Vrij regelmatig kom ik bij de grotere hotels
om, als onderdeel van mijn werk, workshops te volgen of te helpen verzorgen. Er
is altijd veel eten tijdens zulke workshops. Het buffet is altijd goed gevuld
want de hoeveelheid eten bepaalt deels, zeker in Suriname, of men gemotiveerd
blijft tijdens de workshop of niet. Eten is duidelijk een belanrgijk onderdeel
van onze cultuur.
Altijd stimuleer ik deelnemers om goed te eten
of te vragen om meeneem-bakjes. Waarom? Ik kwam ooit tot de schokkende
ontdekking dat deze luxere hotels het overgebleven voedsel weggooien. Zelfs
personeel mag het niet meenemen. Vaak merk ik dat ze daarom met plezier bakjes
halen voor mensen die dat wensen te doen. Maar dat is niet overal zo. Bij
sommige moet er eerst toestemming van de chef worden gevraagd. Wees dan niet
verbaasd als het antwoord ‘nee’ blijkt.
Toen ik navraag deed naar de reden waarom men
er niet voor koos het eten te doneren aan sociale instellingen, moest ik bijna
lachen zo belachelijk. Laten we er vanuit gaan dat het waar is. Dan is het voor
mij een goed voorbeeld van handelen vanuit angst, negativiteit en pessimisme.
Ik kreeg namelijk te horen dat men dat niet deed omdat de consequenties voor
het bedrijf waren in geval iemand ziek werd van het eten daar zij de kwaliteit
niet meer konden garanderen wanneer het ergens afgeleverd was.
Voor mij was het een kwestie van de kwaliteit
niet willen garanderen. Een manager
met een beetje een sociaal-maatschappelijk verantwoordelijkheids gevoel zou
allerlei procedures kunnen uitdenken waarbij de kans op kwaliteitsderving
beperkt of zelfs nihil is. Is het een geldige reden om geen bijdrage te kunnen
leveren aan het verbeteren van de levenskwaliteit van iemand? Zoveel
kindertehuizen die staan te springen om ondersteuning, kinderen die niet genoeg
te eten hebben omdat hun alleenstaande moeder het financieel niet meer kan
bolwerken, en al die daklozen op straat die in aantal lijken te groeien.
Laatst wees een taxichauffeur naar een stoep
en zei “Die man die altijd daar zat, is precies daar overleden; vorige week.
Hij was een militair tijdens de binnenlandse oorlog.” In mijn werk ben ik vaker
ex-militairen tegengekomen die hebben gediend tijdens deze zwarte bladzijde in
onze geschiedenis. Ja, ik werk voornamelijk met LGBT-ers en ja, ook daar zitten
militairen tussen die hun land hebben gediend. Velen van hen zijn zwaar
getraumatiseerd en kunnen hun emoties geen plek geven.
Het is ook wel bizar als je die verhalen
hoort. Mensen in stukken kappen en in de rivier gooien. Dorpen compleet uitmoorden.
En weet je wat ik ook van een van deze mannen heb gehoord? Dat ook zij eten weg
moesten gooien als ze wegtrokken. Het scheen dat veel dorpen verstoken waren
van voeding daar het dagelijks leven totaal ontwricht was en hun kostgronden
verwoest of ontoegankelijk. Destijds kregen de militairen de opdracht alle
blikjeswaren te vernietigen ondanks het gesmeek van dorpelingen. Bruut moet dat
zijn geweest om mee te maken, voor beide partijen.
Eten weggooien is (een) zonde en als het
gedaan wordt terwijl mensen honger lijden op enkele meters afstand vind ik het
zelfs een misdaad. Ik denk serieus dat er regelgeving moet komen hiervoor. En
dan zal men komen met ISO-certificeringsdingen
maar hey, fuck die internationale
standaard als het betekent dat mensen honger moeten blijven lijden. Elke
standaard die werkt tegen sociaal maatschappelijke betrokkenheid is sowieso
verkeerd.
Voedsel is geen wegwerp product. Mensen zijn dat ook niet. Waarom zo
achteloos met beiden omgaan? We moeten stoppen ons te verschuilen achter
drogredenen en de rommel aanpakken die we zelf veroorzaakt hebben, willen we
wat moois achterlaten voor ons nageslacht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten