Terwijl ik naar het scherm van mijn laptop staarde,
vroegg ik mezelf af waar ik het deze week over wilde hebben. Ik was op het
internet aan het browsen om te zien of er inspiratie te vinden was. Het was warm
en ondanks dat de ventilator op nog geen meter van me af stond, baatte het
niet. Het zweet gutste uit mijn lijf. Dat kwam ook doordat ik net had gegeten.
Elk jaar zeg ik tegen mezelf dat ik het land uit moet in de grote droge tijd en
in de maand december. Het is me trouwens opgevallen dat we de Grote Droge Tijd
steeds vaker omschrijven als de zomer, naar Europees gebruik. Het is nog steeds
zo dat we altijd bezwijken voor dat wat de Westerse wereld voorschrijft en het
klakkeloos overnemen in plaats van dat we het ons eigen maken. Maar dat
terzijde.
In de ‘zomer’ wil ik het land uit vanwege de
ondraaglijke hitte. Deze hitte zal steeds erger worden als ik de
klimaatvoorspellingen moet geloven. Wereldwijd verschijnen er berichten
hieromtrent die echter aan dovemans oren en blindemansogen zij gericht. Zo is
het ijs op de Mount Everest aan het smelten. Daardoor komt er, naast lichamen,
van mensen die het niet hebben gered te top te bereiken, ook een heleboel
rotzooi te voorschijn die daar is achter gelaten. Het lijkt er wel een
massagraf van dode lichamen en volle vuilniszakken. Terwijl ik naar de foto’s
kijk, bedenk ik me hoe heerlijk koel het wel niet moet zijn. Die lijken hebben
het beter dan wij nu lachte ik. Voor de eeuwigheid in de koele omhelzing van de
sneeuw, ver weg van de manische drukte die wij menselijke beschaving noemen.
Verder browsend, bedacht ik me dat er de laatste
tijd geen nieuws meer was verschenen omtrent de Amazone branden. Het was geen
hot item meer, helaas. Zorgelijk. Want dat zorgt er voor dat men in Brazilie in
alle stilte verder kan gaan met de destructie van de flora, fauna en de tribale
stammen in het regenwoud. Snel ging ik verder naar het volgende nieuws. Mijn
hart gaat altijd sneller kloppen en ik word altijd erg boos bij nieuws dat
direct te herleiden is naar Westerse hebzucht. Het feit dat ik ook profiteer
van die Westerse hebzucht maakt me nog bozer. Ik wil ervan losbreken en mijn
leven op een andere manier inrichten. Dat laatste zei ik drie weken geleden
tegen mijn vader tijdens een van de zeldzame momenten samen. Even wist hij
niets te zeggen maar vervolgde snel, met lichte frustratie: “Hoe wil je dat dan
doen??” Ik zuchtte diep. Dat wist ik ook niet. Zijn frustratie verandere naar
zorgelijkheid.
Mijn zoektocht naar inspiratie ging verder.
Inmiddels zweette ik minder maar het was nog steeds warm. Ik kwam een bericht
tegen dat ging over die jongen van de kerk. Daar had de hitte ook parten
gespeeld, schijnt het. Zal ik daar wat over schrijven? Meh. Niet de moeite
waard. Men zal vast het meisje de schuld geven en hem roemen om zijn boulanger
waarna hij weer in ere hersteld zal worden. Net zoals met dat andere lichtende
voorbeeld dat, zonder berecht te worden volgens het Surinaams strafrecht, door
zijn eigen gemeente en bijbehorende leden weer op zijn oude voetstuk was
geplaatst. Waarom de vrouwen in beide gemeentes waar deze heren aan toe behoren
niet zijn gaan protesteren is mij een raadsel. De zuiverste tonen zouden moeten
komen uit het bazuin van God maar helaas, wanneer het de mens is die zingt,
klinkt het vals.
Over boulangers gesproken. Ja, dat brengt me
bij de natuur! De afgelopen week waren er in eigen land een aantal mooie
activiteiten gericht op het verbeteren van de leefomgeving en de natuur. Zo
werd er mangrove geplant bij Weg naar Zee om de kust te beschermen en werden er
schoonmaakacties gehouden op verschillende locaties. Dat eerste wilde ik graag
aan meedoen. Omdat ik zelf geen transport heb, was ik rond gaan vragen of er
vrienden, met een auto, waren die mee wilden doen. Na een paar keer te hebben
gehoord dat ik wel gek moest zijn om in die hete zon mangrove te gaan planten
heb ik het maar gelaten. Vuilnis oprapen zag ik
niet zitten hoewel ik de vrijwilligers absoluut applaudiseer en waardeer.
Echter moet er een structurele oplossing komen
waarbij men fikse boetes moet uitdelen aan een ieder die publieke ruimtes en
terreinen vervuilt met lichaamsvocht, gebruikte spullen en taalgebruik. Ja,
taalgebruik, en ik meen het. Wat we horen is toch onderdeel van ons leefgenot ?Die
kousen en pannen die ons regelmatig om de oren vliegen zijn irritant. Weri sma
ede nanga dot’ taki! Het is al faya genoeg, mang. Zo heet, dat we zo flauw
worden en we zelfs in de kerk niet meer kunnen vasthouden aan normen, waarden
en goed fatsoen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten