Het zwarte bewustzijn is globaal aan het ontwaken. Overal ter wereld zijn er protesten gevoerd of nog steeds gaande. De moord van George Floyd heeft wereldwijd een domino-effect gehad. Overal behalve in ons “gezegende” land. Hier bij ons waren er slechts een tiental stemmen. Sterker nog, mijn eigen pogingen solidariteit te tonen, middels mijn profielfoto op social media, werden afgekapt. “Daar is in Suriname toch geen sprake van?!”. Het tegendeel is waar. Die reactie toont dat. Waar niet-witte personen, die woonachtig zijn in witte landen, continu moeten aanhoren dat ze niet gevoelig moeten zijn of dat het maar een grapje is, moeten donkere gekleurde mensen in Suriname bijna datzelfde aanhoren van onze lichtgekleurde broeders en zusters. Ik vind dat we uit de droom moeten ontwaken dat racisme en discriminatie niet voorkomen in Suriname. Ik vind zelfs dat we moeten accepteren dat wij een racistische nachtmerrie van een volk zijn dat er niet voor schroomt om keihard te discrimineren.
Discrimineren doen we op basis van sociale
status, politieke kleur, geslacht, etniciteit, seksuele geaardheid, religie en
huidskleur. Colorism is een globaal
fenomeen waarbij we allemaal de koloniale waardebepalende gradaties van onze
huidskleur in stand houden. Hoe dichter bij het witte, hoe mooier. Zelfs tussen
bloedverwanten kan dit een obstakel vormen voor een liefdevolle relatie. Vroeger
deden witte mensen onderling dat ook, hoor. Wie door de zon gebruind was of er
een rode nek van had, was een redneck
of een boer. Die persoon was dus ondergeschikt aan de mensen die hun witte
gelaat hadden behouden omdat ze niet hoefden te werken in de zon.In China geldt
dit bijvoorbeeld nog steeds. Daar verkoopt men zelfs speciale armkousen die de
armen beschermen tegen de zon en heeft men paraplu’s tegen de zon en de regen.
Ook in India speelt een witte huidskleur een belangrijke rol.
We zijn allemaal bekend met de bleaching cremes die ook in Suriname
worden aangeprezen als zeer effectief voor het krijgen van een krin skin. Die foto’s van zwarte oksels of
ellebogen overtuigen mij er echt niet van dat het alleen daarvoor bedoelt is. Dit
zag ik voorbij komen, op social media, in de maand Juni van het jaart 2020...
in Suriname. Over discriminatie op religieuze basis hoef ik niet veel te
zeggen. We weten allemaal uit welke hoek we regelmatig haatzaaiende en
stigmatiserende oproepen te verduren krijgen. Het is wel apart dat er uit
religieuze hoek laatst nog werd opgeroepen tot het verbeteren van het imago van
de overheid. Vinger en balk verhaal! En
de politiek die niet etnisch zegt te zijn... Laat ik maar een kopje thee gaan
drinken!
Laatst had ik een bijzonder gesprek met een
lichtgekleurde Creoolse man. Een redinengre
zoals we dat keurig benoemen in het niet-racistische Suriname. Hij vertelde me
dat hij was opgelicht door een goede vriend van hem. “En weet je, san hati mi ekte ekte?! Dat die man
gewoon het werk aan een neger heeft
gegeven. Gewoon een zwarte boven mij
verkozen!!!”, zei hij vol ongeloof, wijzend naar zijn arm, zijn lichte
huidskleur benadrukkend. Dit gesprek was in de maand April van het jaar 2020...
In Suriname. Wat ik moest zeggen, weet ik niet. Ik keek hem aan en vroeg me af
of hij had gezien dat ook ik donkerder was dan hij was.
Ik ben ook weleens verrast tijdens een
familie-bezoek. Ze woonden op boiti en
mijn tantes gezicht lichtte op toen ze me zag aankomen. “Ai, boy, mi firi bun dat yu kon luku mi. Want je had dat niet
hoeven doen.” Verbaasd vroeg ik waarom ze dat zo zei. Het kwam erop neer dat
zij ervan uit was gegaan dat ik mijzelf hoger plaatste op de sociale ladder
omdat zij zwart was en ik bruin. Mijn hart brak en mijn maag keerde zich om
toen ze zei: “Ja, hoe je het ook went of keert, jij bent van de stad, yu go na P’tata. Wij zijn toch maar
negers.” Bij dat laatste boog ze haar hoofd. Even zag ik een flits waarin we op
een plantage stonden. Ik de huisslaaf, zij de veldslavin. Pijnlijk. Dit gesprek
vond plaatst in de maand November van
het jaar 2013.. in Suriname.
Overal ter wereld streeft men naar inclusiviteit.
Dat lijkt ons Surinaamse verstand nog te boven te gaan. We hebben een
transgender het land uitgepest omdat we weigerden haar te begrijpen, mee te
werken aan haar geluk en haar bestaansrecht te respecteren. We zijn selectief
in het toepassen van recht waarbij we hard schreeuwen om de dood als het een
Kwasi betreft maar stil zijn als het gaat om een Rakesh. We willen de arme
hosselaar straffen maar bij de rijke hosselaar kijken we als bobo’s toe hoe die
ons het brood van de plank rooft. Onze berichtgeving in de media is
stigmatiserend en discriminerend wanneer het gaat om LGBT-gerelateerde zaken.
Zonder schaamte publiceren we oproepen voor huurders met de tekst ‘alleen
Hindoestanen of Javanen’. Oh en dat ding
tussen boiti-koelies en foto-koelies, businengres en fotonengres
... moet ik daar nog over uitwijden? Of de liefdevolle manier waarop we met
onze diaspora omgaan? Of met de Surinaamse Nederlanders die hier wonen? Of hoe
we de bakra’s in Suriname op een
voetstuk plaatsen.. nog steeds. We sluiten onze ogen voor ons racistische
verleden omdat we er slachtoffer van waren maar juist daardoor houden we die
zelfde structuren nog vast. Eigenlijk zijn we dader en slachtoffer met alle
gevolgen van dien.
Een deel van ons haalt er nog steeds
eigenwaarde uit om zichzelf gangster,
thug, dog, dagu, motyo, niggah, ghetto king en
wat voor denigrerende benamingen ook, te noemen. Vroeger moesten we dat doen om nog een bepaalde vorm van trots te behouden.
Daarom wisten we van onze koto’s een
statige kotomisi te maken! Nu kunnen
we meer zijn dan we destijds konden en toch kiezen we ervoor op datzelfde
niveau verder te gaan? A blaka verstan e
gro na grontapu maar in Suriname is dat de enige curve die wij met succes geflattened hebben en houden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten