Buren zijn leuk. Maar niet altijd. Ze zijn het leukst wanneer men ze weinig tot niet ziet en vooral wanneer men ze niet hoort. Buren worden minder leuk wanneer men ongewenst getuige of deelgenoot wordt van veel of alles dat zij doen. Het is niet altijd pluis wat zij uitspoken en het is vooral vervelend wanneer het kinderen, geluidsoverlast of een combinatie van beiden betreft. Hinderlijk is het wanneer iemand besluit zijn of haar bigi yari uitgebreid te vieren op een doordeweekse dag. Jammergenoeg ben ik een gunner. Ik zal dus niet zo snel de politie bellen, ook omdat ik betwijfel of zij daadwerkelijk iets zullen ondernemen, maar eerder mijn slaap en zelfs mijn woede opofferen. Iemand viert niet elke dag een bigi yari, denk ik dan. Asociaal blijft het wel, om zonder aankondiging een groot feest te geven.
Burengerucht is gewoon niet prettig. Zo moest
ik altijd mijn hoofd schudden wanneer ik hoorde hoe grof mijn buurman zijn zoon
toesprak. De jongen, zeven of acht jaar, krijgt regelmatig een “gweh, boy!!!” naar zijn hoofd
geslingerd. Zo een nare manier van praten tegen een kind vind ik dat. Zelfs wanneer
die vader iets aardigs deed, kwam het op zeer grove toon uit zijn mond. Ik
kreeg altijd visioenen van hoe deze jongen zich later zou gedragen tegen zijn
eigen kinderen of zijn vrouw. Hij was namelijk nog in de fase waarin hij alles
als een spons opzoog. Dit was de basis, die gelegd werd, voor zijn gedrag als
volwassene.
Hoe zo een jongen kan worden, kreeg ik
recentelijk te horen. Ik was buiten de stad bij mijn familie. Zij wonen bij
elkaar op het grote perceel van onze grootouders. Een van hen, is verhuisd en
heeft daarom het huis te huur aangeboden. Er kwam een gezin in wonen waar niet
alles altijd even goed ging. Het kwam regelmatig voor dat er allerlei
schuttingtaal gebezigd werd. De pannen en de kousen werden over en weer
geslingerd tussen de moeder en haar volwassen zoon. Soms was het zelfs zo erg
dat de zoon zijn eigen moeder bedreigde. “Dalijk
mi o naki yu!”. Toen ik dat hoorde, liepen de rillingen over mijn lijf.
Ik kan mij namelijk geen enkele situatie of
reden voorstellen die goed zou praten dat ik zo tegen mijn ouders zou spreken.
Dat wil niet zeggen dat ik mijn ouders niet de waarheid zeg. Zo heb ik hen op
jonge leeftijd duidelijk gemaakt dat ik nooit ‘u’ tegen hen zou zeggen. Niet
omdat ik geen resepct voor ze had maar, zo zei ik als kind tegen hen: “Jullie hebben mij gemaakt en ik was negen
maanden in je buik. Da waarom moet ik ‘u’ zeggen? We zijn bloed. U is voor
vreemde mensen.” Tegen die redenering konden ze niks inbrengen. Ik denk dat
zij enerzijds moesten lachen maar ook een gevoel van trots ervaarden omdat hun
zoon van zes kon beredeneren waarom hij iets wel of niet wilde doen. Toen ik
later zei dat ik ze ook bij hun voornaam zou noemen “zoals de bakras hun kinderen laten doen”,
trokken ze een ferme streep. Dat was de grens! Die heb ik natuurlijk gerespecteerd.
Dat ben ik blijven doen, zelfs gedurende de lastige periodes die elk gezin doormaakt.
Het is binnen mijn familie ook niet
gebruikelijk om brutaal tegen de ouders te zijn. Het is daarom ook niet zo gek
dat de moeder en zoon die zo vreselijk met elkaar omgingen, op verzoek van de
familie met spoed een ander onderkomen hebben gezocht. Daarmee is het probleem
binnen dat gezin niet opgelost. Maar is dat de zorg van mijn familie? Of moet
de moeder het zelf maar uitzoeken met haar sneki
die ze heeft gekweekt tot een aboma?
Een keer werd de buurt waar ik ooit woonde midden in de nacht wakker geschud
door het geschreeuw van de dochter van een van de buren. Het kind, amper tien,
werd om half twee in de nacht zo geslagen dat ze de hele straat bij elkaar
schreeuwde. Dat horen was geen pretje. Het bellen van de politie was voor mij
geen oplossing. Het krijsende gesmeek, om niet te slaan, blijven aanhoren ook
niet!
Later die ochtend heb ik de huiseigenaar, die
ik toevallig kende, op de hoogte gesteld. Dat er al veel meer overlast had
plaatsgevonden maar dat het mishandelen van dat kleine meisje echt de druppel
was. Binnen een maand was deze persoon ook verhuisd maar het geval bleef me
bij. Al deze gevallen blijven spoken door mijn hoofd. Want wat moet men doen
wanneer iemand datgene doet dat het altijd geleerd heeft maar waarvan jij vermoedt
dat het op een dag verkeerd zal aflopen? Hopen op het beste of proberen de
vicieuze cirkel te doorbreken zodat er uiteindelijk een olievlek van
positiviteit ontstaan? Instanties inschakelen? Met alle horrorverhalen die ik
heb gehoord denk ik soms dat die kinderen beter af zijn bij hun gewelddadige
ouders, grote onzin natuurlijk!, dan dat ze hun hoop vestigen op en
uiteindelijk ten prooi vallen aan onzuivere instanties en hun medewerkers!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten