Hoofdschuddend las ik het bericht over de
missionaris die tegen de regels van het land waar hij te gast was, India, een
stam wilde gaan bekeren tot het Christendom. De stam staat er ook om bekend
geen contact te willen met de buitenwereld. En toch vond deze missionaris het
nodig deze mensen kennis te laten maken met zijn ‘fictieve’ idool. Raar. Ik
bedoel, hij is geen dokter, kent hun noden en kwalen niet maar komt hen wel een
recept voorschrijven? Is dat niet vragen om naar je moer gestuurd te worden? Toen
ik mij ervan bewust werd dat ik bij mezelf dacht kisi yu moi, schrok ik wel.
Aan de andere kant, wat ga je daar bemoeien met
koloniale praktijken in deze post-koloniale tijd?!” Ondanks de hoogtijdagen van
het economisch-kolonialisme, dat een globale rode draad vormt, vind ik het toch
echt tijd dat we stoppen met achterhaalde acties als zieltjes winnen voor de
kerk. Is er niet genoeg schade aangericht? Zijn er niet genoeg voorouders ‘in
ruis’ gestorven?
Onlangs was ik bij de Arowak tak van mijn
familie. Ik had behoefte aan spirituele begeleiding. Teleurgesteld zei mijn oom
dat opa alle kennis naar zijn graf had meegenomen. Hij vertelde dat opa ooit
zei dat nu de kerk er was hij niet langer zijn kennis mocht delen. Zijn
leefregel was geloven in jezelf en daarbij gebruik te maken van hetgeen de
natuur ons schenkt. “Unu nog mag taki den
sani dati moro.”, verzuchtte mijn overgrootvader.
Al sinds mensenheugenis werd de kennis van de
natuur en over de tradities van generatie op generatie overgedragen. Door de
tussenkomst van de missionarissen zoals die in India was al deze kennis
kwijtgeraakt. Het heeft opa niet lekker gezeten. Van een tante begreep ik dat
hij het kwalijk vond dat hij nooit zijn kennis mocht overdragen.
Het is teleurstellend dat zendelingen blind
zijn voor de mentale schade die zij aanrichten bij mensen. Anders doe je dat
werk, volgens mij, niet. Vanuit een dorp in het zuiden heb ik gehoord dat er
jongeren zijn die, na te zijn bekeerd, kozen voor zelfmoord. Ze hadden geleerd
dat Jezus ze met alles zou helpen en in
plaats van op aarde te blijven, gingen ze dus liever naar hem.
Het is al niet makkelijk voor tribale jongeren
die zich altijd al moeten manouevreren tussen het traditionele en het moderne.
Daar komt nu nog een tweestrijd, tussen het spirituele dat bij hen hoort en het
religieuze dat ze word opgelegd, bovenop.
Vervelend is het dat er, vooral vanuit
christelijke hoek, altijd gezegd word dat er maar een god is. De hunne. Daarmee
lijken zij andere uitingen van devotie af te wimpelen als slappe aftreksels.
Soms denk ik dat de religieuze vrijheid, in hun beleving, alleen geldt voor hen
die in de christelijke god geloven en dat de rest gedoogd wordt. Ik zie het
anders.
Elke religie is door mensen bedacht. Daarom
zie ik de tribale uitingen van devotie aan de natuur en het spirituele als de
eerste ware bron. Ik aanbid liever een levende boom die de zuurstof produceert
die ik inadem. Iemand die mijn realiteit niet kent, of erkent en respecteert, moet
mij niet komen vertellen dat ik nu een stuk, dood, bewerkt hout moet vereren en
dat het respecteren van de natuur heidens is.
Wat een brutaliteit van die kolonisten
destijds. Het is paradoxaal dat we het nog in stand houden. Ik keur het doden
van die missionaris af maar ik juich het toe dat tribale volkeren, in Suriname
en de rest van de wereld, nu eindelijk hun stem laten horen en het respect dat
zij verdienen weer opeisen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten