Een van de meest Nederlandse begrippen die ik heb geleerd in mijn tijd aldaar, is ‘kouwe kak’. Mensen die zich beter voordeden dan zij daadwerkelijk waren, werden zo genoemd. Nooit heb ik er bij stil gestaan waarom. Google wist mij te vertellen dat het begrip stamt uit de tijd waarin de meeste mensen in Nederland nog een buiten-WC hadden. Een select groepje, de rijken, die hadden het net iets beter. Ze hadden een kakdoos of, in geval ze echt rijk waren, een kakstoel met daaronder een bak.
De bak onder de kakstoel moest worden geleegd
door het personeel. Dit gebeurde niet meteen nadat de familie des huizes de bak
had gevuld maar pas als de stortingen waren afgekoeld en er geen dampen meer
vanaf kwamen. De bak werd dus geleegd wanneer de kak koud was geworden. Het was
prestigieus wanneer men kon zeggen dat men een kakstoel had. Echter, wanneer
bleek dat men had gelogen, werd men uitgemaakt voor de inhoud van de niet
bestaande bak van de niet bestaande kakstoel: kouwe kak.
Het doen alsof en meer waarde hechten aan
uiterlijk vertoon is iets dat wij Surinamers ook goed kunnen. En wanneer we
woonachting zijn in de bron van ons pretentieuze gedrag, ons voormalige
moederland, lijken we het zelfs uitgevonden te hebben. Elke vakantie weer komen
er hordes kouwe kak Surineds naar Suriname. Het is echt opvallend hoe zij soms
erbij lopen en hoe afkeurend zij alles in Suriname kunnen aanschouwen en tot
vervelens toe vergelijken met Nederland. “Ja, maar bij ons doen ze het zo..” Weri sma ede!
Afgelopen week zat ik te genieten van een
saoto bij een warung te Blauwgrond. Geen peper, geen rijst, geen ketjapsaus. Ja,
ik was echt aan het genieten, ook al keek ik vol afgunst naar mijn tafelgenoot
die schaamteloos genoot van een bord nasi met die overheerlijke aardappelsambal
erop. Toen hij er nog een schep van de rode pepersambal aan toevoegde, werd ik ‘pepergeil’.
Ik rook aan het schaaltje waar de peper in zat. Net toen mijn neus zijn climax
zou bereiken en ik er een hese ‘hmmmm’
uit zou gooien, werd mijn culinaire natte droom wreed verstoord door een luide,
zeurderige stem.
Aan het accent te horen, was het zo een ‘kouwe
kak Surined’. Meneer Kowruka maakte stampij omdat hij zijn eten meekreeg in een
styrofoam meeneembak. Zo een die
recentelijk verboden was. “U weet toch dat dit niet meer mag? U speelt met mijn
gezondheid, mevrouw! U mag niet spelen met mijn gezondheid! Ik ga de instanties
bellen!!” Alle andere gasten keken op en schudden het hoofd. Ook ik. De
eigenaresse probeerde hem rustig uit te leggen dat zij er niks aan kon doen
omdat de milievriendelijke bakken tijdelijk niet leverbaar waren.
Niet zijn probleem, vond mister Kowruka. Ze
gaf aan dat hij een eigen bak mee had kunnen nemen. Was niet handig, aldus
mister Kowruka. Hoe moest ze het dan volgens hem oplossen? Kowruka had geen
antwoord. Uiteindelijk werd de dame gek van hem en gaf hem zijn geld terug
waarna hij op hoge poten in zijn busje stapte. In mijn hoofd belde hij als een
kleine bobo naar ‘de instantie’ om
zijn beklag te doen. Voor het eerst wenste ik iemand een medewerker van het CBB
toe. Die had hem waarschijnlijk die kouwe kak naar zijn kop gesmeten!
Dat hij een punt had, is waar. Het was sinds
kort verboden. Dat de leverancier of producent geen voorraad meer hadden, kon
zij niets aan doen. Deels wel, beiden hadden rekening moeten houden met de
December drukte. Wat een verschrikking weer in het verkeer maar dat even
terzijde. Echter, is het een nieuw fenomeen in Suriname en ik moet zeggen dat
we er, in tegenstelling tot wat het overdreven gedrad van Kowruka zou doen
denken, erg goed mee omgaan. We hebben het allemaal omarmt.
De hoofdreden van het uitbannen van styrofoam
is de voetafdruk in het milieu. Niet zozeer de menselijke gezondheid hoewel die
er wel direct en indirect door beinvloed wordt. Echter is dat nog geen reden om
zo te keer te gaan tegen iemand. Had ik niet zo een strikt dieet waar ik mij
aan moest houden, was ik opgestaan en had ik gewoon gezegd “Geeft u me zijn
eten maar!”. Tegen hem: “Aansteller!”, mijn tong extra hard draaiend.
Decennialang eten we uit die bakken die ons
eten vies doen ruiken maar ineens omdat het na een verbod is, speelt de warung
met onze gezondheid? Klinkklare onzin. Die man had zich druk moeten maken om de
plastic lepel die ook in de plastic tas zat waar zijn eten in was verpakt.
Het servetje waar nog allerlei papierstof vanaf stuift wanneer men de mond
ermee afveegt. Geen gevaar voor de longen? Waren de uitlaatgassen van zijn
busje niet een probleem voor de openbare volksgezondheid? En de gezondheid van
de kleine kinderen die in mijnen naar grondstoffen voor onderdelen van zijn
mobiele telefoon zoeken?
Deze zaken zijn overigens voor ons allen van
belang. Het stopt niet met het uitbannen van styrofoam want er is nog steeds
heel veel single use plastic dat wij
gebruiken dat net zo schadelijk is. Laten we niet als Kowruka zijn. Dat
vingertje en balk verhaal, zeg maar. Tevens zou het fijn zijn als types zoals Kowruka
een ander Nederlands begrip in praktijk brengen. Dat is: “Doe maar gewoon, dan
doe je al gek genoeg!”
Geen opmerkingen:
Een reactie posten