Er zijn van die dingen die kunnen blijven hangen in onze gedachtes. Soms omdat ze leuk zijn. Of minder leuk. Maar het kan ook zijn omdat er iets gebeurt waarvan men kan denken “What the hell??”. Dat had ik laatst bij de uitvaart van mijn tante. Het is een bijzonder hoofdstuk. Het was namelijk zo een levendig mens dat de gedachte dat ze er niet meer is, onderdoet voor haar nog voelbare levensenergie. Herinneringen aan haar zijn zo in het geheugen gegrift dat zelfs het zien van het lijk, niet bij kon dragen aan het besef dat ze er lijfelijk niet meer was. Met al die gedachten stond ik bij het uitvaartcentrum te wachten op de begrafenisstoet. De aankomsttijd was 17:00 uur. Om 17:05 kwam een medewerker van het uitvaartcentrum naar mij toe. “Jullie zijn te laat. We zitten met de tijd hier. De politie gaat komen en als jullie niet klaar zijn, gaat het niet lukken. En straks ga je dit en dat horen want wij Surinamers houden ervan..”
Ik keek hem aan en wist een vriendelijke
glimlach op mijn gezicht te tonen. Waar hielden Surinamers van? Gevoelloos zijn
voor het verdriet van anderen? Ik gaf aan dat we niet konden beginnen zonder de
belangrijkste persoon. “Die belangrijkste persoon is dood, die kan niets meer
doen. Die mensen eromheen moeten zorgen dat ze op tijd zijn.” Terwijl ik begon
te koken van binnen om zo een ongevoeligheid, schoot mijn verstand te hulp. Een
medewerker van een uitvaartcentrum ziet waarschijnlijk elke dag rouwende mensen
en lijken. Zodanig dat ze misschien afgestompt raken voor verdriet van de nabestaanden.
Zo redeneerde ik. Daar bleef het echter niet bij. Mijn Nederlandse accent was
vervolgens het bespreken waard. Dit gebeurt heel vaak. Soms gaat men het nadoen.
Om te plagen. Soms omdat men op die
manier wil laten zien of ook uit Nederland te komen of daar te hebben gewoond.
Nu wilde men weten of ik op vakantie was. Leeftijd? Kinderen? Onderwerpen die
ik totaal niet interessant vind wanneer ik iemand voor het eerst ontmoet
trouwens. Of is dat weer een uitvloeisel van mijn individualistische kijk op de
wereld? Zijn dit juist de onderwerpen waar men normaalgesproken over praat? Ik
weet het niet. Wat ik wel weet, is dat het niet juiste moment was!
Dat ik geen kinderen had, bleek een rode kaart
te zijn. Terwijl ik daar, rouwend om mijn tante, stond te wachten op de komst
van de kist werd mij een les gelezen. “Het kan toch niet dat iemand van over de
veertig nog geen kinderen heeft? Straks ‘ga je ook weg’ en dan yu no libi pikin na baka. Dati no bun, yere. Mi srefi abi so meni pikin dat mi no sab alla den neng.” Dat laatste
stuk was dan bedoelt als goed voorbeeld. Ik begon te lachen. Zo een
onheilspellende lach was het. mijn hartslag steeg en ik beet op mijn lippen. Er
zou anders vuur uit komen! Was het de
bedoeling dat men zoveel kinderen moest verwekken dat men zelfs de namen niet
meer wist? Had men dan een plekje in de hemel? Zou ik nu omdat ik om
persoonlijke redenen geen kinderen had, naar de hel gaan? Maar de opvoeding
dan? De toekomstperspectieven? De vicieuze cirkel?
Het was wel ongelooflijk dat men het nodig vond
om op zo een moment een ander de les te gaan lezen. Mijn tante zei altijd “ifu djeme no ben deh, ati ben sa priti.”
En op dat moment besloot ik niets anders te doen dan van binnen te djeme-en. Wat zou ik ook kunnen met iemand
die vasthoudt aan het ‘fokstierprincipe’ uit de slavernijperiode? Iemand die
waarschijnlijk niet eens weet wat de oorsporng was van de norm die hij
aanhield. Vroeger wilden de slavenhouders dat onze mannen er op los naaiden en
overal kinderen verwekten. Elk kind dat er uit voortkomt, was een extra
werkkracht. Dit werd een onderdeel binnen onze, uit slavernij ontstane, cultuur
en de normen die daaruit voortkwamen. Erg gunstig voor de slavenhouders.
Zin in die discussie had ik niet. Gelukkig
kwam vrij snel daarna de begrafenisstoet aan. De medewerker droop af en ik kon
in alle rust verder rouwen om mijn tante. Waka
bun, lobi tanta!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten