Tjeh
poti.. Dat dacht ik. Maar pas nadat mijn
verontwaardiging en ergernis gesust waren. Pas toen kon ik de keshofiele
uitspraken die werden gedaan in ons parlement een goede plek geven. Keshofilie
vormt een rode draad in onze samenleving. Een deel van de mannen is keshofiel.
Wat wil dat zeggen? Dat ze om verschillende redenen niet vaardig zijn in
communicatie en, wanneer in het nauw gedreven, krijgen ze losse handjes omdat
ze denken dat ze met lichamelijk geweld hun machtspositie kunnen behouden.
Kenmerkend aan keshofielen is dat ze daarbij
geen eigen verantwoordelijkheid nemen. Wanneer ze een klap hebben uitgedeeld,
is het altijd overmacht. In hun eigen beleving hebben ze altijd een goede reden
om hun gewelddadige uitspattingen te rechtvaardigen. “Mijn vrouw heeft me
gepest dus heb ik haar in stukken gekapt en gedood.”, “Mijn vrouw wil me niet
meer dus heb ik haar op haar werk neergeschoten.”, “Mijn vriendin lachte naar
haar broer dus heb ik haar mishandeld.”, “Ze liep in een kort rokje op straat
dus heb ik haar verkracht.” Dit is allemaal een beetje gekscherend maar wel
bedoeld om de ernst van keshofilie duidelijk te maken.
Gebrek aan communicatieve vaardigheden zorgt
ervoor dat keshofiele mannen niet kunnen zeggen wat ze denken en voelen. Dus
wanneer een keshofiel zegt dat ‘vrouwen erom vragen’ bedoelt hij eigenlijk dat
hij te zwak is om zichzelf te bedwingen. Er is iets anders dat pijnlijk
duidelijk wordt met de opkomst van keshofilie. Binnen al onze activiteiten om minderheden
een duw vooruit te geven, hebben we een grove fout gemaakt. We hebben altijd
geschreeuwd “Stop geweld tegen vrouwen”. Of we schreeuwen “Discrimineer de LGBT
–gemeenschap niet!”. Onze boodschap zou eigenlijk moeten zijn: ‘Stop geweld
tegen iedereen!” of “Discrimineer niemand!”. Door te focussen op een groep,
krijgt een andere groep minder aandacht en wordt zo, ongemerkt, de
achtergestelde groep. We hebben gekeken naar ‘equality’ en vergaten ‘equity’.
Resultaat: keshofielen!
Als we onze boodschappen korter hadden gemaakt
en vanaf het begin inclusief waren geweest, hadden vrouwen geen vrijkaart
gekregen en hadden mannen zich niet onderdrukt gevoeld. Want dat is wat er is
gebeurd in het heetst van de strijd. De algemene gedachte van de vrouw werd dat
ze meer kon maken omdat ze vrouw was en de man moest het maar slikken omdat hij
anders geen echte man was. Voor sommige
vrouwen is het nog steeds gerechtvaardigd om een man middels koketteren, en het
vrouw zijn als enige reden aandragend, een loer te draaien en hem zijn geld afhandig
te maken. Dan is het echt niet zo gek dat mannen, als katten in het nauw, om
zich heen gaan slaan.
Deze ‘structurele fout’ is niet alleen te zien
wat betreft gender (on)gelijkheid trouwens. Het speelt bij alles waarbij we
alleen focussen op de zogenaamde minderheidsgroep. We moeten als samenleving eigenlijk
gaan kijken naar de normen en waarden die we belangrijk vinden. Wanneer men een
transgender of een persoon met een donkere huid discrimineert, moeten we dus
niet meer zeggen ‘discrimineer geen transgenders of zwarten.’ Nee, we moeten
elkaar erop wijzen dat het concept van discriminatie niet thuis hoort in onze
samenleving en daarbij geen specifieke groepen aanhalen.
Zo moeten we dat ook doen als het gaat om
geweld dat we alleen erg vinden als het vrouwen aangedaan wordt, seksueel
misbruik dat we niet serieus nemen als het om mannelijke slaschtoffers gaat of
diefstal die we terecht vinden als het om rijke mensen gaat. Het is goed dat keshofilie
nu de kop opsteekt. Daardoor weten we dat er weer een groep is die we,
tijdelijk!, liefdevol moeten meesleuren totdat we we weer als een geheel
vooruit bewegen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten