In de afgelopen weken heb ik moeten accepteren dat ik zichtbaar ouder word. Vroeger was ik daar bijzonder bang voor. De nachten voor mijn dertigste en veertigste verjaardag waren zelfs geen fijne nachten. Wakker liggen en piekeren. Ik heb na mijn vijf en twintigste nooit meer een owru yari gevierd. Destijds vond ik het geen reden om te vieren dat ik ouder werd. Tegenwoordig wil ik mijn verjaardag niet vieren omdat ik geen zin heb in al dat geregel. Het is nu zo dat ik op mijn verjaardag exact dat doe wat ik wil, bij voorkeur alleen. Maar, wat men altijd zegt blijkt waar. Het leven begint na je veertigste. Nu ben ik drie en veertig jaar en ik heb het gevoel dat er echt een last van mijn schouders is gevallen. De last van het jong zijn? Zou kunnen. Wanneer we jong zijn, zijn we onrustig en hebben we vele onzekerheden. Bij het ouder worden ontstaat er een soort onverstoorbare rust.
Weinig dat mensen zeggen, raakt mij nog. En
hetgeen, zoals sommige uitspraken van anderen, dat nog wel raakt, daar ga ik nu
anders mee om. Daarnaast zijn er andere dingen waar ik tegenwoordig blij van
word. Zoals mijn recent afgesloten krantenabonnement. Wanneer ik dan terug kom
van de sportschool maakt mijn hart echt een sprongetje van geluk als het
krantje dan zie liggen op mijn balkon. Gelukzalige beelden van mijzelf met een
lekkere kop koffie, in de zon, het krantje lezend, schieten dan voorbij mijn
geestesoog. Het is een van die ‘ouwemensen’-dingen die ik mezelf vroeger echt
niet zag doen. Boy, wat heb ik als
tiener mijn ooms en tantes op hun veertigste uitgelachen!! “Jullie zijn oud,
whuahhaa!!!”. Jong zijn is leuk maar heeft ook zijn eigenaardigheden.
Zo werkte ik met een dame wiens zoontje altijd
met mijn buik wilde spelen. Hij kwam dan, bij het ophalen van zijn moeder,
direct op mij af rennen en greep naar mijn buik, kneep erin of aaide het. Het
irriteerde mij. Dat kwam omdat op dat moment mijn buik voor mezelf een punt van
ergernis was. Ik wilde afvallen maar koos er voor om nog te genieten van het
lekkere eten dat ik gedurende mijn tijd in het buitenland heb moeten missen. Op
een dag kwam het zoontje van collega weer het kantoor binnen. Omdat het een
kind was, toonde ik geen irritatie. Maar van binnen mi fesi ben span kaba!
Het jongetje rende op mij af. Pakte mijn buik
vast en keek me aan. “U bent zo lief. Wilt u alstublieft mijn vader zijn?” Voor
ik iets kon zeggen, stond zijn moeder erbij. Ze schaamde zich rot maar ik
lachte haar schaamte weg. Ik verzweeg dat ik mij van binnen nog meer schaamde
vanwege mijn oppervlakkige gedachtes. Al die tijd toonde die jongen affectie en
ik was me alleen maar druk aan het maken om het feit dat hij mijn te dikke buik aanraakte. Terwijl kinderen intuitief
zijn en zoiets nooit zouden doen bij een ‘slecht’persoon. Het was eigenlijk een
groots compliment dat ik al die keren kreeg maar niet zag omdat ik werd verblind
door mijn onzekerheid.
Nu zou zoiets mij niet meer zo erg raken. Dat
is het fijne van ouder worden. We worden er veel beter in om onszelf en mensen
om ons heen op waarde in te schatten. Wat ik ook heb gemerkt, is dat wij zelf
verantwoordelijk zijn voor de wereld en onze omgeving. Wij creeren die. Elke
creatie begint met een gedachte. Mijn nieuwe focus is ‘mooi oud worden’ en nog
meer kilo’s kwijt raken. Overgewicht zie ik als mentale bagage die wij
meedragen en niet willen loslaten. Naarmate ik ouder word, laat ik steeds meer
los. Daar horen mensen bij maar ook achterhaalde gedachtes en maatschappelijke
conditioneringen.
Ik bedenk me ineens dat ik was begonnen met
schrijven over mijn krantenabonnement. Dat ik wilde vertellen over mijn
ergernissen bij het lezen van sommige stukken. Mijn innerlijk wilde anders.
Logisch. Waarom zou ik focussen op dat wat mij niet gelukkig maakt? Het
negatieve hoor er wel bij. Geen licht zonder duisternis toch? Ik zal dus toch
vertellen waar ik mij aan ergerde. Dat was onder andere de foto van een groepje
mensen die de tekst Make Suriname Great
Again op een spandoek hadden gegooid om de nieuwe president geluk toe te
wensen. Sowieso walgde ik van het feit dat dit een herhaling van de
Trump-slogan was en dat Amerika er echt niet greater op was geworden. Het gaat zelfs met de billen bloot op het
moment met al het racisme dat lang verborgen werd. Verborgen, getolereerd en
geaccepteerd door zowel daders als slachtoffers.
Ik ergerde mij aan het woord Again. Het suggereert dat iets al eerder
zo was en dat we het terug willen. Ten tweede ergerde ik mij aan de suggestie dat
Suriname ooit great was. Ik hoor mijn oma’s stem: “Da oten Suriname ben deh great, baja?!”. Dat is niet lullig
bedoelt. We moeten gewoon weten en accepteren waar we staan. Wij zijn een land
dat, net als ik, pas de veertig is gepasseerd en nu pas volwassen aan het
worden is. Ik kan niet terug naar die onbezonnen tijd waarin ik een platte buik
had en een gezicht dat, ondanks flink wat alcoholgebruik, met slechts drie uur
slaap weer straalde als het zonnetje in huis. Dat zou niet eens meer willen of
kunnen. Waarom willen sommigen van ons terug het Surinaamse verleden in? Is
blijven hangen in het verleden een goede motivatie voor een gezonde toekomst?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten