maandag 23 juli 2018

OM TE KOTSEN (De Ware Tijd, 21 juli 2018)

Net op tijd bracht ik hem naar de WC. Hij had zijn hand voor zijn mond en het braaksel glipte al tussen zijn vingers door, een weg uit zijn maag zoekende. Als een projectiel schoot het uit zijn mond. Alsof het nauwkeurig gecalculeerd was, precies in de pot, geen druppel op de bril. Het zat vol resten van zijn avondmaal, de paprika chips die hij had gegeten, een paar stukken krentenbol vermengd met de zure geur van frisdrank die het kleurde als Colakreek. Hij braakte als een malle maar liet geen sporen achter.

Het was kenmerkend voor hem. Alles wat hij deed, was er op gebaseerd geen afdruk achter te laten. De wereld mocht niet weten dat hij bestond en het liefst was hij onzichtbaar. Toch had hij zich opgegeven voor een training persoonlijke ontwikkeling waarbij hij voor een groep moest staan. De opdracht? Vertellen wie hij was. Het deed hem tollen. Zijn hele leven lukte het hem onzichtbaar te blijven.

Vader en moeder hadden beiden twee banen. Dat betekende dat hij vader alleen zag in het weekend en moeder alleen na acht uur in de avond, als ze niet te moe was. Hij besefte dat ze het deden voor hem en zijn broers en zussen. Zijn ouders wilden hun kinderen een goede toekomst bieden. Dat ze zichzelf en het gezinsleven hadden opgeofferd daarvoor is een veel voorkomende realiteit.

Veel hadden ze hem niet kunnen bijbrengen. Hij kon niet koken ondanks zijn pogingen tutorials te volgen op You Tube. Dus zocht hij zijn toevlucht in science fiction en Manga tekenfilms vol mensen met bovennatuurlijke krachten. “Was ik maar zoals die superheros.”, zei hij welgemeend. Om zijn ouders te helpen, zorgde hij ervoor dat er altijd koud water in huis was. “Ik weet dat ze het lekker vinden om bij thuiskomst even te zitten en hun dorst te lessen.”

Na een tijdje vertelde hij waar zijn angst voor een groep te spreken vandaan kwam. Voor het eerst deelde hij dat met iemand. Emotioneel maakte het hem. Hij werd gepest op school. Niet door medeleerlingen. Maar door de leraren. Op dat moment rende hij weer weg. Hand voor de mond om ervoor te zorgen dat de tweede lading comfortfood niet op zijn kleding of mij belandde.

Het deed me denken aan een onderzoek dat ik recentelijk onder ogen kreeg. Daarin stond dat ongeveer een vijfde deel van de leraren verbaal, en fysiek, geweld toepast bij het sanctioneren van de leerlingen. Het verbale geweld bestaat uit opmerkingen zoals “Je bent een koe,een  ezel, je bent dom!”. Niet echt pedagogisch verantwoord, toch?

Zelf heb ik korte tijd mogen genieten van het onderwijs op een Surinaamse openbare school. Ik was soms in shock van wat ik zag. Ook toen ik een keertje met een liniaal op mijn handen werd geslagen. Je weet wel, die ene met dat metalen randje. En natuurlijk kreeg ik dat metalen randje en niet de botte kant. Het was een emotionele reactie van de juf. Maar ik was in shock daar mijn ouders mij zelf nooit hebben geslagen en ik mijn eerste fysieke sanctionering dus van een vreemde moest genieten.

Het was, als het om mij gaat, een geisoleerd incident. Dus ik heb het haar vergeven. Wat ik nog steeds niet kan vergeten, is hoe een klasgenoot van Marron afkomst consequent dyuka werd genoemd. Hij was de beste van de klas en haalde de hoogste cijfers. Zijn beloning? “Ai, Regi, je bent echt slim voor een dyuka.” Nu denk ik niet dat dit zo een impact op hem had dat hij moest overgeven maar echt pedagogisch verantwoord was het niet!



Geen opmerkingen:

Een reactie posten

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...