vrijdag 28 augustus 2020

ABOMA (De Ware Tijd, 01-02-2020)

Buren zijn leuk. Maar niet altijd. Ze zijn het leukst wanneer men ze weinig tot niet ziet en vooral wanneer men ze niet hoort. Buren worden minder leuk wanneer men ongewenst getuige of deelgenoot wordt van veel of alles dat zij doen. Het is niet altijd pluis wat zij uitspoken en het is vooral vervelend wanneer het kinderen, geluidsoverlast of een combinatie van beiden betreft. Hinderlijk is het wanneer iemand besluit zijn of haar bigi yari uitgebreid te vieren op een doordeweekse dag. Jammergenoeg ben ik een gunner. Ik zal dus niet zo snel de politie bellen, ook omdat ik betwijfel of zij daadwerkelijk iets zullen ondernemen, maar eerder mijn slaap en zelfs mijn woede opofferen. Iemand viert niet elke dag een bigi yari, denk ik dan. Asociaal blijft het wel, om zonder aankondiging een groot feest te geven.

Burengerucht is gewoon niet prettig. Zo moest ik altijd mijn hoofd schudden wanneer ik hoorde hoe grof mijn buurman zijn zoon toesprak. De jongen, zeven of acht jaar, krijgt regelmatig een “gweh, boy!!!” naar zijn hoofd geslingerd. Zo een nare manier van praten tegen een kind vind ik dat. Zelfs wanneer die vader iets aardigs deed, kwam het op zeer grove toon uit zijn mond. Ik kreeg altijd visioenen van hoe deze jongen zich later zou gedragen tegen zijn eigen kinderen of zijn vrouw. Hij was namelijk nog in de fase waarin hij alles als een spons opzoog. Dit was de basis, die gelegd werd, voor zijn gedrag als volwassene.

Hoe zo een jongen kan worden, kreeg ik recentelijk te horen. Ik was buiten de stad bij mijn familie. Zij wonen bij elkaar op het grote perceel van onze grootouders. Een van hen, is verhuisd en heeft daarom het huis te huur aangeboden. Er kwam een gezin in wonen waar niet alles altijd even goed ging. Het kwam regelmatig voor dat er allerlei schuttingtaal gebezigd werd. De pannen en de kousen werden over en weer geslingerd tussen de moeder en haar volwassen zoon. Soms was het zelfs zo erg dat de zoon zijn eigen moeder bedreigde. “Dalijk mi o naki yu!”. Toen ik dat hoorde, liepen de rillingen over mijn lijf.

Ik kan mij namelijk geen enkele situatie of reden voorstellen die goed zou praten dat ik zo tegen mijn ouders zou spreken. Dat wil niet zeggen dat ik mijn ouders niet de waarheid zeg. Zo heb ik hen op jonge leeftijd duidelijk gemaakt dat ik nooit ‘u’ tegen hen zou zeggen. Niet omdat ik geen resepct voor ze had maar, zo zei ik als kind tegen hen: “Jullie hebben mij gemaakt en ik was negen maanden in je buik. Da waarom moet ik ‘u’ zeggen? We zijn bloed. U is voor vreemde mensen.” Tegen die redenering konden ze niks inbrengen. Ik denk dat zij enerzijds moesten lachen maar ook een gevoel van trots ervaarden omdat hun zoon van zes kon beredeneren waarom hij iets wel of niet wilde doen. Toen ik later zei dat ik ze ook bij hun voornaam zou noemen “zoals de bakras hun kinderen laten doen”, trokken ze een ferme streep. Dat was de grens! Die heb ik natuurlijk gerespecteerd. Dat ben ik blijven doen, zelfs gedurende de lastige periodes die elk gezin doormaakt.

Het is binnen mijn familie ook niet gebruikelijk om brutaal tegen de ouders te zijn. Het is daarom ook niet zo gek dat de moeder en zoon die zo vreselijk met elkaar omgingen, op verzoek van de familie met spoed een ander onderkomen hebben gezocht. Daarmee is het probleem binnen dat gezin niet opgelost. Maar is dat de zorg van mijn familie? Of moet de moeder het zelf maar uitzoeken met haar sneki die ze heeft gekweekt tot een aboma? Een keer werd de buurt waar ik ooit woonde midden in de nacht wakker geschud door het geschreeuw van de dochter van een van de buren. Het kind, amper tien, werd om half twee in de nacht zo geslagen dat ze de hele straat bij elkaar schreeuwde. Dat horen was geen pretje. Het bellen van de politie was voor mij geen oplossing. Het krijsende gesmeek, om niet te slaan, blijven aanhoren ook niet!

Later die ochtend heb ik de huiseigenaar, die ik toevallig kende, op de hoogte gesteld. Dat er al veel meer overlast had plaatsgevonden maar dat het mishandelen van dat kleine meisje echt de druppel was. Binnen een maand was deze persoon ook verhuisd maar het geval bleef me bij. Al deze gevallen blijven spoken door mijn hoofd. Want wat moet men doen wanneer iemand datgene doet dat het altijd geleerd heeft maar waarvan jij vermoedt dat het op een dag verkeerd zal aflopen? Hopen op het beste of proberen de vicieuze cirkel te doorbreken zodat er uiteindelijk een olievlek van positiviteit ontstaan? Instanties inschakelen? Met alle horrorverhalen die ik heb gehoord denk ik soms dat die kinderen beter af zijn bij hun gewelddadige ouders, grote onzin natuurlijk!, dan dat ze hun hoop vestigen op en uiteindelijk ten prooi vallen aan onzuivere instanties en hun medewerkers!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...