Bij het
binnenlopen van de kamer moest ik goed zoeken. Ik zag hem nergens. Uiteindelijk
zag ik in het laatste bed iemand liggen die in de verte op hem leek. De persoon
lag op de zij met het gezicht naar buiten gericht. Half struikelend, over het
bezoek van zijn kamergenoot, bereikte ik zijn bed. Mijn hart stokte. Mijn goeie
vriend was alleen en slechts een schim van wat hij vroeger was. Stilletjes staarde
hij naar buiten terwijl de tranen over zijn wangen rolden. Zijn ogen lagen diep
in de kassen. Zijn wangen ingevallen en zijn ledematen zaten onder de witte
vlekken. Door zijn tranen heen keek hij agressief omhoog. Zijn blik bleef zo
totdat hij herkende wie voor hem stond. Zijn gezicht klaarde op maar vrij snel
huilde hij weer. “Alleen mijn moeder accepteert me zoals ik ben.”
Hij lag al weken
in het ziekenhuis. Niemand wist waarom. Uiteindelijk besloot ik langs te gaan.
Daar stond ik dan naast zijn bed. Nerveus. Mijn innerlijke stem vertelde mij
dat de kans dat hij geïnfecteerd was met het Hiv-virus best groot was. Mijn
werkervaring beaamde dat. Toen ik hem vroeg wat hem nou scheelde, zei hij
zachtjes: “Ik ben een Hiv-patiënt.”. Toch schrok ik. En ik moest het verbergen.
Luchtig vroeg ik
of hij al aan de medicatie zat. Hij wees naar het infuus. “Ik word volgepompt.”
Er kwam weer een nieuwe lading tranen uit zijn ogen. Ik wilde hem een brasa geven maar iets hield mij tegen. Meteen
begon ik mij schuldig te voelen. Had ik ergens onbewust toch nog een
stigmatiserend gevoel? Wat was het dat mij tegen hield? Die vlekken op zijn
armen en benen. Dat was het! Dat hij geinfecteerd was met hiv was niet hetgeen
mij belemmerde hem aan te raken. Ik zou gewoon uit hetzelfde glas drinken. Of
zijn bebloede verband oprapen en weggooien. Maar schimmels en vlekken kreeg ik
nou eenmaal de kriebels van. Ook bij mijzelf!
Wanneer men
medicatietrouw is, wordt het virus zodanig onderdrukt dat het niet meer
overdraagbaar is. Dat wist ik. Maar dat punt had hij nog niet bereikt. Dat wist
ik ook. Omdat ik toch wilde laten merken dat ook ik hem steunde en accepteerde
zoals hij was, legde ik een hand op zijn schouders. Ik zag dat zijn gezicht
oplichtte. Mijn voorzichtigheid bleek wel terecht. Zijn infuus schoot los door
een verkeerde beweging en het bloed spatte op de vloer, gelukkig ver van mij. Heel
rustig maande ik hem tot voorzichtigheid en wenste voor hem dat het virus snel weer
ondetecteerbaar werd in zijn lichaam.
Hij leefde al
jaren met Hiv en was altijd medicatietrouw geweest. Totdat hij een kruidendokter
ontmoette die hem vertelde dat tabletten niet meer nodig waren. Dat klonk als
muziek in zijn oren. Maar het bleek vals gezang. Vervolgens belandde hij in de handen van een
kerk. “Van de voorganger mocht ik zelfs geen medicijnen gebruiken.” Mijn ogen
werden groot van ontzetting. “Luister!” Ik keek hem recht in de ogen aan. “De
kerk mag niet beslissen over jouw lichaam. De kerk is er voor het geestelijke.
Het lichamelijke is voor de dokter! Kruiden zijn heilzaam maar nu moet je
vertrouwen op de Westerse medicijnen.”
In totaal was hij
drie jaar lang gestopt. Dat hij was opgelicht door een kruidendokter frustreerde mij. Maar lang niet zo erg als
het verbod op medicatie, nota bene door een voorganger! Toen ik werkte in de
Hiv-preventie werd ik meerdere malen geconfronteerd hiermee. Het bleek dat er
jaarlijks een x-aantal mensen sterven aan hiv omdat medicatie hen door een
voorganger afgeraden wordt. Het harde werken om iemands leven te redden, want
dat is wat wij doen met hiv-preventie, wordt zo teniet gedaan. “Wij kunnen
mensen niet verbieden te kopen wat ze willen.”, zei de politie toen ik om
advies vroeg. Toen waren ze er klaar mee. Ik ben er nog steeds boos om. Het is gewoon
moord vind ik. Men stuurt iemand letterlijk de dood in en brengt zo de
gemeenschap in gevaar.
Zonder de
interventie van de kruidendokter en de kerk was mijn maatje nog gezond geweest.
Nu keek de dood hem in de ogen terwijl hij eenzaam in het ziekenhuis lag. Vergeten.
Ook door die kruidendokter en voorganger....
Geen opmerkingen:
Een reactie posten