vrijdag 28 augustus 2020

SMART (De Ware Tijd, 14-03-2020)

Regelmatig zie ik hem bij hetzelfde kruispunt in het zuiden van de stad. Gedurende een periode van twee jaar heb ik me steeds weer afgevraagd wat er mis is met hem. Gevraagd heb ik het nooit. Zijn ogen zijn mooi maar de diepte is onheilspellend. Het lijkt mij iets dat ik niet zal kunnen bevatten in een gesprek van vijf minuten. Meer tijd wil ik er ook niet aan besteden. We hebben allemaal onze bagage en we moeten allemaal zelf de keuze maken of we deze blijven meesjouwen of laten vallen. Andermans bagage meesjouwen zal geen verbetering brengen in de situatie van beide sjouwers. Gedeelde smart is slechts voor een korte tijd halve smart.

Toch blijft het in mijn gedachten. Een gezonde, goed uitziende jongen die blijkbaar toch tussen wal en schip van onze samenleving was geraakt. Niet dat dit zo een bijzonder geval is. Er zijn er velen in dezelfde positie die niet weten hoe ze eruit moeten komen. Er zijn ook geen handvaten. Althans, geen handvaten waar zo een individu zich daadwerkelijk aan op zou kunnen trekken. Het enige wat er beschikbaar is aan hulp is, zoals ik het noem, zijwaartse hulp. In zo een geval is stil staan misschien wel de beste optie. Dan wordt het er niet beter op maar slechter kan het in ieder geval niet.

Op dit moment wordt een behoevende slechts in een ander gevangenisje gestopt en komt geen stap vooruit. Het is net wanneer een verslaafde de ene verslaving vervangt met een andere. Soms denken ze dat ze vooruitgang geboekt hebben maar dat is deels waar. Is het minder erg wanneer een verslaafde, die zijn geest met drugs verdooft, dit zelfde vanaf een bepaald moment doet met religie, politiek, voeding of drank? Wanneer de tralies van onze gevangenis een ander leuk kleurtje krijgen, wil dat niet zeggen dat we vrij zijn. We zitten nog steeds gevangen maar in een mooier plaatje waardoor we ons beter voelen. Het is dus bedrieglijk. Het is schijn.

Ik denk dat dit maakt dat zo een jongen, en hij niet alleen, soms van het straatbeeld verdwijnt maar er toch iedere keer weer beland. De laatste keer dat ik hem heb gezien, is nog niet zo lang geleden. Het was wel schrikken deze keer. Zijn haar was op zijn hoofd vastgekoekt. Zijn hoofd had hij verstopt in een apenmasker. Zijn ogen werden zichtbaar toen hij het masker van zijn hoofd haalde. Ja, daar kwam de schrik. Mooi waren ze niet meer. De diepte was niet meer onheilspellend. Er was wat anders in te zien. Pijn. Honger. Verdriet. Afwijzing. Wat voelde ik me hulpeloos.

De huidige situatie in ons land maakt het niet beter voor hem. Terwijl iedereen klaagt over de verminderde koopkracht en ondernemers lopen te huilen over minder winst, zijn het de zwakkeren in onze samenleving die keihard getroffen worden. In het verleden zag ik vaker mensen wat geven aan hem. Deze laatste keer was er niemand in de file die de hand in de zak stopte. Ook ik niet. Terwijl ik hieraan terugdenk, voel ik een knoop in mijn maag. De tijden zijn echt hard geworden. Maar wat is precies hard? Dat ik niet meer de buitenlandse noten kan eten die passen bij mijn gezonde levensstijl of dat die jongen van 3 maaltijden per dag naar 3 maaltijden per week gaat?

Terwijl deze jongeman, en anderen met hem, tevergeefs om hulp vragen, vinden we ze lastig en storend. We vinden het belangrijker om te kijken naar de vuilsmijterij in aanloop naar een verkiezing van het minste der kwaden. Nergens komen er oplossingen die voor elk individu toegankelijk zijn. Zelfs het feit dat deze jongen, en de hele groep daklozen, stem- en kiesrecht hebben, is nog geen motivatie om ze te helpen. Blijkbaar zijn ze minder waard dan ratten en ziet men niet dat ze in potentie evenzo slim kunnen zijn als een olifant. Allerlei vragen spoken er sindsdien door mijn hoofd. Het systeem waar wij in zitten en waar zulke jongeren het slachtoffer van zijn, lijkt waterdicht.

Het enige dat deuren kan openen, is de wil van de samenleving om het te veranderen. Voorafgaand dient er eerst besef te komen dat er noodzaak is om het te veranderen. Komt dat ooit? Wanneer gaan we beseffen dat we ons land niet vooruit kunnen stuwen als slechts een deel van onze bevolking meeduwt? Wanneer gaan we beseffen dat elk persoon de moeite waard is? Wanneer gaan we beseffen dat we slechts de ketenen een ander leuk kleurtje hebben gegeven? Wanneer gaan we onze minuut op deze planeet tot een plezierige ervaring voor iedereen maken?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...