woensdag 22 augustus 2018

DE PEN (De Ware Tijd, 18 Augustus 2018)


Al een tijdje werk ik met mensen die leven met HIV. Vaak vraag ik me af hoe het zou zijn als ik in hun schoenen stond. Er heerst hier een enorm taboe op in onze samenleving. Er zijn mensen die hun baan kwijtraken of verstoten worden door familie als bekend wordt dat zij geinfecteerd zijn met dit virus. Dat is toch erg; als naastenliefde alleen geldt mits iemand gezond is? Of dat een chronische infectie een reden is voor ontslag terwijl zo iemand, in theorie, beter kan functioneren dan een persoon met diabetes.

Wanneer iemand leeft met HIV zijn er twee relaties die extra moelijk zijn om aan te gaan. Dat zijn de arbeidsrelatie en de liefdesrelatie. Werk vinden (of een opleiding volgen) is dan uitdagend. Enerzijds vanwege stigmatisering op werk (of school) en anderzijds zijn er nog steeds bedrijven die een gezondheidstest als onderdeel hebben. Dit schrikt af omdat men eigenlijk al met zekerheid kan zeggen dat op het moment dat de HIV test positief blijkt, de kans op een baan aanzienlijk kleiner of zelfs nihil wordt. Het is zo bijzonder dat onze tolerantiegrens voor corruptie en fraude veel verder reikt dan voor kwetsbare groepen in onze samenleving.

Ik vraag me wel af waarom men van goede gezonheid moet zijn om fiches uit te delen in een casino. Sterker nog, wat voor een obstakel is een HIV-infectie in dit geval? Die fiches worden niet uitgedeeld met de mond of de geslachtsorganen maar met de handen. Iemand die naar de WC gaat om te poepen en daarna de handen niet wast is een groter gevaar voor de casinobezoekers. Het is nog niet bewezen dat het HIV-virus door de vingertoppen van mensen glipt en zo andere lichamen kan binnendringen. Bacterien kunnen wel middels een handdruk worden overgedragen.

Vreemd is ook dat we mensen met HIV stigmatiseren maar als de nood hoog is, wijken we met alle gemak af van het principe ‘veilig vrijen’. We zijn bijvoorbeeld ook bang voor HIV maar geven niet genoeg voorlichting aan onze jeugd. Een ander voorbeeld is dat we in gevangenissen ook geen condooms en glijmiddel verstrekken terwijl er daar van alles gebeurt. Hetgeen we zo stigmatiseren, en zo verafschuwen dat moeders soms zelfs hun eigen kroost verstoten, geven we met alle gemak vrij spel door zo te handelen.

Het feit dat we ervoor kiezen onze ogen te sluiten voor sommige activiteiten, zoals sex in de gevangenis en sex onder tieners, maakt dat we een groter deel van de samenleving blootstellen hieraan. In stand gehouden onwetendheid mag geen obstakel vormen voor een gezond leven. Dat gebeurt nu wel. Wanneer we condooms verstrekken aan jongeren en gevangenen wil dat niet zeggen dat we hetgeen ze doen goedkeuren. Het wil alleen zeggen dat we beseffen dat er zaken gebeuren die discutabel zijn maar dat we gezondheid en veiligheid als prioriteit hebben. En het geeft ook aan dat we hun recht op zelfbeschikking respecteren.

Ooit moest ik een pakket in ontvangst nemen waarvoor ik moest tekenen. De bezorger vroeg geinteresseerd wat voor bedrijf het was. “We zijn een stichting en begeleiden mensen die leven met HIV.” Hij poogde zijn schrik te verbergen maar het gesprek stokte,  hij vertrok meteen en de geleende pen nam hij met twee vingers terug. Mijn mond viel open. Zou het ook zo gaan bij sollicitatiegesprekken of ‘first dates’?

Het is tegenwoordig zo dat wanneer iemand leeft met HIV en medicatietrouw is, het virus zodanig wordt tegengewerkt dat het onmeetbaar en dus ook niet overdraagbaar is. Er gaat niets boven een gezond lichaam maar ‘leven met HIV is okay’. Ervaringsdeskundigen weten dat. Nu wij nog.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...