dinsdag 28 augustus 2018

WAKKER GESCHUD (De Ware Tijd, 25 Augustus 2018)


Geveld door de griep lag ik op bed naar een serie te kijken. Omdat ik steeds wegdutte, miste ik de helft. Net wilde ik ‘rewinden’ toen ik besefte dat mijn bed al een paar tellen heen en weer schudde. Niet direct dacht ik aan een aardbeving. Geen vreemde voor paranormale gebeurtenissen vroeg ik me af wat het dan wel was. Was er een boodschap? Had ik bezoek?!

Weer beweging. Nu niet alleen het bed. Mijn hele kamer bewoog! Ik stond op en bleef enkele seconden in de deuropening staan. Een paar tellen gebeurde er niets. Nog steeds kwam een aardbeving niet in me op dus liep ik naar de woonkamer. De gordijnen en mijn, aan de deur hangende, sleutelbos zag ik heen en weer schudden.

Mijn blaas speelde op. Niet uit paniek want ik besefte nog steeds niet wat er gaande was. Het irriteerde mij de laatste tijd echt dat mijn blaas vaker en op de meest ongeschikte momenten om aandacht vroeg. Het zal wel met de leeftijd te maken hebben. Braaf luisterend liep ik naar het toilet.
Mijn blaas legend, keek ik door het raampje naar buiten. Alles ging weer heen en weer. Buiten zag ik de stroomkabel naar het huis van de buren wiebelen. Wow! Zou het dan toch? Ik haaste me naar mijn telefoon om te kijken op social media. Ik was niet de enige! Meer mensen hadden het opgemerkt en velen stelden dezelfde vraag: “Was het nou een aardbeving?!”. Jazeker!

Een onbekend fenomeen voor Suriname. Ons land dat door de eeuwen heen al zoveel heeft meegemaakt. Normaal gesproken kan ik de manier waarop wij met uitdagingen omgaan erg waarderen. We incasseren, maken er een goede grap over en gaan verder om het vervolgens weer toe te passen. Zij het op dezelfde uitdaging, of een nieuwe; we blijven lachen. Ik ben mij voor het eerst echt zorgen gaan maken over wat er zou gebeuren als we dat punt bereiken.

Zouden we het redden? Of als een stel idioten ten onder gaan? Ik moet zeggen dat het bewegen van de aarde mij heeft wakker geschud. Kijk, het is misschien zo dat we geen echte aardbeving hoeven te verwachten. Echter kunnnen schokgolven vrij ver reiken en ook wel impact hebben zoals we afgelopen week gemerkt hebben.

Omdat we altijd zo ‘gezegend’ zijn geweest, hebben we ons nooit hoeven voor te bereiden. Maar dat wil toch niet zeggen dat we voor altijd een afwachtende houding kunnen hebben? Of gaan we pas actie ondernemen als er honderden doden zijn gevallen. We vinden een lekkere klodder mosterd na de maaltijd altijd wel lekker. Erg effectief!

Misschien moet ik loslaten en ook gaan lachen erom? De nieuwe scheurtjes in het pleisterwerk van mijn huis zeggen iets anders. En toch! We lachen al zoveel, de hele tijd weg. Wanneer houdt het op? Wanneer bereiken we het punt dat we ‘grote mensen’ zijn geworden? Of moeten we het anders zien? Moeten we gaan beseffen dat we, in vergelijking tot de kracht van de natuur, niet veel meer zijn dan mieren zijn voor ons? 

Is het niet tijd geworden dat we ons hoofd buigen en meer respect tonen aan die kracht die niet alleen leven geeft maar het ook kan nemen? Ik denk dat de humor waarmee we onze aardbeving bezien, tekenend is voor het respect dat we al tonen voor Moeder Aarde. We dumpen vuil op haar. We dumpen kwik in haar. We scheren haar hoofd kaal. We doorboren haar lichaam en maken het tot een gatenkaas. En als ze ons probeert wakker te schudden, lachen we haar vierkant in haar gezicht uit.

woensdag 22 augustus 2018

DE PEN (De Ware Tijd, 18 Augustus 2018)


Al een tijdje werk ik met mensen die leven met HIV. Vaak vraag ik me af hoe het zou zijn als ik in hun schoenen stond. Er heerst hier een enorm taboe op in onze samenleving. Er zijn mensen die hun baan kwijtraken of verstoten worden door familie als bekend wordt dat zij geinfecteerd zijn met dit virus. Dat is toch erg; als naastenliefde alleen geldt mits iemand gezond is? Of dat een chronische infectie een reden is voor ontslag terwijl zo iemand, in theorie, beter kan functioneren dan een persoon met diabetes.

Wanneer iemand leeft met HIV zijn er twee relaties die extra moelijk zijn om aan te gaan. Dat zijn de arbeidsrelatie en de liefdesrelatie. Werk vinden (of een opleiding volgen) is dan uitdagend. Enerzijds vanwege stigmatisering op werk (of school) en anderzijds zijn er nog steeds bedrijven die een gezondheidstest als onderdeel hebben. Dit schrikt af omdat men eigenlijk al met zekerheid kan zeggen dat op het moment dat de HIV test positief blijkt, de kans op een baan aanzienlijk kleiner of zelfs nihil wordt. Het is zo bijzonder dat onze tolerantiegrens voor corruptie en fraude veel verder reikt dan voor kwetsbare groepen in onze samenleving.

Ik vraag me wel af waarom men van goede gezonheid moet zijn om fiches uit te delen in een casino. Sterker nog, wat voor een obstakel is een HIV-infectie in dit geval? Die fiches worden niet uitgedeeld met de mond of de geslachtsorganen maar met de handen. Iemand die naar de WC gaat om te poepen en daarna de handen niet wast is een groter gevaar voor de casinobezoekers. Het is nog niet bewezen dat het HIV-virus door de vingertoppen van mensen glipt en zo andere lichamen kan binnendringen. Bacterien kunnen wel middels een handdruk worden overgedragen.

Vreemd is ook dat we mensen met HIV stigmatiseren maar als de nood hoog is, wijken we met alle gemak af van het principe ‘veilig vrijen’. We zijn bijvoorbeeld ook bang voor HIV maar geven niet genoeg voorlichting aan onze jeugd. Een ander voorbeeld is dat we in gevangenissen ook geen condooms en glijmiddel verstrekken terwijl er daar van alles gebeurt. Hetgeen we zo stigmatiseren, en zo verafschuwen dat moeders soms zelfs hun eigen kroost verstoten, geven we met alle gemak vrij spel door zo te handelen.

Het feit dat we ervoor kiezen onze ogen te sluiten voor sommige activiteiten, zoals sex in de gevangenis en sex onder tieners, maakt dat we een groter deel van de samenleving blootstellen hieraan. In stand gehouden onwetendheid mag geen obstakel vormen voor een gezond leven. Dat gebeurt nu wel. Wanneer we condooms verstrekken aan jongeren en gevangenen wil dat niet zeggen dat we hetgeen ze doen goedkeuren. Het wil alleen zeggen dat we beseffen dat er zaken gebeuren die discutabel zijn maar dat we gezondheid en veiligheid als prioriteit hebben. En het geeft ook aan dat we hun recht op zelfbeschikking respecteren.

Ooit moest ik een pakket in ontvangst nemen waarvoor ik moest tekenen. De bezorger vroeg geinteresseerd wat voor bedrijf het was. “We zijn een stichting en begeleiden mensen die leven met HIV.” Hij poogde zijn schrik te verbergen maar het gesprek stokte,  hij vertrok meteen en de geleende pen nam hij met twee vingers terug. Mijn mond viel open. Zou het ook zo gaan bij sollicitatiegesprekken of ‘first dates’?

Het is tegenwoordig zo dat wanneer iemand leeft met HIV en medicatietrouw is, het virus zodanig wordt tegengewerkt dat het onmeetbaar en dus ook niet overdraagbaar is. Er gaat niets boven een gezond lichaam maar ‘leven met HIV is okay’. Ervaringsdeskundigen weten dat. Nu wij nog.


maandag 13 augustus 2018

NIETS ANDERS (De Ware Tijd, 11 augustus 2018)


In een hoekje gedrukt worden en weinig tot geen aanspraak op uw rechten kunnen maken, omdat u ‘niets anders dan een sekswerker’ bent. Helaas is dit de dagelijkse realiteit van deze subpopulatie in onze samenleving. Wat jammer dat onze maatschappij nog steeds zo in elkaar steekt dat we alleen de vrouwen, de sekswerkers in dit geval, verantwoordelijk stellen.

Over die mannen zeggen we niet dat ze  ‘niets anders dan hoerenlopers’ zijn. Met onze gedateerde denkwijze zullen we misschien zelfs vinden dat die man geen blaam treft. De vrouw treft alle schuld net zoals dat het haar zorg is om niet zwanger te raken. In de rechtszaak van die vier ‘helden’ die een vrouw hadden gedrogeerd, kwam dit echt sterk naar voren.

De vrouw kreeg tussen de regels door te horen dat ze eigenlijk kreeg waar ze om gevraagd had vanwege haar beroep. En bij de heren werd er gedaan alsof ze een koekje hadden gestolen uit de koektrommel van hun oma. Waarschijnlijk had oma ze zwaarder gestraft dan hetgeen zij nu opgelegd krijgen voor het stelen van de waardigheid van deze jongedame.

Ooit vroeg ik aan een dame waarom vrouwen zoveel slikken van de mannen. Ze begon te lachen en zei dat het niks daarmee te maken had. Haar uitleg was dat mannen zwak zijn. “Ze worden geleid door hun vlees. Hun geest is niet sterk. We moeten eigenlijk medelijden met ze hebben.”

Ze vertelde dat zij die mannen zag als een gemakkelijke manier om brood op de plank te krijgen. Ze verdiende goed maar als die man wilde, waarom niet. “Ja, een pappie voor de pot!”. Als man gaf me dat een dubbel gevoel. Niet prettig om te horen dat jouw hele geslacht eigenlijk als een stel sukkels gezien wordt die met alle gemak gemanipuleerd kan worden omdat ze met hun penis denken.

Tegelijkertijd vroeg ik me af of wij als samenleving wel beseffen hoe normaal veel vrouwen het vinden om kadootjes te ontvangen in ruil voor seks. De man ‘should give some, before he gets some’. Ze vragen dus geld, of goederen, in ruil voor seks. Volgens de denkwijze van die bekende advocaat zijn de meeste vrouwen in de Surinaamse samenleving dus ‘niets anders dan sekswerkers’. Wat dan de meeste Surinaamse mannen ‘niets anders dan hoerenlopers’ maakt. Dit is trouwens iets dat bij alle etniciteiten voorkomt. Bij de een openlijker dan bij de ander maar het is een ‘crosscutting’ fenomeen!

De uitspraak van de rechter is dan, in deze situatieschets bekeken, verkeerd geadresseerd. “Niet meer doen, want het kon je moeder of je zus zijn en als dat zo was zou je het niet leuk vinden. Praat nooit meer zo over sekswerkers!’. Terwijl ik dit schreef, werd ik gebeld door het werk. “We hebben een client verloren.”

Een vrouwelijke sekswerker, Ellen. Het raakte mij. De dag ervoor leek ze in twee werelden te dwalen. Ze vroeg meer aandacht dan normaal en had het koud ondanks de hitte. Toen Ellen lag te slapen ben ik gaan controleren of ze nog ademde. Soms voelt men gewoon dat Fedi al staat te wachten. Toch blijft het hard om te horen wanneer zo iemand daadwerkelijk is weggeroepen.

Bij haar familie was ze bekend maar leek ze onbemind. Op straat was ze geliefd. Voor ons was Ellen iemand, die ondanks de minimale energie die haar restte, bleef lachen. Haar ‘straatfamilie’ zal met ons rouwen om haar.

Met mijn bezwaarde hart, ben ik toch blij dat ze hier niet meer hoeft rond te zwerven. Verlaten door een wereld die doof voor haar noden bleef omdat ze ‘niets anders dan een seks werker’ was.


maandag 6 augustus 2018

GELOUTERD (De Ware Tijd, 04 Augustus 2018)


Soms zijn er van die dagen waar het besef dat je bevoorrecht bent erg hard kan aankomen. Voor mijn werk ging ik meekijken, en meehelpen, tijdens het uitdelen van maaltijden op een aantal locaties buiten de stad. Een van deze locaties was een begraafplaats. Schokkend was het niet. Verrassend wel.

Er is echt een subcultuur van mensen die leven op begraafplaatsen! Om verschillende redenen. Soms is het verslaving aan drugs. Maar soms ook gewoon omdat iemands huis is afgebrand en deze persoon geen vangnet had.

Het viel me op dat deze mensen niet respectloos voor de doden waren. Zelf dacht ik dat altijd toen ik voor het eerst hoorde over dit fenomeen. Nu ik het zelf heb gezien, voelt het anders aan. Het lijkt mij voor hen zelfs beter vertoeven op die begraafplaats dan bijvoorbeeld in de stad waar men ze bespuugd en beschimpt. Of straffeloos vermoord...

Een van de bewoners gaf me een rondleiding en dat was een louterende ervaring voor mij. Het aanhoren van zijn verhaal maakte me emotioneel. Horen hoe iemand zo afglijdt in het leven om uiteindelijk, als levende, rust te vinden bij de doden.

Ik besefte dat wij mensen eigenlijk niet zoveel nodig hebben. En dat het draait om het behouden van ons zelfrespect, ongeacht de situatie waar we in verkeren. De mensen op de begraafplaats waren vriendelijk en verrassend gastvrij. Ik mocht zelfs meekijken in het huis van een dame.

Het was gebouwd op een aantal grafstenen die dienden als neuten. Haar thuis, met eigen handen gebouwd, bestond slechts uit een keukentje en een slaapkamertje met daarin een zelfgemaakt hemelbed. Ze had een kastje waarin ze netjes haar nagellak had uitgestald.

Ook vertelde ze over haar plannen nog een klerenkast te bouwen zodat haar kleren er in konden. Ze was trots. En terecht moet ik zeggen. Een beter voorbeeld van “When life gives you lemons, make lemonade” is er niet. In het keukentje was een andere dame antroewa aan het snijden. “Dat is mijn vriendin!”. Het was gewoon een jong koppel dat een leven opbouwde, zij het anders dan wij normaal achten. “En vanavond is het feest.”. Dankzij de gedoneerde maaltijden aten ze die dag tweemaals.

Verder was het ook een louterende ervaring om de rust die ik ervaarde. Het was de eerste keer dat ik, zonder ‘gro skin’ te krijgen, op een begraafplaats kon rondlopen. Ik bedacht me dat deze mensen voor de samenleving uitschot waren en werden afgestoten. Maar bij de doden geen discriminatie!

Een jonge man stond op een grafsteen te genieten van zijn maaltijd die hij deelde met drie puppies die om hem heen dartelden. “Ik hou van honden, niet van mensen.”, zei hij, verder dansend en genietend. Het toonbeeld van levensvreugde.

Het deed ze echt heel goed om te zien dat er nog mensen zijn die naar ze omkijken. Die op basis van gelijkwaardigheid met ze praten en ze niet behandelen als tweederangs burgers. Wat gun ik het ze om mee te draaien in een samenleving die hen meetelt.

Kunnen ze niet, tegen een vergoeding, worden ingezet om de begraafplaatsen schoon te houden en te ontdoen van onkruid? Zou dat niet een manier zijn om ze langzaam te helpen reintegreren? Dat ze het verdiende geld aanvankelijk zullen besteden aan drugs is een mogelijkheid. Het is wel hun goed recht. Ze hebben er tenminste niet voor gestolen of mensonterende dingen voor gedaan.

Lachende gezichten zien in een situatie waar ik misschien gillend van zou wegrennen. Het louterde mijn ‘yeye’. Deze groep maakt veel van weinig. Alleen zichzelf als grootste ‘gudu’. Ooit zullen ze herrijzen; letterlijk uit de dood...

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...