vrijdag 28 augustus 2020

AKSIE (De Ware Tijd, 24-08-2019)

De laatste tijd betwijfel ik buitenlandse doneeracties ten behoeve van Surinaamse binnenland. Is dat wel nodig?, vraag ik mezelf af. Tevens bedenk ik me dat, kijkend naar de anti-plastic-revolutie die nu gaande is, of on ons milieu wel baat heeft bij een constante aanvoer van pennen en allerlei kunststoffen liflafjes die hun weg naar het binnenland vinden door individuele, particuliere donaties. Goed bedoeld, zeker, maar vanuit welke motivatie?

Vaak genoeg heb ik toeristen verschrikt zien kijken naar de binnenlandse manier van leven. “Oh, wat erg, kijk hoe ze wonen.” Recentelijk ben ik gestart met hen te corrigeren door te vragen wat er zo erg aan is om te wonen in een huis of hut die is aangepast naar de omgeving? Af en toe heb ik hen zelfs, met een glimlach, gemaand niet met hun Westerse bril te kijken naar een niet-Westerse situatie.

Ook heb ik gezien dat toeristen vol afschuw kijken naar de verzameling van, voornamelijk plastic, afval langs de rivieren maar vervolgens gaan bedenken hoe ze plastic voorwerpen(want dat zijn pennen en speelgoed toch?) naar de dezelfde plek kunnen krijgen. Om te “helpen”. Maar is het wel echt helpen wanneer iemand ongevraagd de hulpvraag van een ander bepaalt?

We moeten er ook voor waken dat we geen dumpplaats worden voor buitenlandse rommel. Want ook dat gebeurt. ‘Oh, dat draag ik niet meer, stuur maar naar Suriname, daar vinden ‘ze’ het vast wel leuk.” Alsof armoe of behoevend zijn synoniem is voor het niet hebben van een eigen smaak of een gevoel van eigenwaarde. Beggars can be choosers, vind ik. Respect verdient een ieder, ongeacht financiele status. Wat niet goed genoeg is voor jezelf, is ook niet goed genoeg voor een ander. Toch?

Aan de andere kant gun ik onze mensen die extra mazzel. Soms zie ik vrouwen in het binnenland met gouden sieraden en prachtig ingeweven Aziatisch haar dat best prijzig is. Er is dus geld! Toeristen lijken dat niet te willen zien. Zij, maar ook wij, moeten anders kijken naar ons (binnen)land. Want ook ingezetenen gaan met een, misplaatst, gevoel van economische  superioriteit naar het binnenland!

Een lokale gids zei het ooit: “We zijn niet arm! We wonen ver en de infrastructuur maakt dat het moeilijker is om goederen hier te krijgen of zaken te regelen zoals dat in de stad gebeurt.” Toen ik hem vroeg of er en wat voor hulp nodig was, verraste zijn antwoord mij. De jeugd had informatie nodig, zei hij. Vanuit de stad namen ze van alles mee, zowel fysiek als mentaal. Technologie zoals smartphones en andere gadgets. Genotsmiddelen zoals drugs en alcohol. Maar ook ideeen en concepten, goed of slecht.

“In de stad is er een Spoedeisende Hulp maar wat moeten we hier doen als iemand een overdosis aan xtc-pillen heeft ingenomen?” Ook het verwerpelijke shaming-gedrag op social media namen ze over. “Ja, jongens die een meisje sukru geven zodat ze high wordt, haar misbruiken, het opnemen en de beelden delen onderling. Zo een meisje kan nergens meer terecht in onze kleine gemeenschap omdat iedereen schande spreekt maar die jongens zijn stoer.”

Hij had meer goede voorbeelden maar het meest verrassende vond ik zijn zelfbedachte  strategie om de binnenlandse jongeren te helpen. Het was ook voor mij een nieuw concept. Leermoment dus! “Wij navigeren anders door ons dorp. Door middel van een boom, of de vorm van een rots. In de stad zijn er straatnaamborden maar dat kennen wij gewoon niet.” Daarom had hij in zijn dorp straatnaamborden met lokale namen aangebracht en leerde hij de jongeren zich op die manier te orienteren als onderdeel van de voorbereiding op studeren in de stad.

Nadat ik hierover had nagedacht begreep ik twee dingen beter. De eerste was dat ik zelf was geconditioneerd in Nederland en dat ik het was vergeten. Want in de eerste jaren daar werd ik best vaak uitgelachen als ik zei dat ik vanaf een bepaalde ‘tramhalte tot aan de boom met gele bloemen moest lopen totdat ik de kerktoren zag’ in plaats van, zoals alle anderen, de straatnaam te gebruiken . Ook ik navigeerde middels herkenninsgpunten totdat ik het was verleerd.

Het tweede is dat het beter is kennis te doneren in plaats van plastic goederen. Het moet dan als absolute waarheid of enige weg naar Amsterdam worden gepresenteerd. Gewoon als voorbeeld van een ‘best practice’: “Zo doen wij het. Hoe zou deze manier kunnen passen in jullie omgeving? Wat is er nodig om deze manier te customizen zodat het effectief ingezet kan worden?” En dat is iets dat zowel donateurs als de beneficiaries moeten inzien omdat het op de lange termijn veel effectiever is.

We moeten binnenlandbewoners ook beschermen tegen ad hoc hulpacties en human zoo praktijken. Continu gefotografeerd worden bij het het uitvoeren van alledaagse taken en ongevraagd dezelfde kadootjes krijgen, kan leiden tot toerisme-moeheid. Begrijpelijk!

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...