Iedere middag bij het thuiskomen, zag ik de
buurvrouw bezig op haar erf. Ze was aan het harken, onkruid wieden, zweette
zich rot maar maakte altijd tijd voor een praatje met me. Ik maakte ook graag
tijd voor een babbeltje met haar. Ze was namelijk wat ouder en deed me denken
aan mijn oma’s. Deze hebben heel veel betekent voor mij tijdens mijn periode in
Suriname. En ook al zag ik ze gedurende mijn periode in Nederland niet of
nauwelijks, heb ik ze altijd dicht bij mijn hart gehouden.
Zelfs na de dood zijn deze twee vrouwen mij
blijven begeleiden.
Recentelijk was ik bij een ziener. Een echte. Eentje die
geen geld vraagt maar gewoon zijn boodschappen van gene zijde doorgeeft wanneer
het nodig is. Voor sommigen kan dit misschien klinken als afgoderij of anderen
kunnen het zelfs als hocus pocus. Maar als boeddhist geloof ik dat de dood niet
het einde is. Het is slecht de overstap naar een andere fase waarbij men niet
meer lijfelijk bestaat.
Als boeddhist geloof ik ook in de mystieke,
positieve, krachten van het leven. Dat mijn omas niet meer lijfelijk aanwezig
zijn, doet soms pijn. Maar daarom vind ik het juist zo fijn dat zij hun
nauwlettende oog kenbaar maken middels mensen die nog wel lijfelijk op deze
aarde zijn zoals de oudere buurvrouw waar ik altijd een praatje mee maak.
Onlangs zei ze iets dat me er nog meer van overtuigde dat zij de vleesgeworden
stem was van mijn oma’s. “Ik heb een kleinzoon. Hij heeft geen vrouw en geen
kinderen. Net als jij. Dat klopt toch?” Ik begon te lachen.
“Nou!”, vervolgde ze, “mijn kleinzoon is
altijd de eerste die mij belt op Moederdag. Die jongen is zo bijzonder. En geen
haar op mijn hoofd die erover nadenkt om hem te verstoten ‘omdat hij geen vrouw
heeft’.” Weer moest ik lachen. Het deed me denken aan mijn oma’s. Want beiden
reageerden precies zo toen ik jaren geleden mijn ouders ‘het heuglijke nieuws’
vertelde. Beiden riepen mijn ouders ter verantwoording en zeiden dat het hen
helemaal niets uitmaakte en dat dit ook voor hen diende te gelden.
Mooi dat ik een soortgelijk bericht te horen
kreeg op mijn verjaardag. Want dat was het op de bewuste dag van het gesprek
met de buurvrouw. Ik heb haar niet verteld dat ik jarig was. En wie niet met
mij bevriend is op social media, weet het ook niet. Het was wel een verjaardag
waarbij ietwat met mijn ziel onder mijn arm liep. Het werk was superdruk en ik
had gewoon heel de dag keihard staan werken. Was daarna zelfs naar de
sportschool gegaan alsof het een normale dag was. Collegas en vrienden hadden
aandacht besteed aan me en gezorgd dat ik niet vergat dat ik jarig was. Mijn
vader had me getrakteerd op een lekkere lunch.
Maar dit, dit was voor mij zowat het kersje op
de verjaardagstaart. Het was alsof mijn oma’s mij allebei lieten weten dat zij
in hun gedachten, zover ze dat hebben in hun andere levensstaat, ook bij mij
waren op mijn verjaardag. Het deed me goed. Blij lachend liep ik verder naar
huis. Waarom was er eigenlijk niet een speciale Omadag? En Opadag? Waarom
alleen Vader- en Moederdag? Vooral in een land als Suriname waar grootmoeders
een flink deel van de opvoeding op zich hebben genomen.
Daarom zijn al die tienerzwangerschappen van
de laatste jaren extra zorgelijk. Het wil namelijk zeggen dat we een hele grote
groep vrouwen gaan krijgen die op (te?) jonge leeftijd de rol van oma moet gaan
vervullen terwijl ze zelf nog niet zover zijn. Ze hebben de rol van een bigisma terwijl ze nog in hun,
individuele, fase zitten van een sma
zijn met alle geneugten die daarbij horen. Ik denk dat we dit al merken in onze
samenleving. De rots in de branding van onze samenleving is nooit ‘het gezin’
geweest.
Het was altijd de oudere vrouw die het huishouden, en dus het gezin, draaiende hield.
We zeggen niet zomaar dat wijsheid met de jaren komt. Daarom zijn het vaak de
oma’s die hun’ vrouwloze’ kleinzonen opvangen. Want wie blijven bij hen tot aan
het einde? Die stoere zonen met meerdere vrouwen zeker...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten