maandag 24 september 2018

ONBENUT KAPITAAL (De Ware Tijd, 22 september 2018)


Geirriteerd schudde ik nee terwijl ik stug voor me uit bleef kijken. Mijn moeder stond naast me en wist niet zo goed wat te doen. We stonden bij een bekend afhaalrestaurant te wachten op ons eten. “Koop wat te eten voor me, noh?” Het was een zwerver. Zijn bedelende hand stak hij tussen ons in en nu zeiden mijn moeder en ik tegelijkertijd “Neehee!”.  Op dat moment had de eigenaar van het eethuisje het door.  Meteen stond hij in de aanslag met een elastiek dat hij als een katapult vasthield. Ik probeerde het projectiel te identificeren; papier of metaal. Het werd niet afgevuurd want die dakloze meneer was meteen verdwenen.

Het gezicht van de uitbater bleef hangen voor mijn geestesoog. De minachting en irritatie deed me concluderen dat het goed was dat zijn wapen geen pistool was geweest. Dan was die zwerver misschien wel neergeschoten. “Dat was nou ook weer niet nodig, toch?”, vroeg mijn moeder zachtjes. Ik beaamde het. Dat we in onze maatschappij niet altijd zo vriendelijk zijn tegen zwervers is zachtjes uitgedrukt. Maar afgelopen week besefte ik dat ik zelf ook niet altijd het goede voorbeeld geef. En ik leerde een les over echte, pure, verblindende liefde. Op het werk meldde zich een emotionele meneer met een dringende hulpvraag. Terwijl ik dit begin te typen, denk ik terug en raakt mijn kleine hart weer bezwaard.

Hij vertelde dat een, op straat wonende, dame was gebeten door een hond. We volgden hem naar de wachtruimte. Daar zat een hoopje ellende met vastgekoekt haar. Ze moest in het verleden heel mooi zijn geweest. Mooi was een understatement. Dit was model material. Ze was in paniek. Haar groen uitgeslagen, etterende wond was twee dagen oud, zei ze. In stilte betwijfelde ik het. Vanaf een ‘gezonde’ afstand kalmeerde ik haar. Mijn innerlijke, mijn yeye, liet van zich horen. ‘Ze heeft een brasa nodig.’ Ik luisterde niet. Ze rook niet fris. En die vieze wond motiveerde ook niet echt.

We begeleidden haar naar onze kliniek. Ze raakte weer in paniek. Brabbelde over geld. Ze had het niet, en hoe dan? Die heer - het was echt een heer - liep naar haar toe. Pakte haar vast, omhelsde haar stevig, gaf haar een kus op haar wang en stelde haar gerust. Wauw. Dat was liefde. Echte liefde. Met een mond vol tanden, een schuldig hart, onbenutte armen en grote ogen aanschouwde ik het tafereel. Verlegen keek hij me aan toen hij zich omdraaide om terug te keren naar zijn werk. Wist hij veel dat ik, als boeddhist, mij meer schaamde dan hij.

De volgende dag reed ik weer met mijn moeder door de straten van Paramaribo. De viezigheid op sommige plekken verwonderde haar. Het aantal daklozen ook. Menselijk kapitaal dat onbenut werd. In die positie zouden ze toch ook kunnen bijdragen aan de samenleving? De straat was hun huis; dat diende je dan schoon te houden, toch? Een centraal inzamelpunt waar ze plastic afval konden afgeven tegen een vergoeding? Misschien zou dat het irritante gebedel en de viezigheid tegengaan? Maar is dat wel de oplossing? Misschien voor die bedelende mannen.

Zou het die vrouw met die etterende wond ook helpen? Wat ze nodig had, bleek die brasa. Die onvoorwaardelijke lobi. Dat is wat ze eigenlijk allemaal nodig hebben. Geen hidden agenda zoals zieltjes winnen voor de kerk. Of het tevreden stellen van buitenlandse donoren. Geen oplossingen vanuit de gedachte de samenleving te verlossen van een plaag. Onzelfzuchtigheid is schaars, ten koste van de zwakkeren onder ons. We moeten samen vooruit. Kunnen we onze mentaliteit veranderen ten bate van totale inclusiviteit en collectieve vooruitgang?


dinsdag 18 september 2018

STOKJE (De Ware Tijd, 15 September 2018)


Urenlang heb ik naar het scherm van mijn laptop zitten staren. Ik wisselde het af met driftig scrollen door mijn nieuwsoverzicht op social media. Waar was mijn inspiratie? Ik wilde niet weer een stuk schrijven dat ging over die meneer die zoveel rond te bazuinen heeft gehad de afgelopen periode. Hij verdiende die aandacht niet. Daarnaast had hij onze samenleving al genoeg vervuild met zijn haatzaaierijen en schijnwijsheden over duivelse praktijken. Om maar niet te spreken over belachelijke acties zoals het weigeren de hand te schudden van ambtgenoten. Waarom niet eigenlijk? Omdat ze, in tegenstelling tot de zijne, in onschuld zijn gewassen?

No mang, mijn pijlen van woorden zou ik niet vervuilen met zijn  bloed. Ik wilde wel dat dit niet onopgemerkt voorbij zou gaan, om uiteindelijk te verdwijnen in de doofpot. Echt niet. Net zoals dat hij vond dat hij er een persoonlijk wandelstokje voor moest steken om ervoor te zorgen dat Paris Simson geen aanspraak kon maken op haar rechten, vind ik dat wij bij hem hetzelfde moeten doen om ervoor te zorgen dat het recht zegeviert. Stokjes steken? Van binnen lachte ik om mijn woordkeuze. Want onze bazuinende viezerik stak graag met zijn stokje. Liefst in onschuldig vlees.

Maar nu ik het er dan toch over heb; weet je wat ik nou zo erg vond in dat hele verhaal? De reactie van het algemene publiek. Er werd van alles bedacht om het slachtoffer in een slecht daglicht te plaatsen. Het leek er bij weinig mensen in te gaan dat de dame in kwestie helemaal niet het onderwerp van discussie zou moeten zijn. Hij die het woord bazuinde; hij moest ter discussie staan om de simpele reden dat hij voorganger in een kerk is, een echtgenote heeft en ook nog eens een publieke functie bekleedt bij de overheid. Het neerleggen van een deel van zijn functies maakt zoiets toch niet goed dan?

Opvallend was dat veel mensen ineens woorden als ‘vermeend’ en ‘als blijkt dat’ bleken te kennen. Ineens konden we iemand het voordeel van de twijfel geven. Ik weet bijna zeker dat, als het in deze om een gewone man zou zijn gegaan, dat duizenden woorden als kogels zijn hoofd hadden doorboord. Pijnlijk duidelijk werd dat onze sympathie stijgt met de klasse van de persoon om wie het draait. Dat is erg... En het kan erger. Want velen lijken er de voorkeur aan te geven het in de doofpot te stoppen, en hun hoofd in het zand te steken, zodat ze niet hoeven te zeggen “mattie, yu fout!”

Wat ik ook zou willen weten, is hoeveel mensen hun lidmaatschap baka dey hebben opgezegd. Achter zo iemand blijven staan, is zeggen dat zijn daad licht op te vatten is. Ik ben ook niet teleurgesteld in dat stokpaardje van die gemeente. Ik ben wel erg teleurgesteld in een ieder die wederom de fout probeert te leggen bij de vrouw, net zoals recentelijk werd gedaan in de rechtszaal. Toen was dat meisje ‘niets anders dan een sekswerker’.

Ik vind dat het neerleggen van functies geen boetedoening, maar poppenkast, is. Van mij mag hij dan ook gaan schuilen onder een steen. Geen steen van de klaagmuur in Israel. Hij moet onder een steen gaan schuilen in een van de sula’s die ons binnenland rijk is. Daar kan hij dan gezelschap worden gehouden door de watra-ingi en de busi-ingi die hem even eraan zullen herinneren dat hij een kind van Suriname is. Vervolgens mag de watra-mama hem een lesje leren zodat hij nooit meer vergeet dat hij respect dient te tonen voor vrouwen en de bij wet erkende geloofstradities van zijn land.



maandag 10 september 2018

PROCES (De Ware Tijd, 08 September 2018)


De kranten en social media stonden er vol van. Geslaagd! De hard werkende studenten werden alom geprezen. Terecht.  Maar in alle geroezemoes werd best weinig aandacht besteed aan de mensen die het niet gehaald hadden. Meestal gaan we ervan uit dat het te maken heeft met lui zijn en niet hard genoeg werken. We belonen dat met een vluchtig ‘volgende keer beter’ waarbij we snel weer overgaan tot het prijzen van de leerlingen met de hoogste cijfers.

Een lerares zei tegen mij dat ze het betreurde dat er zo werd gefocust op het eindresultaat. Het proces en het voortraject vond ze net zo belangrijk. Een leerling die bijvoorbeeld keihard heeft moeten werken voor een zes krijgt niet dezelfde waardering als een leerling die met minimale moeite een acht haalt. Ons beloningssysteem zou zodanig moeten zijn dat het proces en de moeite zouden moeten meetellen voor de eindbeoordeling.

Als ik kijk naar mezelf ben ik een luie student geweest. Ik wilde genieten van het jong zijn en school stond mij daarbij in de weg. Gewiekst als ik was, had ik gemerkt wat het mij kostte om een acht te halen. En om optimaal te genieten van mijn jong zijn, en het destijd immens populaire MTV, besloot ik te studeren op zeventjes.

Zo ben ik met gemak mijn schooltijd doorgekomen met aan het einde een eindlijst met overwegend zevens. Ik voel me er nu dubbel over. Dat ik geslaagd ben, is natuurlijk wel prijzenswaardig maar, zoals ik aangaf, was het proces ernaar toe niet van belang. Zou dat in acht zijn genomen dan zou ik, afhankelijk van de beoordelaar, een punt lager of misschien juist hoger moeten krijgen.

Lager omdat ik wel had gewerkt maar niet te hard. Hoger omdat ik mijn inzet precies heb weten te doseren en dat ook echt consequent heb gedaan met een vergelijkbaar resultaat. Een eindcijfer zegt niet zo veel over het proces dat eraan vooraf is gegaan. En, reflecterend, vind ik dat school ons alleen leert informatie op te slaan en het te reproduceren.

Terugkijkend heb ik het meest genoten van mijn geschiedenis lessen. Ik had les van meneer Flietstra en die hield ervan ons te laten nadenken. Hij leerde ons niet alleen geschiedenis maar hij leerde ons ook discussies te voeren erover. Prachtige lessen waren dat waarbij hij er niet voor schroomde kritiek te uiten op de gevestigde orde en hoe zij de geschiedenis hadden vast gelegd. Het was het enige vak waar ik streefde naar een acht of hoger. En ik denk niet dat meneer Flietstra, of ik, destijd beseften hoe invloedrijk zijn lessen zouden worden in mijn leven. Juist door zijn alternatieve visie erop.

Mijn minst geliefde vak was wiskunde A. Ik schaam me niet om te zeggen dat meester van Dongen na maanden van  hard werken, bijlessen volgen en het investeren van zijn eigen tijd in mij, zei: “Christio, jongen, laat dit vak maar vallen.” Dit zei hij na mijn derde cijfer ver, echt ver, onder vijf. Ik had echt geploeterd om het te behalen maar het zat er absoluut niet in. Zo gebeurde het dat het vak waar ik het hardst voor had gewerkt niet eens voorkwam op mijn diploma.

Ik kan wel degelijk rekenen overigens maar, waarschijnlijk een karaktereigenschap, ik kan niet zo goed tegen eromheen draaien zoals het geval is bij wiskunde A. ‘Als Pietje twee manja’s heeft en Ari vraagt hem om een kwart waar hij  Helga dan een vijfde van geeft terwijl zij van Pietje nog een derde krijgt. Hoeveel heeft een ieder als Pietje beide manjas in zeven stukken snijdt maar vijf daarvan laat vallen?’ Boi...



maandag 3 september 2018

TROEFCALL (De Ware Tijd, 01 September 2018)


Als kind van gescheiden ouders weet ik als geen ander hoe het is om in twee werelden op te groeien. Die van je vader en die van je moeder. Dat is dan als zij hun zaken goed, als volwassenen, afhandelen. Te vaak is anders het geval. Te vaak worden kinderen ingezet door, voornamelijk, moeders als een manier om wraak te nemen op hun ex-geliefde. Onacceptabel vind ik dat.

Waarom? Lijkt me logisch maar dat is het niet dus zal ik er even over uitwijden in de hoop iemand op andere gedachten te brengen. Het uit elkaar gaan van ouders is een traumatische ervaring voor kinderen. Het vervolgens ontzeggen van het contact met een van de ouders is een hatelijke zet waarbij het kind extra hard getroffen wordt. Het doet, letterlijk, pijn in zo een kind.

Wees niet verbaasd als een moeder openlijk verklaart haar kind te willen doden en dat er vanuit de sterke arm gezegd wordt dat zij zelfs dan nog haar kind zou mogen zien en zelfs mogen opvoeden. “Ja, want zij is nog steeds de moeder..” Onze samenleving doet over het algemeen nog steeds alsof moeders een alleenrecht op kinderen hebben.

Jammer dat die paar welwillende vaders die we hebben buiten de boot vallen. Ik vraag me ook af of hetzelfde zou worden gezegd als een vader zou aangeven dat hij zijn kind van het leven wil beroven. Er is iets mis met de manier waarop wij onze regels aanhouden als we het welzijn van het kind ondergeschikt maken aan de wensen en rechten van de moeder. Dat zou toch niet mogen?

Verder vind ik het goed als wij als samenleving wat vaker stilstaan bij de vaders die het wel goed doen. We zien ze niet zo vaak maar dat wil niet zeggen dat ze er niet zijn. We onthouden natuurlijk de niksnutten die op straat rondhangen en de professionele ‘meidman’ spelen. Zij die rustig voorbijlopen, misschien met de kinderwagen, verbazen ons maar even. Vreemd genoeg laat het negatieve een diepere indruk dan het positieve achter.

Overigens wil ik daarmee niet zeggen dat een ‘straatmadrijn’ geen goede vader kan zijn. Iemand kan door zijn opvoeding en omgeving misschien niet beter kunnen maar wel  beter willen. En soms zijn het juist de heren uit de gegoede burgerij die zich als ongewassen varkens gedragen omdat ze altijd gewend zijn hun zin te krijgen over de ruggen van anderen heen.

Goed, wat ik probeer te zeggen, is dat er in het geval een huwelijk of partnerschap uit elkaar valt, er voor beide partijen iets te zeggen valt. Echter, indien er kinderen in het spel zijn, mogen deze nooit en te nimmer worden ingezet als troef in een ziek machtsspelletje! Het enige dat daarmee bereikt word, is het kweken van getraumatiseerde volwassenen die een slecht voorbeeld zullen overnemen of zullen overcompenseren met tegengesteld gedrag en dat is ook niet gezond.

Tevens vind ik het raar dat we streven naar gender gelijkheid en emancipatie van de vrouw maar dat het bij een scheiding nog steeds de man is die voor alles op moet draaien, ten gunste van de vrouw. Dat is een dubbele standaard aanhouden en is dat nou niet het geen wij willen veranderen?

Kinderen zijn geen pionnen in een schaakspel! Kinderen als troef inzetten om een ex te kwellen, moet strafbaar gemaakt worden. Mensen tonen, met zulks een onvolwassen gedrag, dat ze nog  niet bevoegd waren en zijn om deel te nemen aan het ‘huwelijksverkeer’. 

Ook hier zijn verkeersslachtoffers ongewenst. Jammer dat er geen ‘vrijbewijzen’ zijn die verklaren dat iemand rijp is voor het huwelijk of het ouderschap.


EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...