Soms zijn er van die dagen waar het besef dat
je bevoorrecht bent erg hard kan aankomen. Voor mijn werk ging ik meekijken, en
meehelpen, tijdens het uitdelen van maaltijden op een aantal locaties buiten de
stad. Een van deze locaties was een begraafplaats. Schokkend was het niet. Verrassend
wel.
Er is echt een subcultuur van mensen die leven
op begraafplaatsen! Om verschillende redenen. Soms is het verslaving aan drugs.
Maar soms ook gewoon omdat iemands huis is afgebrand en deze persoon geen
vangnet had.
Het viel me op dat deze mensen niet
respectloos voor de doden waren. Zelf dacht ik dat altijd toen ik voor het
eerst hoorde over dit fenomeen. Nu ik het zelf heb gezien, voelt het anders
aan. Het lijkt mij voor hen zelfs beter vertoeven op die begraafplaats dan
bijvoorbeeld in de stad waar men ze bespuugd en beschimpt. Of straffeloos
vermoord...
Een van de bewoners gaf me een rondleiding en
dat was een louterende ervaring voor mij. Het aanhoren van zijn verhaal maakte
me emotioneel. Horen hoe iemand zo afglijdt in het leven om uiteindelijk, als
levende, rust te vinden bij de doden.
Ik besefte dat wij mensen eigenlijk niet
zoveel nodig hebben. En dat het draait om het behouden van ons zelfrespect,
ongeacht de situatie waar we in verkeren. De mensen op de begraafplaats waren
vriendelijk en verrassend gastvrij. Ik mocht zelfs meekijken in het huis van
een dame.
Het was gebouwd op een aantal grafstenen die
dienden als neuten. Haar thuis, met eigen handen gebouwd, bestond slechts uit
een keukentje en een slaapkamertje met daarin een zelfgemaakt hemelbed. Ze had
een kastje waarin ze netjes haar nagellak had uitgestald.
Ook vertelde ze over haar plannen nog een
klerenkast te bouwen zodat haar kleren er in konden. Ze was trots. En terecht
moet ik zeggen. Een beter voorbeeld van “When
life gives you lemons, make lemonade” is er niet. In het keukentje was een
andere dame antroewa aan het snijden. “Dat is mijn vriendin!”. Het was gewoon
een jong koppel dat een leven opbouwde, zij het anders dan wij normaal achten.
“En vanavond is het feest.”. Dankzij de gedoneerde maaltijden aten ze die dag
tweemaals.
Verder was het ook een louterende ervaring om
de rust die ik ervaarde. Het was de eerste keer dat ik, zonder ‘gro skin’ te krijgen, op een
begraafplaats kon rondlopen. Ik bedacht me dat deze mensen voor de samenleving
uitschot waren en werden afgestoten. Maar bij de doden geen discriminatie!
Een jonge man stond op een grafsteen te
genieten van zijn maaltijd die hij deelde met drie puppies die om hem heen
dartelden. “Ik hou van honden, niet van mensen.”, zei hij, verder dansend en
genietend. Het toonbeeld van levensvreugde.
Het deed ze echt heel goed om te zien dat er
nog mensen zijn die naar ze omkijken. Die op basis van gelijkwaardigheid met ze
praten en ze niet behandelen als tweederangs burgers. Wat gun ik het ze om mee
te draaien in een samenleving die hen meetelt.
Kunnen ze niet, tegen een vergoeding, worden
ingezet om de begraafplaatsen schoon te houden en te ontdoen van onkruid? Zou
dat niet een manier zijn om ze langzaam te helpen reintegreren? Dat ze het
verdiende geld aanvankelijk zullen besteden aan drugs is een mogelijkheid. Het
is wel hun goed recht. Ze hebben er tenminste niet voor gestolen of
mensonterende dingen voor gedaan.
Lachende gezichten zien in een situatie waar
ik misschien gillend van zou wegrennen. Het louterde mijn ‘yeye’. Deze groep maakt veel van weinig. Alleen zichzelf als
grootste ‘gudu’. Ooit zullen ze
herrijzen; letterlijk uit de dood...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten