Rood is de kleur van bloed. Van sexualiteit en
verleiding. Grappig genoeg, ook de kleur van de brandweer. Daar waar er lust
is, moet er natuurlijk ook geblust worden! Rood is tevens de kleur van schaamte.
Het is de kleur van verdriet. Het is de kleur van onze zeer gewaardeerde
Ingiwinti’s. Het doet me denken aan mijn eigen Mamske!
Zij is een vrouw die voor haar kinderen door
het vuur gaat. Of dat altijd zo was? Zeker niet! Dat ik als VWO-er de
kunstzinnige kant op wilde, kon ze absoluut niet waarderen. Ik zou alleen
gesteund worden als ik dat zou studeren wat haar, en mijn vader, trots zou maken. Geneeskunde
bijvoorbeeld. Verder was niets goed
genoeg.
Tegenhouden deed het mij niet. Ik ging naar de
kunstacademie! Daar openden zich nieuwe werelden voor mij. Ik werd herboren. En mijn uiterlijk veranderde. Tot grote schrik
van mijn Mamske. Ze wist niet wat haar gebeurde toen ik op een dag op bezoek
kwam met knalrood haar. Brandweerrood!
De volgende dag, weigerde ze naast me te
lopen. “Loop maar voor me.”
Ik denk dat ze eigenlijk wilde zien hoe mensen
zouden reageren. Want dat is altijd het eerste waar wij Surinamers aan denken,
ongeacht onze etniciteit. “Wat gaan de buren denken?!” Het viel mee en mijn
moeder kreeg zelfs rode blosjes op haar wangen vanwege alle complimenten over
haar zoons “gewaagde haarkleur maar toch zo mooi!”. Ze bekende het zelf ook wel
mooi te vinden.
Het was niet het enige incident waarbij Mamske
en ik opnieuw moesten uitvinden hoe met elkaar om te gaan. Vrij snel daarna
kreeg ze weer de schrik van haar leven. “Mamske, ik moet je wat zeggen...” Haar
blik verraadde dat ze wist wat er zou komen. De verwachte maar gevreesde dag
was aangebroken. “Ze gaan zeggen dat ik, als moeder, iets verkeerd heb gedaan.”
Ik trooste haar, tevergeefs.
“Ik wil niet dat mensen je anders gaan behandelen.
Ik accepteer je zoals je bent, ook al moet ik even wennen ... maar zal de
maatschappij dat ook doen?!” Verrast te merken dat dit haar grootste zorg was,
kalmeerde ik.
“Mamske, denk je dat het mij kan schelen wat
‘ze’ denken? Ik vertel je dit om te voorkomen dat je tevergeefs wacht op
kleinkinderen. Verder zal het mij een worst wezen. Jouw acceptatie is van
belang. Dat gaat mij de kracht geven om, ondanks alles, iets goeds te maken van
mijn leven!” Haar rode ogen lichtten op bij het besef dat zij, als moeder, nog
steeds die impact kon hebben.
“Ik hou van je!” Ze omhelsde me. Het was de
eerste keer dat ze dat ooit tegen me had gezegd. Voor mij was het een keerpunt
in mijn leven. Haar reactie getuigde van kracht en dat sterkte mij om mijn
eigen weg te volgen. Samen gingen we dwars door de heilige huisjes van elk onze
tijdsgeest.
In mijn werk als jongerencoach zie ik vaak
andere, pijnlijke, scenario’s. Hartverscheurende verhalen van jongeren die
verstoten zijn door de ouders. Soms zelfs de hele familie. Lijkt mij dat ze nu
wederom, en bewust, voelen hoe de navelstreng wordt doorgeknipt. Pijnlijk, toch?
Er is niets dat het verstoten van jouw eigen
vlees en bloed goed kan praten. Je krijgt, als mens, dus ook als ouder, in het
leven de lessen die je nodig hebt ter bevordering van jouw groei. Dus, vlucht
niet voor het huiswerk maar leer de les.
Mamske vraagt nog steeds naar kleinkinderen,
overigens. Ze helpt zelfs meedenken. Draagmoeders, adoptie, inseminatie. Dat
deze kleinkinderen gaan komen, zeer gewenst zijn en de beste oma ever zullen
hebben, staat als een paal boven water!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten