Urenlang heb ik naar het scherm van mijn
laptop zitten staren. Ik wisselde het af met driftig scrollen door mijn
nieuwsoverzicht op social media. Waar was mijn inspiratie? Ik wilde niet weer
een stuk schrijven dat ging over die meneer die zoveel rond te bazuinen heeft
gehad de afgelopen periode. Hij verdiende die aandacht niet. Daarnaast had hij
onze samenleving al genoeg vervuild met zijn haatzaaierijen en schijnwijsheden
over duivelse praktijken. Om maar niet te spreken over belachelijke acties
zoals het weigeren de hand te schudden van ambtgenoten. Waarom niet eigenlijk?
Omdat ze, in tegenstelling tot de zijne, in onschuld zijn gewassen?
No mang, mijn pijlen van woorden zou ik niet vervuilen met zijn bloed. Ik wilde wel dat dit niet onopgemerkt
voorbij zou gaan, om uiteindelijk te verdwijnen in de doofpot. Echt niet. Net
zoals dat hij vond dat hij er een persoonlijk wandelstokje voor moest steken om
ervoor te zorgen dat Paris Simson geen aanspraak kon maken op haar rechten,
vind ik dat wij bij hem hetzelfde moeten doen om ervoor te zorgen dat het recht
zegeviert. Stokjes steken? Van binnen lachte ik om mijn woordkeuze. Want onze
bazuinende viezerik stak graag met zijn stokje. Liefst in onschuldig vlees.
Maar nu ik het er dan toch over heb; weet je
wat ik nou zo erg vond in dat hele verhaal? De reactie van het algemene
publiek. Er werd van alles bedacht om het slachtoffer in een slecht daglicht te
plaatsen. Het leek er bij weinig mensen in te gaan dat de dame in kwestie
helemaal niet het onderwerp van discussie zou moeten zijn. Hij die het woord
bazuinde; hij moest ter discussie staan om de simpele reden dat hij voorganger
in een kerk is, een echtgenote heeft en ook nog eens een publieke functie
bekleedt bij de overheid. Het neerleggen van een deel van zijn functies maakt
zoiets toch niet goed dan?
Opvallend was dat veel mensen ineens woorden
als ‘vermeend’ en ‘als blijkt dat’ bleken te kennen. Ineens konden we iemand
het voordeel van de twijfel geven. Ik weet bijna zeker dat, als het in deze om
een gewone man zou zijn gegaan, dat duizenden woorden als kogels zijn hoofd
hadden doorboord. Pijnlijk duidelijk werd dat onze sympathie stijgt met de
klasse van de persoon om wie het draait. Dat is erg... En het kan erger. Want
velen lijken er de voorkeur aan te geven het in de doofpot te stoppen, en hun
hoofd in het zand te steken, zodat ze niet hoeven te zeggen “mattie, yu fout!”
Wat ik ook zou willen weten, is hoeveel mensen
hun lidmaatschap baka dey hebben
opgezegd. Achter zo iemand blijven staan, is zeggen dat zijn daad licht op te
vatten is. Ik ben ook niet teleurgesteld in dat stokpaardje van die gemeente.
Ik ben wel erg teleurgesteld in een ieder die wederom de fout probeert te
leggen bij de vrouw, net zoals recentelijk werd gedaan in de rechtszaal. Toen
was dat meisje ‘niets anders dan een sekswerker’.
Ik vind dat het neerleggen van functies geen
boetedoening, maar poppenkast, is. Van mij mag hij dan ook gaan schuilen onder een
steen. Geen steen van de klaagmuur in Israel. Hij moet onder een steen gaan
schuilen in een van de sula’s die ons binnenland rijk is. Daar kan hij dan
gezelschap worden gehouden door de watra-ingi
en de busi-ingi die hem even eraan
zullen herinneren dat hij een kind van Suriname is. Vervolgens mag de watra-mama hem een lesje leren zodat hij
nooit meer vergeet dat hij respect dient te tonen voor vrouwen en de bij wet
erkende geloofstradities van zijn land.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten