vrijdag 28 augustus 2020

GREAT (De Ware Tijd, 18-07-2020)

In de afgelopen weken heb ik moeten accepteren dat ik zichtbaar ouder word. Vroeger was ik daar bijzonder bang voor. De nachten voor mijn dertigste en veertigste verjaardag waren zelfs geen fijne nachten. Wakker liggen en piekeren. Ik heb na mijn vijf en twintigste nooit meer een owru yari gevierd. Destijds vond ik het geen reden om te vieren dat ik ouder werd. Tegenwoordig wil ik mijn verjaardag niet vieren omdat ik geen zin heb in al dat geregel. Het is nu zo dat ik op mijn verjaardag exact dat doe wat ik wil, bij voorkeur alleen. Maar, wat men altijd zegt blijkt waar. Het leven begint na je veertigste. Nu ben ik drie en veertig jaar en ik heb het gevoel dat er echt een last van mijn schouders is gevallen. De last van het jong zijn? Zou kunnen. Wanneer we jong zijn, zijn we onrustig en hebben we vele onzekerheden. Bij het ouder worden ontstaat er een soort onverstoorbare rust.

Weinig dat mensen zeggen, raakt mij nog. En hetgeen, zoals sommige uitspraken van anderen, dat nog wel raakt, daar ga ik nu anders mee om. Daarnaast zijn er andere dingen waar ik tegenwoordig blij van word. Zoals mijn recent afgesloten krantenabonnement. Wanneer ik dan terug kom van de sportschool maakt mijn hart echt een sprongetje van geluk als het krantje dan zie liggen op mijn balkon. Gelukzalige beelden van mijzelf met een lekkere kop koffie, in de zon, het krantje lezend, schieten dan voorbij mijn geestesoog. Het is een van die ‘ouwemensen’-dingen die ik mezelf vroeger echt niet zag doen. Boy, wat heb ik als tiener mijn ooms en tantes op hun veertigste uitgelachen!! “Jullie zijn oud, whuahhaa!!!”. Jong zijn is leuk maar heeft ook zijn eigenaardigheden.

Zo werkte ik met een dame wiens zoontje altijd met mijn buik wilde spelen. Hij kwam dan, bij het ophalen van zijn moeder, direct op mij af rennen en greep naar mijn buik, kneep erin of aaide het. Het irriteerde mij. Dat kwam omdat op dat moment mijn buik voor mezelf een punt van ergernis was. Ik wilde afvallen maar koos er voor om nog te genieten van het lekkere eten dat ik gedurende mijn tijd in het buitenland heb moeten missen. Op een dag kwam het zoontje van collega weer het kantoor binnen. Omdat het een kind was, toonde ik geen irritatie. Maar van binnen mi fesi ben span kaba!

Het jongetje rende op mij af. Pakte mijn buik vast en keek me aan. “U bent zo lief. Wilt u alstublieft mijn vader zijn?” Voor ik iets kon zeggen, stond zijn moeder erbij. Ze schaamde zich rot maar ik lachte haar schaamte weg. Ik verzweeg dat ik mij van binnen nog meer schaamde vanwege mijn oppervlakkige gedachtes. Al die tijd toonde die jongen affectie en ik was me alleen maar druk aan het maken om het feit dat hij mijn te dikke  buik aanraakte. Terwijl kinderen intuitief zijn en zoiets nooit zouden doen bij een ‘slecht’persoon. Het was eigenlijk een groots compliment dat ik al die keren kreeg maar niet zag omdat ik werd verblind door mijn onzekerheid.

Nu zou zoiets mij niet meer zo erg raken. Dat is het fijne van ouder worden. We worden er veel beter in om onszelf en mensen om ons heen op waarde in te schatten. Wat ik ook heb gemerkt, is dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor de wereld en onze omgeving. Wij creeren die. Elke creatie begint met een gedachte. Mijn nieuwe focus is ‘mooi oud worden’ en nog meer kilo’s kwijt raken. Overgewicht zie ik als mentale bagage die wij meedragen en niet willen loslaten. Naarmate ik ouder word, laat ik steeds meer los. Daar horen mensen bij maar ook achterhaalde gedachtes en maatschappelijke conditioneringen.

Ik bedenk me ineens dat ik was begonnen met schrijven over mijn krantenabonnement. Dat ik wilde vertellen over mijn ergernissen bij het lezen van sommige stukken. Mijn innerlijk wilde anders. Logisch. Waarom zou ik focussen op dat wat mij niet gelukkig maakt? Het negatieve hoor er wel bij. Geen licht zonder duisternis toch? Ik zal dus toch vertellen waar ik mij aan ergerde. Dat was onder andere de foto van een groepje mensen die de tekst Make Suriname Great Again op een spandoek hadden gegooid om de nieuwe president geluk toe te wensen. Sowieso walgde ik van het feit dat dit een herhaling van de Trump-slogan was en dat Amerika er echt niet greater op was geworden. Het gaat zelfs met de billen bloot op het moment met al het racisme dat lang verborgen werd. Verborgen, getolereerd en geaccepteerd door zowel daders als slachtoffers.

Ik ergerde mij aan het woord Again. Het suggereert dat iets al eerder zo was en dat we het terug willen. Ten tweede ergerde ik mij aan de suggestie dat Suriname ooit  great was. Ik hoor mijn oma’s stem: “Da oten Suriname ben deh great, baja?!”. Dat is niet lullig bedoelt. We moeten gewoon weten en accepteren waar we staan. Wij zijn een land dat, net als ik, pas de veertig is gepasseerd en nu pas volwassen aan het worden is. Ik kan niet terug naar die onbezonnen tijd waarin ik een platte buik had en een gezicht dat, ondanks flink wat alcoholgebruik, met slechts drie uur slaap weer straalde als het zonnetje in huis. Dat zou niet eens meer willen of kunnen. Waarom willen sommigen van ons terug het Surinaamse verleden in? Is blijven hangen in het verleden een goede motivatie voor een gezonde toekomst?

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

EKSI (De Ware Tijd, 13-02-2021)

Eieren zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Het is eigenlijk een basisgoed. Toch fluctueert de prijs constant, tot mijn grote ergern...