Ze wilde me dringend iets vertellen. Echt dringend. Maar ze zou het morgen doen, zei ze. Mij dat dringende vertellen. Een erge hekel heb ik daaraan. Wanneer mensen mij bewust in spanning houden. Verrassingen werken voor mij niet. Het is zelfs zo erg dat ik liever niets heb dan te moeten wachten op ‘een verrassing’. Achteraf ben ik blij dat ik deze keer netjes heb gewacht en de volgende dag zelf heb gevraagd aan haar wat nou dat dringende nieuws. Ze was nog steeds een beetje van haar a propos. Het bleek ook echt een bijzonder verhaal te zijn.
Ze was met haar vriend naar de vuilstortplaats
gegaan. Die daar bij Highway. Zoals het hoort was ze daar netjes haar grof vuil
gaan dumpen. Terwijl ze over het terrein liepen, hoorde een raar geluid. Het
kwam van iets verderop. “Takru sani?!”, vroeg ik nieuwsgierig. Ze lachte en zei
dat het in dat geval nog leuk was geweest. Ze had dan gewoon weg kunnen rennen.
Dat ging op dat moment helaas niet. “Ik kon het niet.” Het bleek dat het rare
geluid dat zij hoorde uit een grote zak kwam. Er bleek een bedrijfsnaam op te
staan. Welke liet ze in eerste instantie achterwege. Iets later versprak ze
zich.
Het was een naam die deed denken aan een
heuvelachtige boerderij. Ik kende ze. Hun eieren, want het was een
pluimveehouder, liggen zelfs bij mij in de koelkast. Waarom ze zo in shock was,
kwam door de inhoud van die tas. Die zat volgepropt met levende kuikentjes! “Ze
leken nog niet eens een dag oud!!”. Ze werd boos toen ze het vertelde. Ik kon
me dat heel goed voorstellen. Leven is leven. Of het nou een mens, een hond of
een pasgeboren kuikentje is, maakt niet uit. Respect voor al dat leeft, moet er
zijn. Het vinden van een zak vol pasgeboren kuikentjes die naar adem, voeding
en moederliefde snakten, was geen leuke ervaring.
Bij mij ging er van alles rond in mijn hoofd.
Ik bedacht me dat ik lokale kippen altijd zo duur vond. Was dit de reden?
Worden er in de Surinaamse pluimvee industrie bewust kuikentjes dood gemaakt
zodat er niet teveel aanbod van kippen
is waardoor de hoge vraagprijs gehanteerd kan blijven? Hoe vaak was het al
gebeurd? Was het wel echt van dat bedrijf? Gezien het aantal kuikentjes kon het
niet anders dan dat het ‘industrieel afval’ moet zijn geweest. Ze wilde het
naar de pers brengen en dat was ook de reden waarom ze het aan mij vertelde.
Het was ook wel mooi geweest om er iets over te schrijven en de
onderzoeksjournalist uit te hangen.
“Heb je foto’s?”, vroeg ik haar. Die was ze
nou net vergeten te maken! Ja, dan houdt het op. Het was al riskant om aan te
nemen dat de zak vol kuikens daadwerkelijk daar was gedumpt door het
betreffende bedrijf. Het kon ook een particulier zijn geweest die, zonder erbij
na te denken, die specifieke zak had gebruikt. Maar zonder bewijsmateriaal viel
er op dat gebied weinig te onderzoeken. Toch raar om te bellen naar de
boerderij op de heuvel en verwachten dat ze op basis van de woorden van een
vreemde enige vorm van actie ondernemen? Het bleef in mijn hoofd broeden.
Jammer dat ze geen foto’s hadden gemaakt, enerzijds. Anderzijds was het mooi
dat hun acties gericht waren op het redden van die levende wezens. Waar het me ook aan deed denken? Dat we
anders moeten omgaan met afval. Ons afval is niet meer anoniem. Door afval-analyses
kun je veel te weten komen over iemand. Of over een bedrijf...
Wij moeten veranderen. Vooral ons zelfbeeld. Velen
van ons omschrijven onszelf nog als een Derde Wereld land. Laag zelfbeeld,
vandaar ons dumpgedrag? Want we zijn inmiddels een middle-income land. Met een erg, heel erge, onevenredige verdeling
van haar rijkdommen, dat wel! Toch gaan we allemaal wel mee met de
moderniteiten van onze globale samenleving. Iedereen heeft een smartphone en
legt van alles vast. Wat we vastleggen, delen we vaak op social media. Tot
vervelens toe! Behalve mijn kuikenliefhebbende vriendin. Het is haar vergeven.
Ik ben er namelijk erg trots op dat ze geen sensatiebeluste amataurpaparazzi
bleek maar een echte dierenliefhebber.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten