vrijdag 28 augustus 2020

ZUIVER (De Ware Tijd, 27-07-2019)

Vriendelijk was ze altijd. Goedgehumeurd. Ze stond bekend om haar fantastische kookkunsten en de manier waarop ze caterings kan draaien. Kundig en efficient. Een keer kwam het gesprek op een vriendin van haar. Ze had steeds maar pech met mannen. Ten einde raad was ze het gaan proberen met een Indiaan. “Ma deng mang dati no ab a sem sani leki unu.” Haar vriendin klaagde erover dat ze niets voelde tijdens de daad. “Wil ze geluk of wil ze opengescheurd worden?”, vroeg ik me af.  We spraken verder terwijl we borden aan het ‘platen’ waren. “Ma eigenlijk unu n’e moksi, yere! Unu ras musu tan zuiver!! Moksi e doti a brudu, mang.” Wow!

Ze was een dame van Marron-afkomst maar haar woorden leken uit de mond van een nazi te komen. Ze werd ineens verlegen toen ze zag hoe verschrikt ik naar haar keek. Ik ging er verder niet op. Met de jaren had ik geleerd dat mensen met vastgeroeste ideetjes deze zouden behouden tot hun dood. En het was haar recht om zo te denken. Helemaal als ik me bedacht dat ik haar dochters kende en die konden zonder problemen ‘buiten hun ras scharrelen’. Vervolgend met het opmaken van de borden voor de volgende gang, verscheen er ineens een andere herinnering voor mijn geestesoog.

In Nederland had ik ook vrienden van Marron-afkomst. Ondanks dat we vrienden waren, was er altijd een bepaalde gereserveerdheid van hun zijde. Kwam het door mijn geaardheid? Dat mocht, was een probleem voor henzelf en niet het mijne. Wat het werkelijk was werd duidelijk tijdens een gesprek omtrent de afschaffing van de slavernij. Ze stonden er dubbel in. “Onze moeder heeft ons geleerd dat wij van trotse mensen afstammen die de slavernij zijn ontvlucht. Wij hebben ons hoofd niet gebogen zoals die stadsnegers. Wij hebben onze identiteit behouden.” Wow, dacht ik weer. Toen ik hun moeder ontmoette, was ik erg onder de indruk. Wat een mooie vrouw was dat. En haar natural hair was nog fantastischer om naar te kijken.

We raakten in gesprek en natuurlijk stonden onze mening rechtlijnig tegenover elkaar. Ik vond dat stadsslaven helemaal niet voor de makkelijke weg hadden gekozen en dat deze, vooral de vrouwen, geprezen moesten worden daar zij alles uit de kast, en van het lijf, hadden gehaald om te kunnen overleven. Uiteindelijk bitste ze me toe: “Jij bent iemand die nog nooit in slavernij heeft gezeten! Je weet niet hoe het was.”. Ik keek haar lang aan om mezelf te ervan te verzekeren dat wat ik in haar ogen zag echt een soort minachting was. Mijn nieren deden iets en mijn yeye wilde woorden als kogels uit mijn mond schieten maar uit respect, dat blijf ik altijd hebben, slikte ik ze in. Ik dacht bij mezelf: “Volgens uw woorden hebben Marrons ook nooit slavernij meegemaakt en zijn ze het blanke juk ontvlucht. Dan heeft u ook geen recht van spreken?!”. Daar bleef het bij.

Recentelijk kwamen deze herinneringen weer naar boven. Tijdens de Ketikoti-vieringen viel het me namelijk op dat ik erg veel Marron kledij zag. Is dat niet iets voor Marron-dag? Is de kotomisi niet het symbool voor Ketikoti? Aan de andere kant was het ook wel mooi. Ik hou van onze melting pot, enerzijds. Anderzijds, bedacht ik me, zou het ook raar zijn om tijdens de herdenking van de Hindoestaanse immigratie in Chinese kleding rond te gaan lopen. Of om tijdens Kerstfeest de versieringen die gebruikelijk zijn met Pasen op te hangen. Er was maar een persoon in mijn social media cirkel die zich duidelijk uitsprak hierover. “Ketikoti is voor stadscreolen en Marrondag voor Marrons!”, zei ze. Dat ging mij ook weer te ver om zo een duidelijke scheiding aan te brengen.

Zelf vond ik het interessant om die verandering te aanschouwen. Ik analyseerde wat ik van binnen voelde. Het was vooral angst dat mijn persoonlijke ideaalbeeld van de Kotomisi behorende bij Ketikoti zou veranderen. Want het was toch traditie? En traditie en cultuur is toch belangrijk? Tijdens een bijeenskomst kreeg ik het antwoord waar ik naar zocht. Een aanwezige zei: “We denken altijd dat cultuur en traditie statisch zijn. Maar: mensen veranderen, dus veranderen culturen, dus ook tradities.” Dat ik dat moest horen om mijn eigen gevoelens en gedachten een rustplaats te geven, was een schok. Ik zie mezelf als een persoon met een hele open en vrije geest. Uitsluiting kan ik op geen enkel niveau waarderen. En conditioneringen al helemaal niet. Toch bleek ik er een paar te hebben. Zoals dat gekleurde mensen niet racistisch kunnen zijn. Oh yes, they can! En dat extreemrechtse ideetjes vooral bij blanken voorkomen. Oh no, they don’t!  Van een steeds grotere, innerlijke, afstand aanschouw ik de wereld. Wat ik zie is dat, de kleur van de zak, de inhoud niet mooier maakt en dat bij rot, de stank even erg is.

 

  

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...