er een vlaag van een lekkere geur voorbij.Ze had er dus voor gezorgd dat onze zintuigen werden geprikkeld.

Daarom vond ik de opmerking van mijn medecursist erg ongefundeerd. Ik kreeg plaatsvervangende schaamte toen ze ook nog eens zei: “U doet het leuk hoor, erg interessant vind ik het, maar ik zou toch wat plaatjes willen zien.” Volgens mij heeft men niet altijd door hoe het klinkt wanneer men een zin begint met “Je doet het leuk, hoor, maar..”. Ik vind het erg belerend. Daarnaast heb ik door mijn opleiding aan de Kunstacademie met harde hand afgeleerd het woord ‘leuk’ te gebruiken om iets te beschrijven.

Destijds vers uit Suriname, net in Nederland, had ik daar erg veel moeite mee. Het woord ‘leuk’ is meestal het eerste wat er uit menig Surinamers mond komt, wanneer men vraagt wat de persoon van iets, wat dan ook, vindt. Vooral bij kleine kinderen. Maar hen is het nog te vergeven. Volwassenen die zeggen “Het was leuk.”, daar kan ik nu niet meer zo goed tegen. Er zijn zoveel andere woorden die een omschrijving kunnen geven. Iets was interessant, spannend, saai, intrigerend, inspirerend, emotioneel, gevoelig. Maar wij vinden het altijd maar leuk, ook als het niet leuk is.

Het andere wat mij irriteerde, was hoe vaak wij, als Suri-Neds ons geroepen voelen om alles beter te weten. Omdat we uit Nederland komen, hebben we de wijsheid in pacht. Dat is zo verre van waar! We zijn getraind om daar te functioneren. Dat wil niet zeggen dat wij het dan ook hier zullen redden. In de jaren dat ik hier woon, nu bijna zes, heb ik er aardig wat zien komen. Met de grootste ego’s en de meeste grootspraak. Die heb ik net zo hard zien wegrennen met hun staart tussen de benen.

Het is geen kunst om opgedane kennis toe te passen. De kunst zit hem in het aanpassen van die kennis opdat deze dan multi-inzetbaar kan worden. Daarbij is het goed om even pas op de plaats te maken. Te observeren. Als mijn medecursiste dat had gedaan, dan had ze de foto-boeken al klaar zien liggen en wist ze dat het beeldmateriaal eraan kwam. Als ze de moeite had genomen te observeren dat had ze doorgehad dat de facilitator het doel had ons een belevenis te geven. Helaas ging dat aan haar voorbij. En met haar grote Hollandse ego bedacht ze dat het dus aan de hele groep voorbij was gegaan. Nee!

Echter moet ik toegeven dat ik  ook jaloers was. Ze stelde zonder blikken of blozen een ‘domme’ vraag. Ik zou dat nooit doen. Dat is de reden dat ik pas vorige week exact begreep wat ’t kofschip nou inhoudt. Het universum hield mij heel dat moment een spiegel voor. Ik zag mezelf in de schoolbanken zitten. Zweten en proberen de moed te krijgen simpelweg aan te geven dat ik het niet snapte. Angst was toen echt de beperking voor mijn ontwikkeling. Leuk is anders en dat blijkt!


VERSLAAFt (De Ware Tijd, 27-04-2019)


Een uitspraak die ik deed tijdens een korte presentatie die ik moest geven, bleef in mijn hoofd hangen. Het ging ondere andere over change-management. Gerelateerd daaraan zei ik tegen de studenten dat het bereiken van een specifiek doel het makkelijkste was. Daarna begon het echte werk, het behouden, pas. Mijn voorbeeld was gekoppeld aan mijn gevecht tegen diabetes. Ik was binnen zeven weken hetzelfde aantal, zeven dus, kilo’s kwijt geraakt. Best makkelijk want ik moest alleen maar in mijn hoofd prenten dat ik moest bewegen en af moest blijven van alles waar slechte koolhydraten, vooral suiker, in zaten. Het klopt dat er vrij weinig overblijft dan. Zeker omdat ik in eerste instantie ook geen fruit mocht.

Inmiddels mag ik fruit maar in hele kleine mate. Op mijn eigen verzoek heb ik echter nog niet de stap genomen het weer op te nemen in mijn dieet. De angst geen maat te kunnen houden, weerhoud mij. Ik ben er duidelijk nog niet klaar voor om met die vrijheid om te gaan. Ondanks dat ik weet dat elke handeling mijn eigen keuze is, en ik het dus zelf in de hand heb, stelt dat mij niet gerust. De terug verworven vrijheid om te eten wat ik wil, maakte mij zo bang dat ik liever binnen de beperkende regels blijf. Vrijheid was toch zo belangrijk voor mij? Elke vorm van beperking geeft mij een benauwd gevoel!

Om mezelf te kunnen begrijpen, grijp ik vaak terug naar het verleden. Zowel mijn persoonlijke als ons gemeenschappelijke (slavernij)verleden. Niet uit woede op de ‘witte man’. Ik doe dat omdat onze voorouders zijn gedehumaniseerd. Vervolgens gefokt totdat zij een ras van sterke  gekleurde mensen waren die alles deden en dachten binnen het ‘witte’ kader. Het was het enige kader dat zij kenden. We weten dat velen van hen er na de afschaffing van de slavernij toch voor kozen op de plantages te blijven. Vrijheid werd op dat moment iets dat onze voorouders angst inboezemde. De toekomst was onzeker. Ineens moesten we voor onszelf zorgen, en denken!, terwijl dat voorheen altijd gedaan werd.

Zoals ik het zie, hebben wij een klein foutje gemaakt. We hebben destijds het dehumaniseringsproces niet teruggedraaid! We zijn gelijk gedoken in de vrijheid zonder erbij stil te staan dat alles wat we deden of dachten binnen dat ‘witte’ kader zou blijven. Zelfs nu nog. De zogenaamde ‘wakkeren’ onder ons, en vooral in de diaspora, lijken dit te vergeten. Dat terwijl ze letterlijk in het ‘witte kader’ leven, wonen en werken. Kijken we naar een beweging als black lives matter dan vind ik dat niets meer dan een gekleurde versie van een white power beweging. Maar de een vinden we fout en racistisch en de ander is, om wat voor reden dan ook, goed. Ik kan het daar niet mee eens zijn. Als we weer waren gehumaniseerd dan zouden we waarschijnlijk in vrede met ons zwart zijn geweest. 

Het uitschreeuwen dat onze zwarte levens ertoe doen is niets anders dan een manier om niemand anders dan onszelf daarvan te overtuigen. Binnen het ‘witte kader’ was, en is?, het namelijk niet zo.
Vrijheid is een moeilijk iets. Het is een proces van loslaten maar in eerste instantie is het een kwestie van duidelijk kunnen zien. Wanneer we de zelf opgeworpen barricades, tralies of beperkende overtuigingen hebben gezien, kunnen we ze pas afbreken en vervangen voor iets nieuws.  Alles wat we tot nu toe hebben gedaan is slechts gebouwd op een oude fundering. 

Ook al staan we daardoor hoger dan voorheen, onze basis is nog steeds dat van een minderwaardig wezen dat er niet toe doet. Dat moet eerst veranderen. Dat kunnen we pas doen als we inzien en accepteren wat de exacte impact is geweest van een generaties overkoepelend dehumaniseringsproces. De vlucht van onze mensen in de religie van de voormalige overheerser is er een gevolg van. Het is een andere manier van vrijheidsbeperking. Anderzijds kan het gezien worden als het vervangen van de ene verslaving met de andere.

Boi, nooit gedacht dat het afkicken van mijn suikerverslaving zo diep zou gaan. Change management gebiedt dat men ook de kleine stappen richting verandering viert. Ik vier daarom de nieuw verworven inzichten in mijn zelf en ons zijn.


TERMINEREN (De Ware Tijd, 20-04-2019)


Ooit zei een vriend tegen mij: “Als het zo moet, dan heeft het leven geen zin voor mij. Ik ben niet suicidaal maar wat heeft het leven voor nut op deze manier?” Hij baalde enorm omdat hij al een flink aantal jaren wachtte op ‘de ware’. Hij was niet de enige in mijn vriendengroep. Het waren er drie of vier die allemaal heteroseksueel waren en aan het vechten waren met hun biologische klok. Mannen zijn, biologisch gezien, hun hele leven vruchtbaar. Echter wil dat niet zeggen dat het verstandig is om op latere leeftijd kinderen te krijgen. Ze ambieerden een jonge vader te zijn en niet eentje die met een wandelstok en gekromde rug achter zijn jonge kroost poogde te rennen. En om een puber aan te kunnen, moet men als ouder toch wel in de piek van zowel mentale als fysieke kracht zijn.

Een aantal van hen heeft het probleem opgelost door met een meisje te gaan dat niet hun eerste keus was. Liever dat dan alleen door het leven. Want dan is men een loser. Een van hen presteerde het een kind te krijgen met een meisje waarover hij ooit had gezegd: ‘Ach, ze is niet de mooiste maar ze is wel lief’. Zij had niet opgegeven en hu  verhaal is  eigenlijk een duidelijk voorbeeld geworden van een aanhoudster die gewonnen heeft. Maar voor hoe lang? Hoe lang kan iemand bij een partner blijven die eigenlijk geen eerste keus was? Zal dat geen parten spelen op het gebied van verdraagzaamheid? Of in het uiten van liefde? Zou men tegen zo iemand kunnen zeggen en het menen: “Ik hou van je.”? Het zijn allemaal zaken die ik van belang vind. Zeker bij iemand met wie ik zowel bed als leven deel.

Echter is dit niet waar ik precies over wil schrijven deze week. Ik noem het omdat zij, zoals ik het zie, genoegen nemen met een tweede keus terwijl ze eigenlijk gewoon uit het leven wilden stappen. Dat zette me aan het denken. Men neemt genoegen met minder zolang men maar in leven blijft? Als ik in de winkel sta om iets te kopen en ik vind niets, dan ga ik die winkel uit om naar een ander te gaan. Die vrijheid heb ik. Als het gaat om leven an sich dan zien velen van ons dat anders. En ik heb daar mijn vraagtekens bij. Want waarom zou iemand niet de keus mogen maken om een ongelukkig leven te termineren? Waarom moeten we in leven blijven als we zelf de zin ervan niet (meer) inzien?

Vanuit ons slavernijverleden weet ik dat onze voorouders soms de keus maakten hun leven te beeindigen door hun tong door te slikken of in hongerstaking te gaan. Ik kan me voorstellen dat dit voor een plantagehouder, zakelijk gezien, dus een verlies van inkomsten is. Dan lijkt het mij een logische stap om mensen aan te leren dat zelfmoord een zonde is en een teken van zwakte. Emotioneel gezien, kunnen we ook er tegen zijn. Maar dat is om egocentrische redenen. Ik zei ook tegen mijn goede vriend dat hij geen zelfmoord, ik noem het liever zelfterminatie, moest plegen omdat ik hem anders zou missen. En meer mensen om hen heen. Was het dan nu zijn taak om dat leven waar hij niet gelukkig van werd, te blijven leiden zodat zijn omgeving gelukkig zou blijven met zijn aanwezigheid, hoe intens ongelukkig hij ook was?

Vanuit de maatschappij bekeken is het best logisch dat we zelfterminatie stigmatiseren. Tot op zekere hoogte dan. Want zolang we nog in staat zijn te werken, zijn we broodnodige werkpaarden die tot een bepaalde leeftijd dienen bij te dragen aan de maatschappij. Is dat onze vrijheid? Als we echt de totale vrijheid hadden om ons leven in te vullen zoals wij dat zouden willen, dan zouden we geen problemen maken over het aanhangen van verschillende religieen of het hebben van verschillende geaardheden. Zijn we daarom zo gemeen tegen mensen die dwars door alles heen de keuze maken om te zijn wie ze zijn? Die kreet, “Mag ik vrij zijn?!”, word lacherig gebruikt maar gaat best diep! Moet echte vrijheid niet inhouden dat wij zelf bepalen wanneer wij ons eigen leven termineren?

(geen naam) (De Ware Tijd, 13-04-2019)


Altijd kijk ik met veel verbazing naar de foto’s die op social media worden gedeeld door dat controlerende orgaan dat is belast met de hygiene in het restaurantwezen. Het is een grote ergernis dat men nooit de namen van de restaurants plaatst. Ik heb me weleens laten vertellen dat men dit doet om de identiteit van de ondernemer te beschermen. En altijd vraag ik me af of het niet de taak van de instantie is om de gemeenschap te beschermen tegen ondernemers die het niet zo nauw nemen met hygiene en voedselveiligheid, en dus de gemeenschap. Waarom zou men zo iemand beschermen?

Na een tijdje de fotos te hebben geanalyseerd ben ik tot de conclusie gekomen dat het moeilijk is om iemand anders aan te spreken op wangedrag als men zelf de zaakjes niet op orde heeft.  Wat bedoel ik daarmee? Nou, te zien aan de viezigheid in de vele restaurants die gesloten worden kan men gerust concluderen dat het opgehoopte troep is van niet een paar dagen of weken maar maanden, misschien wel jaren. Het is veelal aangekoekte rommel van consequent te slecht en onregelmatig schoonmaken. Dat wil zeggen dat dit alleen heeft kunnen gebeuren doordat er te weinig controle is geweest. Ik kan me dan voorstellen dat een instelling daarom zegt “Hey, my bad. Ik noem je naam niet want wij hebben verzuimd jou tijdig op de fouten in jouw beleid te wijzen.” Als dat echt zo is, is het krom en onlogisch gedacht. Voedseveiligheid hoort voorop, in het belang van de gemeenschap!

Wat ik zou voorstellen? Als het echt gaat om het beschermen van ondernemers en hun broodwinning, zou ik de controles opvoeren naar 2x per jaar. En ik zou beginnen met het uitsturen van brieven waarin men bijvoorbeeld twee weken van te voren gewaarschuwd wordt dat er een controle zal plaatsvinden. Het doel is namelijk een schone zaak, toch? Ondernemer maakt zaak schoon, joepie. Maar als deze dat verzuimt, ondanks de aankondiging, dan vraagt deze zelf om een ereplek aan de schandpaal!

Wat ik verder zou doen? De controles laten uitvoeren door mensen die ECHT verstand van het vak hebben en weten waar ze over praten. Oja, en ze moeten niet vatbaar zijn voor tjoekoe, the father of all evil. Foto’s plaatsen zou ik alleen doen mits het before en after foto’s zijn. Waarom foto’s verspreiden van hoe vies het is maar geen melding maken dat Ondernemer A de waarschuwing serieus heeft genomen en zijn eetgelegenheid heeft schoongemaakt?

Men vertelt ons dat (geennaam) onveilig is, laat ons raden wat dat (geennaam) is en geeft vervolgens niet eens melding wanneer dat (geenaam) weer veilig is. Dat is apart. Dat vind ik niet echt rekening houden met de ondernemer en helemaal niet met de gemeenschap. Gelukkig weten we altijd wel over welke (geennaam) ze het hebben maar juist daarom is het belangrijk om  er ook nieuws van te maken wanneer (geennaam) goed is aangepakt en hersteld.

Tevens vind ik dat men een soort certificaat moet afgeven waaruit blijkt dat een zaak wel hygienisch is. Een soort garantie voor een hygienische bedrijfsvoering net zoals Trip Advisor dat heeft op het gebied van gastvrijheid en dienstverlening. Maar dat kan pas serieus genomen worden als het controlerende orgaan ook aan zichzelf gaat werken want voor alles geldt ‘practice what you preach’. Maar het zou beter zijn om positief te werken. Zet de zaken die het wel goed doen in het zonnetje zodat de rest dat ook gaat willen. Zo stimuleert men positieve concurrentie waar en de ondernemer en de gemeenschap mee geholpen zijn.

De Surinaamse horeca is heel divers in haar uitingsvormen en alle aspecten moeten veilig zijn. Daar mogen we trouwens best trots op zijn want we hebben voor elke portemonnee wat wils!
Gelukkig is er nog niemand overleden aan voedselvergiftiging. Sinds ik in Suriname woon heb ik het zelf drie keer meegemaakt. En dat was zeker niet van eten bij een warung of afhaal-Chinees! Het is geen pretje en zeer gevaarlijk. Het kan zelfs dodelijk zijn. Wanneer men dat heeft meegemaakt, zal men snappen waarom het zo belangrijk is om onhygienische zaken te benoemen en ons niet te laten gissen in welk (geennaam) ons leven in goede handen is!

BRU-NEIN (De Ware Tijd, 06-04-2019)


Ook deze week zijn er weer zaken aan de orde gekomen die mij opvielen. Een daarvan was het invoeren van de sharia in het koninkrijk Brunei. Deze kleine staat heeft al tijden lang een enorm goede band met het Nederlandse koningshuis. Het is daarom zo opvallend dat zij nu ineens, anno 2019, de doodstraf gaan invoeren om homoseksualiteit, maar ook ‘uitlopen’ overigens, tegen te gaan. Voor mij laat het zien dat stilstand(of achteruitgang) niet het alleenrecht is van, zoals ‘ze’ ons noemen, ontwikkelingslanden. Juist daar waar men zogenaamd beschaafd is, kan men ineens heel erg terug gaan in de tijd en in intelligentie.

Waarom ik het een afname van intelligentie vind om zo te denken? Omdat een weldenkend mens, die het grotere geheel kan zien, nooit een wet zal aannemen waarin twee mensen gedood worden om iets dat in de privesfeer gebeurd. Al helemaal niet een daad waar men zogenaamd niet over na wilt denken. Waarom dan jezelf dwingen dit wel te doen door het te benoemen en er een wet tegen te bedenken in een proces dat waarschijnlijk maanden of jaren in beslag heeft genomen? Doe dan zoals de Chinezen en zeg dat het niet bestaat in jouw land. Klaar. Iemand straffen door deze te laten stenigen tot de dood is al helemaal stom en onmenselijk.

Hoe ouder ik word, en hoe meer ik mensen analyseer, hoe meer ik geneigd ben te concluderen dat al het wrede en wat we beschouwen als onmenselijk, juist het menselijke is. Want dit stenigen zal gebeuren of door de gemeenschap zelf of onder toeziend oog van de gemeenschap. Mensen staan dus toe dat andere mensen gemarteld worden en een wrede dood sterven. Hoe zeer ik ook tegen uitlopen ben, iemand daarvoor stenigen tot de dood vind ik niet goed. Tevens vind ik dat wij als mens absoluut niet voor god mogen spelen en bepalen wat een goede straf is voor iets dat anderen uit vrije wil metr elkaar doen. Laat het over aan karma. En als mensen echt in god geloven dan moeten ze erop vertrouwen dat hij, of zij, doet wat goed is. Maar zelf voor god spelen vinden we veel leuker natuurlijk! Vooral wanneer we, in ons hoofd, een goede reden hebben om geweld toe te passen. Ik kan nu alleen maar denken “Wat is de mens toch een naar wezen!”. De menselijke geschiedenis, en vooral de christelijke, is vol met moord en doodslag. Allemaal voor het zogenaamde heilige woord maar wat is heiligheid als mensen daarvoor moeten sterven?

Onlangs had ik een interview met een bekende kunstenaar. Hij zei, in grote lijnen, dat alles wat er fout is aan de wereld eigenlijk toe te dichten is aan de man. De man is de enige soort die leven geschonken wordt door een vrouw en die diezelfde vrouw vervolgens gaat onderdrukken, verkrachten en degraderen tot niets meer dan een lichaam. Het is jammer dat ik achteraf dat interview niet kon publiceren. Want er zijn meer mannen zoals hij nodig. Mannen die zich hebben bevrijd van toxic masculinity, zoals we dat zo mooi kunnen noemen. Dat het patriarchaat niet goed voor de wereld is geweest, kunnen wij eigenlijk al 2000 jaar concluderen. Helaas willen, of mogen?, we dat niet zien.

Wie weleens naar The Simpsons kijkt, weet dat de hoofdfiguur Bart altijd een statement maakt middels de strafregels die hij schrijft op het schoolbord. In een aflevering van twee weken geleden schreef hij de zin “Patriarchy is a wiener”. En dat dekt de lading wel. Het patriarchaat is een lul! Het is grappig maar het is precies zoals het is. Het patriarchaat is niets anders dan een groep die een penis heeft, daar bepaalde gedragsregels (waarbij ethiek ondergeschikt is) aan verbonden heeft en alles dat daar niet aan voldoet (zoals vrouwen, homoseksuelen en zachtaardige heteroseksuele mannen) helemaal vergruisd, stigmatiseert en onderdrukt. Het is goed zien dat het einde nadert. Niet het einde der tijden zoals christenen denken. Het einde van het patriarchaat nadert. Daarom vind ik deze stap van Brunei, en soortgelijke landen, naast een no-go, ook een teken aan de wand dat het patriarchaat een kater in het nauw is die rare sprongen maakt terwijl het bijna de laatste adem uitblaast.


RECEPT (De Ware Tijd, 30-03-2019)


Vanochtend vertrok ik van huis om richting de sportschool te gaan. Sinds mijn nieuwe dieet waarin ik helemaal geen koolhydraten uit zetmeel gebruik, voel ik mij fitter. Makkelijk is het niet want door het sporten, heb ik meer honger terwijl ik minder eet. Het zorgt ervoor dat ik sneller geirriteerd raak dan normaal. Dus toen ik mijn poort uit wilde lopen, zag ik een groep mensen staan. Verdorie, dacht ik, terwijl mijn ogen vuur spuwden. Ik heb geen zin in jullie woord en als een van jullie mij aanspreekt, ga ik voor het eerst ernstig onbeleefd zijn. Kennelijk ben ik thelepatisch want de hele groep bleef op een afstand staan. Het kan ook komen doordat mijn tattoeages op mijn armen zichtbaar waren en men ervan uitging dat ik duivels was. Voor het eerst was ik blij met onwetendheid!

Ik kan er heel slecht tegen wanneer mensen mij proberen te overtuigen van iets waarvan ik niets wil weten. Door de jaren heen ben ik er zelf erg agressief van geworden. Mensen zijn hardhorend namelijk. Het argument dat ik boeddhist ben en gelukkig daarmee, lijkt tegen dovemansoren gezegd. “We zullen voor je bidden.” Nee, dat hoeft niet. “Jawel, want we hopen dat je toch de weg naar de Here vindt.” Nee, dat wil ik niet. Wanneer ik met argumenten kom waar men niets tegen in te brengen heeft, zegt men: “U bent zo slim, u zou een goede broeder in de gemeente zijn.”Erg slecht voor de bloeddruk dit!

Soms wou ik dat ik net zo lastig was met mijn Boeddhistische kennis als de Jehova’s Getuigen met hun zogenaamde waarheid. Maar ik weiger dat. Niet omdat ik mijn koni voor mezelf wil houden maar omdat ik vind dat een ieder het recht heeft om zelf te ontdekken wat bij de persoon past, zonder invloeden van buitenaf. Voor mij is het bekeren van mensen juist iets duivels omdat het vaak gebeurd op een manier waarbij angst de zweep is. Ook het verplichten van kinderen om hetzelfde geloof aan te nemen als de ouders vind ik een manko bij de opvoeding.

Een kind moet vrij zijn om te ontdekken wat hem of haar gelukkig maakt. Elk hebben we ons unieke recept daarvoor. De kunst is om het recept te bereiden ondanks de omstandigheden. Velen van ons bereiden hun geluksrecept niet of passen het aan naar de behoefte van de omgeving. Maar een gerecht opeten dat niet naar jouw smaak is, is toch niet prettig? Waarom dan kiezen voor een leven dat niet voldoet aan de receptuur die jij nodig hebt om gelukkig te zijn?

De generatie jongeren, en die na hen is gekomen, eigent zich gelukkig nog meer vrijheden toe dan wij hebben gedaan. Zo heb ik bijvoorbeeld gewacht tot mijn achttiende om uit huis te gaan terwijl ik al vanaf mijn negende mijn speciale geluks recept kende. Pas toen ben ik op zoek gegaan naar mijn geluk omdat ik niet gestoord wilde worden door familie en ouders en hun mening over hoe mijn leven in elkaar moest steken. Nu zie je dat pre-tieners die stap nemen waar ik jaren mee heb gewacht. Ik heb daar respect voor. Jammer dat de meeste ouders dat niet of minder hebben.  Zo ben ik pas benaderd door een jongeman. Hij wilde meer weten over het boedhisme. “Dat wat men predikt in de kerk, geeft mij  geen voldoening meer en het is niet mijn waarheid.” Vijftien jaar!

Nou moet ik zeggen dat ik ook op jonge leeftijd tegen mijn oma zei dat ik niet langer naar de zondagsschool wilde omdat ze er nooit antwoord gaven op mijn vragen, ik niet geloofde in god en als ik geloofde dat ik op elke plek ter wereld contact met hem kon maken en daarvoor niet naar de zondagsschool hoefde te gaan om liedjes te gaan zingen. Mijn stem werd gehoord omdat ik mijn mening kon beargumenteren. Dat zei ik ook tegen die jongen van vijftien die bang was zijn ouders voor de voeten te stoten omdat hij interesse had in een ander geloof. Hopelijk zullen zijn ouders op een dag inzien dat vrijheid meer oplevert dan gevangenschap. Mijn oma zag dat gelukkig snel in en daar ben ik haar eeuwig dankbaar voor!

KLORU (De Ware Tijd, 23-03-2019)


Afgelopen week stond in het teken van kleur. Phagwa was voor mij altijd het feest waar ik met plezier naar uitkeek. Dat we het allemaal vieren in ons land vind ik geweldig. Dit jaar heb ik mij afzijdig gehouden en als het ware ‘voelde ik het niet’. Dat kwam vanwege de vele racistische uitlatingen vanuit bepaalde gelederen omtrent de grote feesten en het grote aantal creolen dat zou optreden. Ik vind het stuitend dat wij nog steeds niet in staat zijn echt inclusief te zijn en niet inzien hoe zielig het wel niet is om de wereld vanachter muren van huidskleur an afkomst te aanschouwen.

Hoe belangrijk kleur is, vooral huidskleur, heb ik afgelopen week ook direct gemerkt. Ik was, in een gemeleerd gezelschap, aanwezig bij een presentatie. De groep bestond, naast mij, uit Javanen, enkele dogla-achtigen en een meneer uit Holland. Die laatste was Creools maar zo een lichtgekleurde. Eentje waar ‘white privilege’ niet van toepassing op is maar die het zichzelf wel toe-eigend. Van oudsher zijn we gewend dat zij die lichter van kleur zijn meer privileges hadden en hebben. Het lijkt een globaal fenomeen dat door zowel de bevoordeelde als de benadeelde partij in stand gehouden wordt.

Terwijl we vechten tegen het onderhuidse racisme dat witte mensen tentoonstellen, voortvloeiend uit het verleden waarin hun gedrag normaal was, vergeten we dit aan te pakken binnen onze eigen gelederen. Velen van ons beschouwen het nog steeds als ‘ontwikkeling’ als ze het Nederlandse accent aannemen en ‘witte’ grapjes gaan maken richting mensen die een tint donkerder zijn dan hen. Velen die strijden voor gelijke rechten van zwarten strijden niet voor de zwarte lgbt-ers. Tegelijkertijd zijn vele lgbt-ers ook weer discrimineredn bezig terwijl ze dat als slachtoffer ook zelf ervaren. Dat is net zo krom als lichtgekleurde mensen die iets donkerder gekleurden beschouwen en behandelen als ‘minder’.

Na die presentatie werd ook ik hiermee geconfronteerd. Toen de lichten aan gingen, was het voor die lichtgekleurde meneer reden om ‘grappig’ te doen. Hij keerde zich naar mij om, deed alsof hij schrok en zei: “Christio, jij ook hier? Ik had je niet gezien in het donker.” Bij ieder ander persoon had ik gevraagd of deze ‘mondverlegen’ was of ik had  direct aangegeven dat zijn lichtgekleurde huid hem nog geen vrijbrief gaf om dezelfde stomme grappen te maken die wij, als gekleurde mensen, steeds moeten aanhoren uit de mond van witte mensen. Ik weet dat het maken van die opmerking meer zegt over het  niveau van die persoon die de uitspraak deed dan dat het iets zegt over mij. Ook al zou ik uitleggen wat verkeerd was aan die zogenaamde grap, zou deze het toch niet snappen en zeggen dat ik me niet moet aanstellen ‘want het is maar een grap’.

Die witte mensen verdienen een staande ovatie voor het de-melaniseren en brainwashen van onze voorouders. Zodanig dat het nageslacht zelfs anno 2019 nog steeds probeert hetzelfde gedrag te vertonen als de meesters van toen met als doel een ego boost. Tegenwoordig zijn we dan wel allemaal bezig met black power maar daarbij richten we ons vooral op de Europeanen en hun machtspositie in de voormalige kolonien. Het is aan te raden ook te kijken naar de nakomelingen van de lichtgekleurde elite en ‘gladharige bruinen’. Want ook daar zit duidelijk het een en ander scheef.
Uitsluiting lijkt jammer genoeg inherent aan onze gemeenschap. Ik beschouw daarom alles wat men classificeert als anti-discriminatie als rommel omdat het alleen aan de oppervlakte geldt en vaak alleen voor lichtgekleurde, heteroseksuele mensen. Mij zul je nooit in zo een wandeltocht zien huppelen tussen al die hypocrieten maar ik wens ze altijd wel veel plezier met hun egovergrotende maar nietszeggende actie.

Het racistische gelul rondom Phagwa raakte mij veel meer dan die stomme witte grap van die lichtbruine meneer. Mijn baken van hoop, omdat alle kleuren meetelden, blijkt dat namelijk niet meer te zijn. Er is  dus maar 1 kleur die sommigen willen zien tijdens Phagwa en dat is de kleur van massala. De  vieze zwarte vlek die ik nu zie bij dit kleurenfeest heeft een andere betekenis dan de zwarte smet die er is volgens die Phagwa puriteinen. Die willen een feest vol kleur maar zonder kafri-zwart.

BALANS (De Ware Tijd, 16-03-2019)


Dwars door de ruimte, zodat iedereen het kon horen, schreeuwde ze: “Kun je normaal doen?!”. Ik keek haar verbaasd aan. “Mag ik vrij zijn?”, antwoorde ik half spottend, mijn verbazing en irritatie verbergend. Bij mezelf dacht ik: “Dit is nou typisch iets dat constant in Suriname gebeurt.” Het zette me namelijk aan het denken over zelf-expressie. Het is iets dat al vanaf jongs af aan met de grond gelijk gemaakt wordt. We moeten normaal doen want zodra we er bovenuit schieten of opvallen, kan de masra ons zien en wie weet war voor geks hij bedenkt. Toch?

Mij er iets van aantrekken deed ik half. Ik was in mijn element, voelde me goed en was intensief aan het sporten waarbij ik geluid maakte om met spierverzuring om te kunnen gaan. Mijn zelf-expressie was, om onverklaarbare reden, voor haar een irritatie en dus motivatie om mij te beperken in mijn expressie. Ik merkte wel een innerlijke reactie. Mijn automatische piloot manoeuvreert mij direct in een positie waarin ik anderen niet tot ‘last’ ben, ook al was ik dat niet. Tegenwoordig schakel ik snel terug naar manueel en stop meteen met die volautomatische modus van anderen plezieren.

Haar vriendelijke verzoek deed me ook denken aan twee collega’s wiens gesprek ik had gehoord. Ze waren ervan overtuigd dat hun verlosser echt terug zou keren naar de aarde. Het werkte op mijn lachspieren omdat ik van mening ben dat het goddelijke al in ons zit. De kunst van het creeren vind ik daar een bewijs van. Wie kunst maakt, creert en het goddelijke is een creerende en creatieve kracht. Daarmee wil ik zeggen dat zelf-expressie dus gestimuleerd moet worden want als het echt zo is dat een verlosser zal verschijnen op Aarde dat hij, of zij!, dat zal doen in een menselijke vorm.

Deze persoon zal het mannelijke en vrouwelijke in zich hebben.  Ik denk zelfs dat het logisch is dat een godheid geen of juist alle bekende, en onbekende, geslachtskenmerken zal hebben daar alle wezens zich in hem of haar, of het?, moeten herkennen. Daar komen we al in de problemen want we vinden het van belang ons te houden aan de oude Westerse genderrollen en normen. We vegen alles weg dat anders dan de norm is maar staan er niet bij stil dat deze goddelijke verlosser ook anders dan de norm zal zijn. Wij, als simpele mensen, zullen niet kunnen bevatten wat hij of zij is. Veel van wat we nu zeggen, getuigd ervan dat wij absoluut geen helicopterview hebben over wat het leven op zichzelf betreft. Het alles, waarvan wij met onze simpele mensenhersenen bepalen dat het verkeerd is omdat het anders is,  in de kiem smoren, brengt het leven uit balans.

We keuren bijvoorbeeld homosexualiteit af op basis van de menselijke overtuiging dat het tegennatuurlijk is. Ik moet zeggen dat, als ik de creator was geweest, ik homoseksualiteit wel degelijk zou hebben geschapen. Waarom? Balans! Een wereld vol heteroseksuelen zou na verloop van tijd zichzelf de vernieling in neuken omdat er teveel kinderen geboren worden en de bevolking dus buiten proporties zal groeien. Een percentage dat zich niet voortplant is een strategische zet geweest van de creator.

Vaak zeggen mensen dat er meer homo’s zijn dan vroeger. Ik denk dat dit waar kan zijn en niet alleen om het feit dat men vaker uit de kast komt dan voorheen. De mens is zo destructief bezig op de Aarde dat er een tegenreactie ontstaat. Het is simpelweg oorzaak en gevolg. Net als dat er recentelijk is ontdekt dat het sperma van mannen over de hele wereld in kwaliteit verslechterd. Ook dat is een stategische zet van het leven om te blijven floreren en de destructieve, menselijke invloed in te dammen.

Misschien controversieel om te zeggen, en er zullen vast veel tranen vloeien, maar homoseksualiteit is iets natuurlijks, evenals transgenderisme. Ik denk eerlijk gezegd dat die verlosser zich zal openbaren in een LGBT-persoon. Ik denk zelfs dat deze die verlosser er al is maar dat juist zij die geloven dat niet zullen getuigen.  Dat ze hem, haar of het al vaker bestraffend hebben gezegd zich normaal te gedragen. Arme verlosser. Kan ons niet redden omdat het niet op onze voorwaarden gebeurd...


DOORSLIKKEN (De Ware Tijd, 09-03-2019)


Onder grote zachte dwang ben ik begonnen aan een dieet waarbij ik geen koolhydraten mag. Dit als manier om mijn suikerspiegel weer onder controle te krijgen. Het is moeilijk. Want op dit moment mag ik geen fruit, geen rijst, geen brood. Ik mag groenten, veel groenten, een beetje vlees, soms wat nootjes, eieren en kaas. Wat drinken betreft? Suikervrije stroop, water, groene thee, koffie.

Als ik zeg dat ik het moelijk vind, dan is dat omdat er constant verleidingen om ons heen zijn. En juist als het niet mag dan lijkt het alsof producten extra lekker lijken. Vandaag leek het alsof er een fles cola tot me sprak. Met een diepe en verleidelijke stem zei hij: “Neem me. Stop me in je mond, slik me door. Je wilt me wel!!” Even stond ik naar die fles te kijken. Ik lustte inderdaad die cola.
Als ik nu die fles pak, drink ik die in een keer leeg en ben ik echt van de wal in de sloot gesprongen. Gelukkig hoorde ik mijn yeye tot me praten. Ja, mijn lieve yeye die mij altijd beschermt. Want die cola, boy, die cola is de duivel in een fles. Gelukkig was ik sterk. Net zoals ik ben wanneer het echt een persoon is die mij met sweet talk zou proberen over te halen gekke dingen te doen. Zuchtend pakte ik die fles cola op en zette het weg.

Na een paar jaar te hebben gewerkt in de HIV-preventie heb ik gezien wat er allemaal beschikbaar is voor HIV-positieve mensen. En ik vind het een schril contrast met wat er beschikbaar is voor mensen die kampen met diabetes. Bijna niets. Terwijl er in de medische wereld vaker is gezegd dat, bij de keuze tussen twee kwaden, HIV het minste zou zijn. Het is wel zo dat artsen meer focus hebben voor HIV dan voor diabeten.

Ik heb al eerder beschreven hoe ik op zo een bestraffende wijze werd toegesproken over mijn hoge suikerspiegel. Dat maakt me natuurlijk erg boos omdat ik mezelf al zoveel ontzeg. Het voelt aan alsof ik ineens bij elke inademing moet gaan tellen hoeveel zuurstof ik binnen krijg terwijl ademen een automatisch proces is waar men niet over na hoeft te denken.Wat ook zo frusterend is, is dat gezond eten ontzettend duur is. Daarom ben ik toch blij dat ik helemaal geen koolhydraten mag. De gezonde, lekkere, alternatieven voor rijst zoals quinoa zijn ontzettend duur. In Suriname dan. Gron nyan zou een optie zijn maar dan is cassave weer een boosdoenertje.

Het is vermoeiend, dat constante nadenken over wat je in je mond stopt. En iedere keer hetzelfde eten is ook maar saai. Zowel bij mensen die leven met HIV als voor diabetici, is het ondoordacht in de mond stoppen van dingen een hekel punt (geweest). In beide gevallen kan men tevens niet zomaar alles doorslikken. Toch is er voor de een meer zorg dan voor de ander.

Ik merk wel dat er op beiden een taboe rust. Maar waarom er een taboe heerst op diabetes weet ik niet. Is het omdat mannen er erectie problemen van krijgen? Of de vervelende amputaties? Wat is daar dan zo taboeerig aan? Het is gewoon een feit. Geen prettig feit maar het is te verhelpen. Dan heb ik het over de erectieproblemen want een geamputeerd been groeit niet meer aan.

Maar zou dat het zijn? Dat, omdat men diabetes kan verhelpen door de levensstijl aan te passen, men er minder oog voor heeft dan bij HIV? Maar HIV had men toch ook makkelijk kunnen voorkomen door net zo goed op te letten? Wat het ook is, ik vind dat elke aandoening, zeker als het levensbedreigend is, goede aandacht, en vooral zorg, verdiend.

En taboes? Die zijn voor mensen die bang zijn voor de waarheid. Ik krijg weleens te horen dat men verbaasd is dat ik zo open ben over mijn gevecht met diabetes. Dat verbaast mij weer want wat valt er nou geheimzinnig over te doen? Misschien vind ik dat omdat ik (nog?) geen erectieproblemen heb. Mocht het zover komen dan zal ik me waarschijnlijk wel te goed doen aan die cola als deze me weer wilt verleiden. Liever gelukkig sterven dan ongelukkig leven!

SATAN (De Ware Tijd, 02-03-2019)


Het was zo moeilijk om deze week te beslissen waarover ik zou schrijven. Er waren namelijk twee punten die mijn nieren overuren deden maken. Het eerste was dat er wederom een verhaal omtrent misbruik naar boven is gekomen, gevolgd door een of ander vaag verhaal over een pastor die iemand uit de dood heeft gewekt tijdens diens begrafenis. Ik vind dat er nu overal ter wereld echt streng moet worden opgetreden tegen fake pastors die mensen misleiden. Ik vind ook dat het hoog tijd word dat kerken belasting gaan betalen en dat priesters die zich schuldig maken aan misbruik,  gestraft moeten worden.

Het is tevens klinkklare onzin wat de Paus onlangs verklaarde. Hij zei dat dit allemaal het werk van de duivel is. Regelmatig heb ik discussies gevoerd met mensen, tot vervelens toe, die mij probeerden wijs te maken dat al hun slechte daden het werk van de duivel is. Ik weerleg dat altijd. Ik vind dat die redenering gewoon een manier is om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. Wanneer iemand zich als een ass gedraagt in het verkeer, of waar of tegen wie dan ook, dan moet deze persoon echt niet aankomen met “Het was Satan.”

Alsof het Satan was die tegen andere bestuurders schreeuwde. Was het Satan die de kleine kinderen misbruikte? Was het Satan die zijn vrouw slaat? Is het het Satan die uitloopt voor zijn partner? Waar is het stukje IK gebleven? Waar is de dekati om te zeggen: “IK heb het gedaan! Maar op dat moment besefte IK niet wat IK deed.”? Dat wint toch veel meer respect dan het suffe en overduidelijk verantwoordelijkheid ontwijkende “Ik wist niet wat ik deed, het was de duivel.” Het erge is dat dit zelfde concept nu dus ook gebruikt wordt om misbruik van kinderen en jongeren binnen de kerk goed te praten.

Steeds vaker komen we erachter dat men op de hoogte is van het misbruik maar dat men het in de doofpot stopt. Dat is erg. Dat wil namelijk zeggen dat men het goed keurt. Zo een geestelijke leider maakt een misstap en krijgt vergiffenis van al zijn volgelingen en de god waar hij in gelooft, gaat vrolijk door met verspreiden van zijn bezoedelde woorden en de gemeenschap slikt het ook nog voor zoete koek?! Terwijl ze in de kerk zitten te bidden waar, grote kans, het misbruik heeft plaatsgevonden. Waar is het moraal? Waar is de ethiek? Is voor sommigen het geloof in fictie zo groot dat men de realiteit niet meer onder ogen kan en wilt zien?

Dat brengt me bij het onderwerp mensenrechten. Ook iets waar men selectief naar kijkt. Ik las dat de zus van de twee broers die vast zitten op verdenking van terrorisme het hogerop zoekt daar zij van mening is dat haar broers niet menswaardig worden behandeld. Ze gaat haar heil zoeken bij het Hof van de Mensenrechten en trekt daarbij de vergelijking met de andere medeverdachte, die de dochter is van een bekende ‘politicus’, die wel goed behandeld wordt en niet eens vast zit. Ja, dat is inderdaad krom. Maar is er niet zoveel krom? Is dat niet de reden waarom er van alles mis is in ons land omdat we toe staan te kijken hoe anderen zich misdragen en er mee wegkomen, zelfs met zinloos doden!, en pas op gaan staan als het op onze stoep ligt. Maar dan is het al te laat.

Nu zeg ik niet dat deze zus of haar broers de mensenrechten nooit zo nauw hebben genomen. Als blijkt dat deze heren zich wel degelijk bezighielden met terrorisme dan vind ik het schijnheilig omdat binnen het terrrosme de rechten van mensen niet worden geteld.  Dat is echter een zijde van het mensenrechten verhaal. Dat we het dus pas belangrijk vinden wanneer het ons zelf goed uitkomt.
Wat erger is, en dat is echt niveau buriki, zijn de mensen die klagen over de mensenrechten omdat het ze belet om anderen dood te schieten omdat deze een auto onderdeel, niet eens hele auto, of een manja van hun erf hebben gestolen. Dan kun je niets op waarde inschatten en moet je gewoon terug naar school. Samen met al die fake pastors en botergeile priesters, dat Satansgebroed!

BED (De Ware Tijd, 23-02-2019)


Sinds vorig jaar december luister ik bijna elke dag naar een bepaald lied. Ik ontdekte het tijdens een verblijf in Guyana. Voor mijn werk was ik er en ik logeerde in een mooi hotel. Zo eentje met een bed waar drie personen in passen. Om maar te zwijgen van het matras. Dat voelde alsof het er drie op elkaar waren. Zes kussens, een gigantisch dekbed waar zelfs ik drie keer in paste en zo een heerlijk zachte mat naast het bed.Het leek wel drijfzand. Dat allemaal onder het genot van het nummer dat ik had ontdekt. Het was Starlight van Emeli Sande. “..I feel like I just found the one...” 

Het ging natuurlijk over de liefde maar ik keek naar het matras en ik denk dat ik nog nooit zo verliefd naar een object, of zelfs persoon, heb gekeken. Toen ik er weg ging dacht ik ook “Dag, bed, liefde van mijn leven. Op een dag zullen we elkaar weer zien.” Zachtjes streek ik over het dekbed terwijl ik met mijn koffer de kamer uitliep.

Later als ik groot ben... Mijn hersenen hebben die woorden vaak voorbij zien komen. Later als ik groot ben, wil ik zo een bed in mijn huis. Maar ik ben al groot. Over de veertig al. Juist nu blijf ik me erover verbazen hoe anders ik de leeftijd van veertig ervaar in vergelijking tot toen ik nog klein was. Toen leek veertig zo ver weg en zo oud. Nu ik zelf een veertiger ben en soms zelf aan moet horen dat ik oud ben, snap ik helemaal hoe irritant het moet zijn geweest voor mijn ooms en tantes die ik in mijn tienerjaren keihard in hun gezicht uitlachte. “Haha, jullie zijn oud. Ik ben in de bloei van mijn leven!” Soms lachten zij mij weer uit. “Ach jongen, het leven begint bij veertig, je weet nog niets.” Nu ik een veertiger ben, begrijp ik precies wat ze bedoelden.

Later als ik groot ben. Het is een zin gebleven die me altijd gerust stelde. Het verzekerde mij ervan dat ik nog genoeg tijd had om mijn doelen te bereiken. Het gaf me de mogelijkheden te genieten van alles dat destijds in het nu gebeurde. Zorgen uitstellend naar later in het leven. Dat punt lijkt nu te zijn bereikt. Ik kan niet meer uitstellen. Mijn leeftijd vereist een wisseling van de wacht in mijn brein. Meer rust en implementatie van het bekende principe ‘choose your battles’. Wat is nog de moeite waard om je over op te winden? Wat kan men van zich laten afglijden? Welke hordes zijn nog de moeite waard om over heen te springen?

Dat liedje blijft natuurlijk niet zomaar in mijn hoofd hangen. Ik krijg steeds vaker de vraag wanneer ik nou ga settelen. Rotvraag! En ik moet zeggen dat het niet zo eenvoudig is. Het vinden van een partner van hetzelfde geslacht, ook met een kinderwens, is al een grote uitdaging. Niet alleen omdat we in Suriname zijn trouwens. Een gezinsleven opbouwen met een partner van hetzelfde geslacht is gewoon lastiger. Het lijkt voor velen toch niet te bevatten dat we allemaal maar tijdelijk hier zijn, in deze vorm, en dat elk van ons op zoek is naar liefde. Daarbij maakt het voor sommigen niet uit in welke verpakking het kadootje zit, zolang de inhoud maar aansluit bij de behoeftes. 

Het is jammer dat tegenstanders vinden dat ze een tegenstander mogen zijn en dat ook zo uiten. Op dit moment voel ik dat ik daar niet mijn toekomstige kind aan wil blootstellen. I choose my battles. En zoals het er  nu aan toe gaat in ons paradijsje doet mij nog meer twijfelen. Settelen? The one? Helaas, nog niet.

Voor nu zal ik wel gaan sparen voor zo een groot hotelbed. Dat is namelijk wat mij in de afgelopen periode heeft weten te bekoren. Een bed is een goede investering. We besteden veel tijd in bed. De komende tijd zal ik er heerlijk diagonaal inliggen. Later, als ik groot ben, zal ik met alle plezier ruimte maken voor mijn partner en kind. Waar dat bed zal staan? Liefst in Suriname maar ik acht de kans klein dat zo een geluk te realiseren is.

VERWEKKERSVERLOF (De Ware Tijd, 16-02-2019)


Trots was, ik toen ik hoorde dat Suriname een vaderschapsverlof van 8 dagen gaat instellen. Nog steeds te weinig, vind ik, maar het is een begin. Jammergenoeg werd mijn frustratie flink aangewakkerd toen ik las dat mw. Karta-Bink in De Nationale Assemblee had gevraagd wat er zou gebeuren  als de buitenvrouw van een man was bevallen. Die vrouw had ook recht op ondersteuning vond ze. Dat klopt helemaal! Maar niet van een getrouwde man. Als men besluit in te gaan op de avances van een getrouwde man dan gaat men akkoord met de B-positie. Daar zal men blijven tot de getrouwde man de stapt neemt ongetrouwd te worden en zich aan die buitenvrouw te binden.

Ik moet er niet aan denken dat mijn vader acht dagen vaderschapsverlof krijgt om bij zijn ‘buitenschatje’ te gaan chillen terwijl ik alleen thuis blijf met mijn moeder. Dat beetje sympathie dat ik nog zou kunnen opbrengen voor mijn halfbroer of halfzus zou dan meteen verdwenen zijn. Evenals het respect voor mijn vader, die dan keihard mijn moeder voor schut zou hebben gezet als hij de keus zou maken dit te doen. Ja, ik ben daar best fel in maar dat komt omdat ik bijna alle kanten van dit verhaal heb mogen aanschouwe in mijn omgeving.

Een man die is getrouwd met een vrouw, en daarnaast al jaren een vaste vriend heeft, heeft ooit geprobeerd avances te maken richting een vriend van mij. Die man bood hem, naast zijn pensioen, allemaal leuke uitstapjes aan, en de beste seks volgens eigen zeggen. Keihard heeft hij toen gelachen. “Brada, yu habi yu vrouw, nanga yu masra. Ik ben niet gemaakt voor de B-positie en al helemaal niet voor de C-positie.” Waarom kon hij zo iemand wel afwimpelen en vallen anderen keihard in die kuil, wetende dat ze aan het kortste eind zullen trekken?

Laten we voorop stellen dat ik erg fan ben van Karta-Bink. Haar gotong-rojong projecten en hoe zij haar DC-schap vormt heeft gegeven, hebben mij het gevoel gegeven dat zij een sterke vrouwelijke leider is. Nu ben ik in de war omdat ze buitenvrouwen niet wijst op hun misstap wat betreft goed zelf-leiderschap. Het maken van constructieve keuzes voor de toekomst van een individu en zijn of haar kroost getuigen van goed zelf-leiderschap. Een relatie aangaan met een getrouwde man is daar geen teken van. Kinderen baren, wetende dat ze altijd de tweede, of derde, viool zullen spelen in het leven van de ‘vader’ is ook geen teken van goed leiderschap, of het voorop stellen van het belang van het kind.

Waarom praten we eigenlijk niet over het feit dat er zoveel buitenechtelijke relaties zijn? Als we daarnaar kijken heeft het huwelijk dus totaal geen waarde in onze maatschappij. Het is een lullige formaliteit waar mensen in gedwongen worden om de verkeerde redenen. Waarom kijken we niet naar de reden waarom die vrouwen zwanger worden terwijl er bij vele instanties gratis condooms verkrijgbaar zijn? Waarom vinden we het stimulerend als er sexuele voorlichting gegeven wordt op scholen maar zien we niet in dat we buitenechtelijke relaties en alle nare gevolgen van dien faciliteren als we vinden dat een man ook vaderschapsverlof mag als zijn buitenvrouw bevallen is. Dat is tegenstrijdig.

Sommige mensen vinden het wel terecht en een goed idee. Ze zien het als een pressiemiddel om die ‘voorbeeldige’ vader te dwingen zijn verantwoordelijkheid te nemen. Ik vind dat een beetje naief gedacht. Iemand die zijn eigen huwelijk niet belangrijk genoeg vind om trouw te blijven, is niet betrouwbaar. Als we in het belang van het kind denken dan moeten we in acht nemen dat een kind een positief voorbeeldfiguur nodig heeft voor de rest van het leven. Dat is toch niet een man die de moeder van het kind naait om zijn ego te strelen? Dat is geen vader. Dat is slechts een verwekker!
Laten we daarom die discussie van vaderschapsverlof voor kinderen van buitenvrouwen laten voor wat het is. We kunnen wel verder praten over een ‘verwekkersverlof’ waar een sanctie aan vast zit. Maar we moeten vooral onze jeugd goed gaan voorlichten over partnerkeuze en voorbehoedsmiddelen. 

Laten we het probleem bij de wortel aanpakken en niet de bladeren in een ‘mooie’ vorm snoeien!


TANTA (De Ware Tijd, 02-02-2019)


Vaak wanneer men denkt het ergste te hebben meegemaakt of gehoord, gebeurt er wel iets dat het tegendeel bewijst. In de paar jaar dat ik heb gewerkt met seropositieve mensen heb ik veel voorbij horen komen. Het gaat dan vooral om stigmatiserend, soms zelfs discriminerend gedrag van personeel bij instanties waar zulks nooit en te nimmer mag gebeuren. Maar waar mensen werken, worden er menselijke fouten gemaakt. Vaak zeggen we dat het onwetendheid is. Echter, het tonen van respect en het menselijk behandelen van anderen is iets dat ten alle tijde boven onwetendheid dient te staan.

Terwijl ik aan het typen ben, voel ik dat ik boos word. Dat is natuurlijk omdat ik weet wat ik nu ga vertellen. Tegelijkertijd besef ik mij dat zelfbeheersing een van mijn mooiste eigenschappen is.Men zal zich nu wel afvragen wat er is gebeurd. Tja, enerzijds is het zo erg en pijnlijk dat ik het niet wil opschrijven maar ik heb de morele verplichting dit te doen zodat het aangepakt word. Dat wat er gebeurt is, gun ik niemand. Door mijn werk weet ik dat er veel aandacht is besteed aan het trainen van verzorgend personeel in ziekenhuizen. De focus was op artsen, verpleegkundigen en baliemedewerkers omdat zij in direct contact staan met patienten.

Vaak heb ik aangegeven dat dit niet voldoende was. Het ondersteunende personeel moet ook getraind worden. Dan gaat het over interieurverzorgers en beveiligers omdat deze ook in contact staan met patienten. Toen ik zelf in het ziekenhuis lag, heb ik meegemaakt wat anderen ook moeten doorstaan. Ik was jarig en de verpleegkundigen hadden de moeite genomen mij in het zonnetje te zetten en een liedje te zingen. Veertig was ik geworden, in het ziekenhuis. Hun geste deed me goed. Totdat de schoonmaakster kwam.

In opperbeste stemming feliciteerde zij mij met het feit dat ik de veertig had gehaald.  “Veertig, mooi, hoor! Dan hoeveel kinderen heeft u?” Heb ik niet. Stilte. “Dan heeft u wel een vrouw?” Heb ik niet. Stilte. Afstand. Verafschuwde blik. Ze veegde mijn kamer schoon en liep weg. Wrang was de nasmaak van het feit dat iemand mij, terwijl ik in het ziekenhuis lag, nog steeds kon veroordelen omdat ik niet voldeed aan haar levensstandaarden. Het brak me niet. Het brood op de plank betaal ik uit mijn eigen zak. Niet uit de zak van mensen die denken dat zij beter weten hoe ik mijn leven in moet richten.

Laatst bezocht ik mijn maatje weer in het ziekenhuis.  Ze zitten er midden in een verbouwing dus is het er wat rommelig. De schoonmaaksters, in hun mooie blauwe uniformen, doen wel hun werk dus valt de rommel wel mee. Toen ik aankwam, lag die vriend van mij in de foetushouding onder zijn deken. Ik vroeg wat er was. Praten ging niet direct. Hiv had hem goed te pakken en hij was echt verzwakt. Een traan biggelde over zijn wang.

“Mijn haren zijn pas geknipt en die haren zijn blijven liggen op balkon. Al een paar dagen. Vandaag kwam de schoonmaakster ineens naar me toe en ze zei dat ik het zelf op moest ruimen omdat mi o fok deng tra sma op’. Ze weigerde ook mijn deel van de kamer schoon te maken.” Mijn ogen werden groot van ontzetting. Wat een vernederende ervaring moest het zijn geweest om, ziek en zwak als hij was, uit bed te stappen. Op commando van de schoonmaakster. Zodat ze zijn werk kon doen. In welk ziekenhuis is het normaal dat de schoonmaakster patienten haar werk laat doen?!

Ik heb de verpleging erbij gehaald en hen deze vraag gesteld. Met klapperende oren hoorden ze aan waarom ik de vraag stelde. Ze werden boos. “Fa wan blauwtjie kan du so wan sani??!!”. Ze beloofden er wat aan te doen. “Dit is een smet op onze naam.” “Het is vooral onethisch!”, vulde ik aan. Ik heb besloten boven alles te gaan staan en het ziekenhuis aan te bieden om hun schoonmaakteam voor te lichten. Misschien ook te helpen met hun selectieprocedure want die tanta uit dit verhaal is duidelijk ongeschikt voor het werk in zo een omgeving. Ze  verdient gewoon een pansboko zodat ze manieren leert! Want na eng e fok tra suma pikin op...



ROLVERDELING (De Ware Tijd, 02-02-2019)


Een van mijn strategieen om diabetes terug te draaien is het sporten onder begeleiding van een personal trainer. Samen met haar sport ik drie keer in de week. Het is de eerste keer dat ik een vrouwelijke personal trainer heb. Erg tevreden ben ik. Ze is namelijk officier in het leger. Voor mij is dat goed want dat wil zeggen dat ze een harde hand heeft met de zachte ‘touch’ van een vrouw. Tenminste, dat dacht ik van te voren. Gelukkig had ik het bij het verkeerde eind. Want van de vier personal trainers die ik in mijn leven heb gehad, is zij de strengste.

Om mij te motiveren heeft zij ook een aantal trucjes. Sommige werken en sommige niet omdat ik ze doorheb. Een daarvan is dat ze soms naar vrouwen in de gym wijst en zegt “Kijk, zelfs die dame, een vrouw, kan het en jij zweet al na de eerste!!” De eerste keer lachte ik keihard en ik zei dat het mij echt niet deerde. Nee, ik was zelfs blij dat het die dame zo gemakkelijk afging. Het besef dat een ieder een eigen pad heeft, is bij mij te groot om me druk te maken over hoe snel of langzaam een ander door het leven gaat. Ik focus vooral op mezelf. Blij was ik om dit te merken want het betekent dat ik als mens gegroeid ben.

Wat ik mij besefte was dat zowel mijn trainer als ik, ondanks het feit dat we ruimdenkende en vooruitstrevende mensen zijn, toch nog vast hielden aan de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw. Het verbaasde mij nog meer over mezelf omdat ik uit een een-ouder-gezin kom waarbij mijn moeder alleen voor mij zorgde. Dat heeft er wel voor gezorgd dat ik anders kijk naar vrouwen en ze zeker niet beschouw als het zwakke geslacht maar eerder als het sterke geslacht. Ik zie namelijk mijzelf, en geen enkele andere man, niet echt bestand zijn tegen de baringspijnen die de meeste vrouwen meerdere malen in hun leven moeten doorstaan.

En toch steekt dat traditionele gevoel vaker de kop op. Zo heb ik afgelopen week bokshandschoenen gekocht. Dat wordt mijn tweede strategie in mijn strijd tegen diabetes. Boksen is namelijk een mooie manier van ‘cardio’ waarbij men zichzelf ook nog van wat stress kan bevrijden. Ik stuurde haar een berichtje. “Dat gaat wel raar zijn, denk je niet, dat jij als vrouw mij als man gaat leren boksen?” Haar antwoord was heel simpel. “Nee, want ik ben professioneel kickboxer geweest dus ik weet waar ik het over heb.” Voor mij was daarmee de kous af. Ik kijk er zelfs naar uit om aan de slag te gaan en me uit te leven op de bokszak!

Maar dit alles deed me wel beseffen waarom het zo moeilijk is voor sommige mensen, zowel mannen als vrouwen, om andere gezinsvormen te accepteren. We zijn allemaal helemaal geindoctrineerd! Een vriendin van mij heeft een man die thuis blijft. Zij brengt geld in het laatje en hij zorgt voor de kinderen en doet het huishouden. Ik bewonder dat en vind het heel mooi en modern. Echter, kan ik me ook wel voorstellen dat hij het lastig vind. Misschien niet zo zeer vanuit zijn eigen gevoel maar vooral omdat zijn mannelijke vrienden hem ermee kunnen plagen.

In Suriname verwachten zowel mannen als vrouwen dat de man altijd geld in het laatje moet brengen terwijl het heel goed andersom kan. Het is wel jammer dat de omgeving dan extra zout in de ‘wond’ smeert in plaats van iemand te complimenteren met het feit dat hij een goede opvoeder is en zijn vrouw een mooie kostwinner. Ik geloof er heilig in dat koppels niet automatisch werken omdat ze man en vrouw zijn want anders zouden same sex koppels nooit een gezonde relatie kunnen hebben en de praktijk bewijst vaakgenoeg het merendeel.

Ik denk dat succes in een relatie komt wanneer men elkaar aanvult en de vrouwelijke en mannelijke energie, die voor mij los staan van het biologische geslacht, samen komen. Het moet als yin en yang zijn. Dat geldt zowel voor koppels als individuen. Men is ook als persoon in balans wanneer men zowel de vrouwelijke als mannelijke kant van zichzelf omarmd, vrij van conditioneringen!

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...