We zijn aan de vooravond van de 155ste jaardag
van de afschaffing van de slavernij. Voor velen een heuglijk feit. Voor mij
valt er te vieren dat we 155 jaar geleden, slechts, de fysieke keten der slavernij hebben
verbroken. Oh, dat schrijf ik weer verkeerd want we MOCHTEN ze verbreken. Wij
zeiden niet op een dag: “En nu is het genoeg!”. Nee, masra had bedacht dat het
genoeg was.
In acht nemend dat 25% van de plantages ten
tijde van die zogenaamde afschaffing in handen was van gekleurde Surinamers is,
voor mij, nog meer reden mezelf af te vragen wat er te vieren valt. De meeste
van die families maken nu nog de dienst uit! En ook nu verwachten ze sakafasi
gedrag.
Het kan anno 2018 nog steeds gebeuren dat een
jong, lichgekleurd persoon uit de elite klasse, tegen een oudere werker zegt:
“Ey, blaka, hark a presi!”, terwijl ‘blaka’ gedienstig knikt, de vernedering
zichtbaar in zijn ogen.
Velen van ons deelden foto’s van de golden boy! Hoeveel zouden juichen van
blijdschap als hij met zijn blakabuba,
voor de medaille te winnen, met onze dochter zou willen trouwen?
Wat valt er dan te vieren?
We praten alsof de erfenis van de slavernij alleen
de onderontwikkelden betreft. Het tegendeel is waar. We hebben de fysieke
ketenen verbroken, maar wat betreft de mentale ketenen vragen we ons nog steeds
af of die vijl voor onze valse nagels is of iets anders. We zijn blijven streven
hetzelfde als de meester te worden. Ik noem het de meester-mentaliteit.
Hebben veel beleidsmakers last van, denk ik.
Ze lijken soms te blijven hangen in die denkwijze waarbij het logisch is dat de
meesters werden vergoed voor het kwijtraken van hun vee, onze voorouders. Elke
beslissing aangaande de plantage werd gemaakt door de meester zonder inacht
neming van het welzijn van zijn werkpaarden.
Dat gebeurt in ons land ook.
Houtconcessies uitdelen en niet nadenken over de mensen die het bos bewonen. Laat
staan dat die eraan verdienen!
Die meestermentaliteit is ook te merken aan
ons minimumloon. SRD 4 voor het volk. Het tienvoudige voor beleidsmakers. Zij moeten
zich kunnen meten met het buitenland. Het volk dus niet?! Wij krijgen het
advies zelf te gaan planten als we niet rondkomen terwijl onze beleidsmakers in
de betere supermarkten met Europese goederen paraderen. Niemand trekt de mond open want, als goede
slaven, zijn we gewend: “Niet klagen, maar dragen!”.
Hadden we er niet beter aan gedaan weer MENS
te willen worden, na die eeuwen van dehumanisering?
Maar we hebben gewoon de zwepen vervangen met
religie. En net als toen, zijn we strenger voor elkaar dan de meester was. Ons
streven meester te worden is dus ook daarin merkbaar. We noemen onze kinderen
nog steeds pikin nengre! De
Negerkreek laten we zo maar de Gravenstraat veranderen we van naam omdat het
koloniaal is. We vinden dus Negerkreek een gepaste naam? Snappen wij, nieuwe
meesters, niet wat daar fout aan is? Wat valt er dan te vieren?
Het is wel een hele belangrijke dag. Daarom is
het verplaatsen van de feestelijkheden naar 2 juli zo raar. Alles zou moeten
wijken voor deze dag! Nu is het mosterd na de maaltijd. Is het verschoven omdat het een zondag is?
Respecteren we het geloof van de meester nog teveel om op zondag onze vrijheid
te vieren?! Mogen we dan geen traditionele wasi’s doen?! Of wilde een masra
gewoon een extra vrije dag?
Tot we ons de weg naar mens zijn weer
herinneren, zou 1 Juli een bezinningsvolle dag moeten zijn. Yoga zou echt
daarbij kunnen helpen. Waarschijnlijk de reden dat sommigen het duivels
vinden...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten