zaterdag 1 juni 2019

TRIBE (De Ware Tijd, 01-12-2018)


Hoofdschuddend las ik het bericht over de missionaris die tegen de regels van het land waar hij te gast was, India, een stam wilde gaan bekeren tot het Christendom. De stam staat er ook om bekend geen contact te willen met de buitenwereld. En toch vond deze missionaris het nodig deze mensen kennis te laten maken met zijn ‘fictieve’ idool. Raar. Ik bedoel, hij is geen dokter, kent hun noden en kwalen niet maar komt hen wel een recept voorschrijven? Is dat niet vragen om naar je moer gestuurd te worden? Toen ik mij ervan bewust werd dat ik bij mezelf dacht kisi yu moi, schrok ik wel.

Aan de andere kant, wat ga je daar bemoeien met koloniale praktijken in deze post-koloniale tijd?!” Ondanks de hoogtijdagen van het economisch-kolonialisme, dat een globale rode draad vormt, vind ik het toch echt tijd dat we stoppen met achterhaalde acties als zieltjes winnen voor de kerk. Is er niet genoeg schade aangericht? Zijn er niet genoeg voorouders ‘in ruis’ gestorven?

Onlangs was ik bij de Arowak tak van mijn familie. Ik had behoefte aan spirituele begeleiding. Teleurgesteld zei mijn oom dat opa alle kennis naar zijn graf had meegenomen. Hij vertelde dat opa ooit zei dat nu de kerk er was hij niet langer zijn kennis mocht delen. Zijn leefregel was geloven in jezelf en daarbij gebruik te maken van hetgeen de natuur ons schenkt. “Unu nog mag taki den sani dati moro.”, verzuchtte mijn overgrootvader.

Al sinds mensenheugenis werd de kennis van de natuur en over de tradities van generatie op generatie overgedragen. Door de tussenkomst van de missionarissen zoals die in India was al deze kennis kwijtgeraakt. Het heeft opa niet lekker gezeten. Van een tante begreep ik dat hij het kwalijk vond dat hij nooit zijn kennis mocht overdragen.

Het is teleurstellend dat zendelingen blind zijn voor de mentale schade die zij aanrichten bij mensen. Anders doe je dat werk, volgens mij, niet. Vanuit een dorp in het zuiden heb ik gehoord dat er jongeren zijn die, na te zijn bekeerd, kozen voor zelfmoord. Ze hadden geleerd dat Jezus  ze met alles zou helpen en in plaats van op aarde te blijven, gingen ze dus liever naar hem.

Het is al niet makkelijk voor tribale jongeren die zich altijd al moeten manouevreren tussen het traditionele en het moderne. Daar komt nu nog een tweestrijd, tussen het spirituele dat bij hen hoort en het religieuze dat ze word opgelegd, bovenop.

Vervelend is het dat er, vooral vanuit christelijke hoek, altijd gezegd word dat er maar een god is. De hunne. Daarmee lijken zij andere uitingen van devotie af te wimpelen als slappe aftreksels. Soms denk ik dat de religieuze vrijheid, in hun beleving, alleen geldt voor hen die in de christelijke god geloven en dat de rest gedoogd wordt. Ik zie het anders.

Elke religie is door mensen bedacht. Daarom zie ik de tribale uitingen van devotie aan de natuur en het spirituele als de eerste ware bron. Ik aanbid liever een levende boom die de zuurstof produceert die ik inadem. Iemand die mijn realiteit niet kent, of erkent en respecteert, moet mij niet komen vertellen dat ik nu een stuk, dood, bewerkt hout moet vereren en dat het respecteren van de natuur heidens is.

Wat een brutaliteit van die kolonisten destijds. Het is paradoxaal dat we het nog in stand houden. Ik keur het doden van die missionaris af maar ik juich het toe dat tribale volkeren, in Suriname en de rest van de wereld, nu eindelijk hun stem laten horen en het respect dat zij verdienen weer opeisen!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...