Afgelopen week kreeg ik een bericht van een vriendin. Ze stuurde mij een foto van een jongedame waar wij vroeger mee samenwerkten. “Is Martha lesbisch geworden?” was haar vraag. Mijn antwoord: “Weet ik niet ..” Ik wist wel beter maar het was, en is, niet aan mij om uitspraken te doen over andermans prive-aangelegenheden. Daarnaast is het gewoon zo dat men zoiets niet wordt. Niemand gaat er toch voor kiezen om voor de fun iets te worden waarvan men van te voren weet dat het voor problemen gaat zorgen? Ik denk dat men naar een punt toewerkt waarop men een afspraak met de eigen ziel maakt. Een afspraak waarbij men zegt: “Ik ga ervoor! Ik ga mezelf zijn en streven naar geluk.”
Ik ben blij dat onze vriendin eindelijk dat
punt heeft bereikt. Martha heeft een hele mooie donkere huid, bijna zwart.
Sinds haar coming out, wat dat was
het doel van de foto die zij had gedeeld op social
media, leek het alsof ze lichtdoorlatend was geworden. Zo mooi straalde ze.
Het is goed om te zien dat zij zich nu eindelijk kleedde zoals zij dat wilde.
Spijkerbroek, poloshirt, haar afro was nu veranderd in bos mooie dreadlocks en
haar glimlach, die sprak boekdelen. Wauw, haar glimlach. Die kende ik
natuurlijk al. Maar zelfs haar glimlach leek nu te bestaan uit de stralen van
de zon zelve.
In mezelf lachend moest ik terug denken aan de
vele discussies die we in het verleden hebben gehad. Voornamelijk over het
geloof. Ze ging vroeger braaf elke zondag naar de kerk. En ze droeg jurkjes.
Had haar haren soms in knotjes. Het grootste verschil was de dofheid in haar
gezicht en de fletse glimlach. Alsof er een soort laag van spinnewebben op haar
gezicht was. Altijd zei ik tegen haar dat geen een mens geschapen was om in de
schaduw van zichzelf te leven. Geen mens verdiende het om zichzelf in een kooitje
te moeten plaatsen omdat mensen, geen haar beter dan zij en ik, hadden bedacht
dat zoals zij was, net hoorde.
Een paar keer zag ik haar gezicht oplichten
bij de verschijning van een andere collega. Scherp als ik ben, zei ik meteen op
plagerige toon: “Zo zo....” Het was echter pas na een paar maanden dat Martha
mij in vertrouwen nam. “Ik ben verliefd op haar.”, zei ze. Mijn reactie was een
opluchting merkte ik. Het was een lang gesprek waarbij ze toegaf zich ervan
bewust te zijn dat het nooit wat zou worden daar het onderwerp van haar devotie
absoluut niet ‘tot de familie’ behoorde, gelukkig getrouwd en moeder van twee
kinderen was. Het werd pas lastig voor mij toen die getrouwde collega mij weer
vertelde dat het haar was opgevallen dat de ander altijd een beetje ging blozen
wanneer ze in de nabijheid was. “Ze zou toch niet..?”. Ik ontkende steevast.
Maar Martha was nu vrij. Ze was uit haar
schulp gekropen en had zichzelf misschien wel verlost van het juk van de
zondagse preken en een zelfstandige relatie opgebouwd met hetgeen zij in
geloofde. Het vult mijn hart altijd met blijdschap wanneer ik jongeren zie, die
na een innerlijke worsteling, eindelijk zichzelf durven te zijn. Martha had een
relatie. En ze deed er niet geheimzinnig over. OP haar social media pagina’s
stond het vol met lieve berichtjes tussen haar en haar vriendin. Het toeval wil
dat ik hen beiden tegenkwam bij de arts. Daar was het mij voor het eerst in real life opgevallen dat de laag van
spinnewebben van haar gezicht, zelfs van haar ziel, was verdwenen.
Trots stelde ze mij voor aan haar vriendin
zonder te zeggen dat het haar vriendin was. Maar die blik. Ogen kunnen heel
veel zeggen. En haar ogen schreeuwden van blijdschap: “Ik ben gelukkig, met
deze vrouw!”. Hopelijk houden ze het vol. Hopelijk zijn ze bestand tegen vieze
mannetjes die ze willen ‘genezen’ met hun ongewassen gereedschap dat zuur ruikt
van dagen, al bierdrinkend, rondhangen op straat. Weet je wat ik hoop? Ik hoop
dat Martha en haar vriendin op een dag kunnen trouwen. In Suriname! Dat ze
samen een gezin en een veilige toekomst, voor henzelf en hun kinderen, kunnen
opbouwen. Dan zijn we pas een gezegend land.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten