De kranten en social media stonden er vol van.
Geslaagd! De hard werkende studenten werden alom geprezen. Terecht. Maar in alle geroezemoes werd best weinig
aandacht besteed aan de mensen die het niet gehaald hadden. Meestal gaan we
ervan uit dat het te maken heeft met lui zijn en niet hard genoeg werken. We
belonen dat met een vluchtig ‘volgende keer beter’ waarbij we snel weer
overgaan tot het prijzen van de leerlingen met de hoogste cijfers.
Een lerares zei tegen mij dat ze het betreurde
dat er zo werd gefocust op het eindresultaat. Het proces en het voortraject
vond ze net zo belangrijk. Een leerling die bijvoorbeeld keihard heeft moeten
werken voor een zes krijgt niet dezelfde waardering als een leerling die met
minimale moeite een acht haalt. Ons beloningssysteem zou zodanig moeten zijn
dat het proces en de moeite zouden moeten meetellen voor de eindbeoordeling.
Als ik kijk naar mezelf ben ik een luie
student geweest. Ik wilde genieten van het jong zijn en school stond mij
daarbij in de weg. Gewiekst als ik was, had ik gemerkt wat het mij kostte om
een acht te halen. En om optimaal te genieten van mijn jong zijn, en het
destijd immens populaire MTV, besloot ik te studeren op zeventjes.
Zo ben ik met gemak mijn schooltijd
doorgekomen met aan het einde een eindlijst met overwegend zevens. Ik voel me
er nu dubbel over. Dat ik geslaagd ben, is natuurlijk wel prijzenswaardig maar,
zoals ik aangaf, was het proces ernaar toe niet van belang. Zou dat in acht
zijn genomen dan zou ik, afhankelijk van de beoordelaar, een punt lager of
misschien juist hoger moeten krijgen.
Lager omdat ik wel had gewerkt maar niet te
hard. Hoger omdat ik mijn inzet precies heb weten te doseren en dat ook echt
consequent heb gedaan met een vergelijkbaar resultaat. Een eindcijfer zegt niet
zo veel over het proces dat eraan vooraf is gegaan. En, reflecterend, vind ik
dat school ons alleen leert informatie op te slaan en het te reproduceren.
Terugkijkend heb ik het meest genoten van mijn
geschiedenis lessen. Ik had les van meneer Flietstra en die hield ervan ons te
laten nadenken. Hij leerde ons niet alleen geschiedenis maar hij leerde ons ook
discussies te voeren erover. Prachtige lessen waren dat waarbij hij er niet
voor schroomde kritiek te uiten op de gevestigde orde en hoe zij de geschiedenis
hadden vast gelegd. Het was het enige vak waar ik streefde naar een acht of
hoger. En ik denk niet dat meneer Flietstra, of ik, destijd beseften hoe
invloedrijk zijn lessen zouden worden in mijn leven. Juist door zijn
alternatieve visie erop.
Mijn minst geliefde vak was wiskunde A. Ik
schaam me niet om te zeggen dat meester van Dongen na maanden van hard werken, bijlessen volgen en het
investeren van zijn eigen tijd in mij, zei: “Christio, jongen, laat dit vak
maar vallen.” Dit zei hij na mijn derde cijfer ver, echt ver, onder vijf. Ik
had echt geploeterd om het te behalen maar het zat er absoluut niet in. Zo
gebeurde het dat het vak waar ik het hardst voor had gewerkt niet eens voorkwam
op mijn diploma.
Ik kan wel degelijk rekenen overigens maar,
waarschijnlijk een karaktereigenschap, ik kan niet zo goed tegen eromheen
draaien zoals het geval is bij wiskunde A. ‘Als Pietje twee manja’s heeft en
Ari vraagt hem om een kwart waar hij
Helga dan een vijfde van geeft terwijl zij van Pietje nog een derde
krijgt. Hoeveel heeft een ieder als Pietje beide manjas in zeven stukken snijdt
maar vijf daarvan laat vallen?’ Boi...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten