Al een tijdje werk ik met mensen die leven met
HIV. Vaak vraag ik me af hoe het zou zijn als ik in hun schoenen stond. Er
heerst hier een enorm taboe op in onze samenleving. Er zijn mensen die hun baan
kwijtraken of verstoten worden door familie als bekend wordt dat zij
geinfecteerd zijn met dit virus. Dat is toch erg; als naastenliefde alleen
geldt mits iemand gezond is? Of dat een chronische infectie een reden is voor
ontslag terwijl zo iemand, in theorie, beter kan functioneren dan een persoon
met diabetes.
Wanneer iemand leeft met HIV zijn er twee
relaties die extra moelijk zijn om aan te gaan. Dat zijn de arbeidsrelatie en
de liefdesrelatie. Werk vinden (of een opleiding volgen) is dan uitdagend.
Enerzijds vanwege stigmatisering op werk (of school) en anderzijds zijn er nog
steeds bedrijven die een gezondheidstest als onderdeel hebben. Dit schrikt af
omdat men eigenlijk al met zekerheid kan zeggen dat op het moment dat de HIV
test positief blijkt, de kans op een baan aanzienlijk kleiner of zelfs nihil
wordt. Het is zo bijzonder dat onze tolerantiegrens voor corruptie en fraude
veel verder reikt dan voor kwetsbare groepen in onze samenleving.
Ik vraag me wel af waarom men van goede
gezonheid moet zijn om fiches uit te delen in een casino. Sterker nog, wat voor
een obstakel is een HIV-infectie in dit geval? Die fiches worden niet
uitgedeeld met de mond of de geslachtsorganen maar met de handen. Iemand die naar
de WC gaat om te poepen en daarna de handen niet wast is een groter gevaar voor
de casinobezoekers. Het is nog niet bewezen dat het HIV-virus door de
vingertoppen van mensen glipt en zo andere lichamen kan binnendringen.
Bacterien kunnen wel middels een handdruk worden overgedragen.
Vreemd is ook dat we mensen met HIV
stigmatiseren maar als de nood hoog is, wijken we met alle gemak af van het
principe ‘veilig vrijen’. We zijn bijvoorbeeld ook bang voor HIV maar geven
niet genoeg voorlichting aan onze jeugd. Een ander voorbeeld is dat we in
gevangenissen ook geen condooms en glijmiddel verstrekken terwijl er daar van
alles gebeurt. Hetgeen we zo stigmatiseren, en zo verafschuwen dat moeders soms
zelfs hun eigen kroost verstoten, geven we met alle gemak vrij spel door zo te
handelen.
Het feit dat we ervoor kiezen onze ogen te
sluiten voor sommige activiteiten, zoals sex in de gevangenis en sex onder
tieners, maakt dat we een groter deel van de samenleving blootstellen hieraan.
In stand gehouden onwetendheid mag geen obstakel vormen voor een gezond leven.
Dat gebeurt nu wel. Wanneer we condooms verstrekken aan jongeren en gevangenen
wil dat niet zeggen dat we hetgeen ze doen goedkeuren. Het wil alleen zeggen
dat we beseffen dat er zaken gebeuren die discutabel zijn maar dat we
gezondheid en veiligheid als prioriteit hebben. En het geeft ook aan dat we hun
recht op zelfbeschikking respecteren.
Ooit moest ik een pakket in ontvangst nemen
waarvoor ik moest tekenen. De bezorger vroeg geinteresseerd wat voor bedrijf
het was. “We zijn een stichting en begeleiden mensen die leven met HIV.” Hij
poogde zijn schrik te verbergen maar het gesprek stokte, hij vertrok meteen en de geleende pen nam hij
met twee vingers terug. Mijn mond viel open. Zou het ook zo gaan bij sollicitatiegesprekken
of ‘first dates’?
Het is tegenwoordig zo dat wanneer iemand
leeft met HIV en medicatietrouw is, het virus zodanig wordt tegengewerkt dat
het onmeetbaar en dus ook niet overdraagbaar is. Er gaat niets boven een gezond
lichaam maar ‘leven met HIV is okay’. Ervaringsdeskundigen weten dat. Nu wij
nog.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten